8 October 2015

Capaciteitsmonitor schoolinfrastructuur brengt vraag en aanbod basis- en secundair onderwijs in kaart

 

 

In het Vlaams Parlement is de capaciteitsmonitor schoolinfrastructuur voorgesteld. Deze monitor voor het basis- en secundair onderwijs brengt een verfijnde prognose van de verwachte vraag aan plaatsen in de klassen samen met de verwachte toekomstige aanbodcapaciteit. Het is voor het eerst dat er zo’n gedetailleerd wetenschappelijk onderzoek gebeurt naar de capaciteitsbehoeften tot in 2030. De groei van het aantal leerlingen in het gewoon basisonderwijs in Vlaanderen stabiliseert vanaf het schooljaar 2017-2018 en daalt licht tot het schooljaar 2023-2024. In het gewoon secundair onderwijs volgt een duidelijke stijging vanaf volgend schooljaar tot en met het schooljaar 2025-2026. De grote steden en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zien hun leerlingenaantallen globaal stijgen. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil met deze capaciteitsmonitor de lokale capaciteitsbehoeften beter en preciezer kunnen inschatten, waardoor de voorziene capaciteitsmiddelen gerichter kunnen worden ingezet.

 

Het is de eerste keer dat er via de capaciteitsmonitor verfijnde prognoses voorhanden zijn. De resultaten geven een beter inzicht in de omvang en de duur van mogelijke capaciteitsdruk. Met die informatie kunnen gerichte oplossingen op lokaal niveau worden uitgewerkt.

 

De capaciteitsmonitor, uitgevoerd door de KULeuven en de VUB omvat in eerste instantie gegevens voor het gewoon basisonderwijs en het gewoon secundair onderwijs voor alle onderwijsnetten en voor alle gemeenten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

 

Basisonderwijs vraagzijde

 

Voor het Nederlandstalig gewoon basisonderwijs stijgt de vraag globaal sterk tot en met het schooljaar 2016-17 (716.464 leerlingen), daarna volgt een periode van stabiliteit tot het schooljaar 2023-24 (716.894 leerlingen), waarna de leerlingenaantallen terug beginnen toe te nemen (in het schooljaar 2030-31 (740.534 leerlingen).

 

In de provincies Limburg en West-Vlaanderen is de stijging van de leerlingenaantallen minder sterk. Daarna volgt er een daling. Voor de provincies Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen en Antwerpen is er op langere termijn een aanzienlijke stijging merkbaar. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de toename het grootst.

 

In grootsteden zoals Antwerpen, Gent en Brussel, de taskforcegemeenten en de centrumsteden zien we in een evolutie boven het gemiddelde. In de minder verstedelijkte gebieden ligt de evolutie van de groeiende schoolbevolking dan weer onder het gemiddelde.

 

Basisonderwijs capaciteitsmarge

 

Het grootste tekort wordt volgens de prognoses verwacht in Antwerpen waar in 2020-21 8411 plaatsen tekort zijn. De verwachte tekorten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in Gent bedragen respectievelijk 1.215 en 923 plaatsen.

 

Secundair onderwijs vraagzijde

 

Voor het Nederlandstalig gewoon voltijds secundair onderwijs daalt de vraag globaal sterk tot en met dit schooljaar 2015-16 (419.738 leerlingen), daarna volgt een periode van sterke stijging tot het schooljaar 2025-26 (468.971), waarna de leerlingenaantallen terug beginnen te dalen (schooljaar 2030-31) 454.007 leerlingen).

 

Voor alle provincies is er voor de volgende schooljaren een stijging van de leerlingenaantallen. Vanaf het schooljaar 2024-2025 zet de daling zich in. De provincies Limburg en West-Vlaanderen komen nooit terug op het niveau van 2007-2008. De sterkste stijging van het leerlingenaantal in het secundair onderwijs is voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 

In grootsteden zoals Antwerpen, Gent en Brussel zien we een bovengemiddelde evolutie. In de centrumsteden en de minder verstedelijkte gebieden ligt de evolutie van de schoolbevolking onder het gemiddelde.

 

Secundair onderwijs capaciteitsmarge

 

Het grootste tekort wordt volgens de prognoses verwacht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar in 2020-2021 2.767 plaatsen tekort zullen zijn. De verwachte tekorten in Antwerpen en Gent bedragen respectievelijk 2404 en 1211 plaatsen.

 

Sinds 2010 maakt de Vlaamse Regering jaarlijks specifieke middelen vrij om nieuwe schoolcapaciteit te creëren in die gemeenten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die kampen met een dreigend tekort aan schoolplaatsen. In 2015 werd er 35 miljoen euro bouwsubsidies toegekend op basis van lokaal aangeleverde en centraal beschikbare capaciteitsgegevens en aan de hand van een reeks objectieve parameters. Goed voor ruim 7300 nieuwe plaatsen in de klassen in het basisonderwijs. Daarnaast werd nog eens 15 miljoen euro via de reguliere financiering toegekend aan projecten op de wachtlijst, die ook capaciteitsuitbreiding beogen.  

 

De komende maanden zullen de resultaten van deze capaciteitsmonitor verder aangevuld worden. Steden en gemeenten waarvan nog geen feitelijke aanbodgegevens bekend zijn worden aangemoedigd om die gegevens op te vragen en te bundelen.

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Meten is weten. De capaciteitsmonitor vervult een belangrijke signaalfunctie. Voor het eerst beschikken we over verfijnde prognoses over het aantal leerlingen in het basis- en secundair onderwijs in de dichte en verdere toekomst en krijgen we een inzicht in de omvang en de duur van mogelijke capaciteitstekorten. De leerlingencijfers zijn variabel in tijd en verschillen ook per locatie. Dat geeft aan dat flexibele gebruiksvormen van schoolgebouwen nodig zijn zoals bijvoorbeeld het promoten van huursubsidies en de multi-inzetbaarheid van schoolgebouwen.  Deze capaciteitsmonitor zal ons helpen om verder gericht te investeren en de grote uitdagingen rond scholenbouw de volgende jaren doelgericht aan te pakken.”

 

Werkwijze

 

De capaciteitsmarge, een tekort of overschot, wordt bepaald door het toekomstige aanbod af te zetten tegen de verwachte vraag.

 

Onderzoekers hebben voor het eerst het aantal inschrijvingen geraamd voor het Nederlandstalig kleuter-, lager- en secundair onderwijs vanaf het schooljaar 2013-2014 voor alle gemeenten tot 2030-2031. De ramingen zijn gebaseerd op de demografische verwachtingen en de schoolpendelbewegingen (wie woont waar en gaat waar naar school). In het model wordt er ook rekening gehouden met slaagkansen, nieuwe instroom, enz. Dat resulteert in een vrij natuurgetrouwe simulatie van de vraagzijde.

 

De aanbodzijde houdt steeds rekening met de maximale aanbodcapaciteit. Dat is de maximale bezetting van alle lokalen waarin nu les wordt gegeven. Er wordt ook rekening gehouden met de plaatsen in de klas die tegen 2018-2019 zullen zijn gerealiseerd (geplande capaciteitsuitbreiding). De aanbodgegevens worden herleid tot 85% om het verschil in theorie en praktijk op te vangen: zo kunnen bijvoorbeeld in een welbepaalde school leerlingen uit het zesde leerjaar niet zomaar een overschot aan stoeltjes opvullen in een derde leerjaar.

 

Voor het basisonderwijs werden voor de taskforcegemeenten aanbodgegevens verzameld door de lokale taskforces capaciteit. Voor de andere steden en gemeenten geldt de hoogste feitelijke bezetting gedurende de laatste 5 jaar met 30 procent verhoogd.

 

Voor het secundair onderwijs wordt een andere methodiek aangewend. De toekomstige capaciteit wordt bepaald op basis van de historiek van de feitelijke inschrijvingen. Deze werkwijze, ook rekening houdend met het lestijdenpakket, werd bij wijze van proefproject  enkel toegepast op de stad Antwerpen. Voor alle andere steden en gemeenten werd voorlopig rekening gehouden met de hoogste feitelijke bezetting gedurende de afgelopen 10 jaar. De aanbodgegevens moeten daarom met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd.

 

De steden en gemeenten waarvan nog geen feitelijke gegevens inzake aanbod beschikbaar zijn worden aangemoedigd om die  in kaart te brengen en te bundelen.

 

Bijlage:  Zie tabellen en figuren met bijkomende toelichting.

 

Categorie: 
AttachmentSize
Capaciteitsmonitor - bijlage.pdf1.96 MB
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream