13 February 2017

Scholen geloven in toekomstkansen van het CLIL-onderwijs

 

 

Het meertalige CLIL-onderwijs heeft goede slaagkansen om een vaste waarde te worden in het Vlaamse onderwijs. Het leren van een niet-taalvak in een andere taal versterkt het zelfvertrouwen en de spreekdurf van de leerlingen en de concentratie en leermotivatie voor het niet-taalvak neemt toe. Dat blijkt uit een evaluatie van CLIL (Content and Language Integrated Learning). De evaluatie gebeurde door de onderwijsinspectie op vraag van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits.

 

Sinds twee jaar kunnen secundaire scholen een aantal vakken zoals economie, chemie, hotel of schoonheidszorg in een andere taal aanbieden: in het Frans, het Engels en het Duits. Op 1 september 2014 sprongen 23 scholen op de kar van CLIL. Intussen is het aantal scholen tot 61 gegroeid. Via CLIL slaan leerlingen twee vliegen in één klap: terwijl ze een niet-taalvak leren, verbeteren ze tegelijk hun taalvaardigheid in een vreemde taal. De onderwijsdoelstellingen van het niet-taalvak veranderen niet binnen een CLIL-traject.

 

De onderwijsinspectie evalueerde op vraag van minister Crevits het Vlaamse CLIL-beleid. De bevindingen en aanbevelingen werden gebundeld in het rapport ‘2 jaar CLIL in het Vlaamse secundair onderwijs’ en worden vandaag op een studiedag voorgesteld. Het onderzoek werd gevoerd in samenwerking met de 23 scholen die in september 2014 met CLIL zijn gestart, en de pedagogische begeleidingsdiensten.

 

Profiel van de leerling, de leraar en het aanbod

 

In de scholen waar de inspectie voor de evaluatie op bezoek ging, volgen 4.044 leerlingen een CLIL-traject. Bijna de helft van deze jongeren zit in de A-stroom in de 1ste graad van het secundair onderwijs. Ook het ASO 2de en 3de graad is met 4 op 10 leerlingen goed vertegenwoordigd. Met 1 op 10 leerlingen in CLIL heeft het TSO eerder een bescheiden aandeel. Van de 120 CLIL-leraren hebben er 71 een masterdiploma en 57 een bachelordiploma. Gemiddeld beschikken ze over 13 jaar onderwijservaring. De meeste scholen organiseren geregeld uitwisselingsprogramma’s of nemen deel aan Europese projecten.

 

De geografische spreiding van de CLIL-scholen is divers. West- en Oost-Vlaanderen zijn het sterkst vertegenwoordigd met respectievelijk 7 en 6 scholen, terwijl de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant 3 en 1 school met een CLIL-aanbod hebben. Limburg heeft met 5 scholen waarvan drie in Hasselt een middenpositie. 1 CLIL-school bevindt zich in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest.

 

 

Figuur 1 Percentage CLIL-leerlingen per onderwijsvorm

 

De meest voorkomende vakken die in een andere taal worden gegeven, zijn geschiedenis, aardrijkskunde, economie, fysica en wiskunde. Het Engels en het Frans zijn de populairste talen waarin CLIL wordt gegeven. Frans is vooral sterk aanwezig in de A-stroom en in het TSO. In het TSO is de keuze voor Frans gelinkt aan tewerkstellingskansen en het opkrikken van de motivatie voor Frans. Engels is dan weer sterker vertegenwoordigd in het ASO. De selectie van de CLIL-taal als de vakken is in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van leraren met de vereiste bekwaamheidsbewijzen.

 

Goede toekomstkansen voor CLIL

 

Uit het onderzoek blijkt dat CLIL succesvol gelanceerd is. Alle scholen hebben een groot geloof in de slaagkansen van CLIL in het Vlaamse onderwijs. Zowel bij de scholen als de pedagogische begeleidingsdiensten leeft de ambitie om het CLIL-aanbod naar zoveel mogelijk leerlingen uit alle graden en onderwijsvormen uit te breiden.

 

Er is sprake van leerwinst bij alle leerlingen. Het leren van een niet-taalvak in een andere taal versterkt het zelfvertrouwen en de spreekdurf van de leerlingen en de concentratie en leermotivatie voor het niet-taalvak neemt toe.  Er zijn opportuniteiten zoals de meertaligheid van leerlingen verhogen, de uitwisseling van leraren en praktijkervaringen, de positieve samenwerking tussen universiteiten, begeleidingsdiensten en scholen enz.

 

Aanbevelingen voor het beleid zijn onder meer om de bestaande regelgeving te vereenvoudigen zodat scholen de vrijheid krijgen om een CLIL-visie op maat van de school te ontwikkelen, om goede praktijken te delen, en om zoveel mogelijk leerlingen de mogelijkheid te bieden om CLIL te volgen. Er is ook de vraag van begeleidingsdiensten om te zien hoe dit in de lerarenopleiding kan aangeleerd worden.

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “De geslaagde start van CLIL is voornamelijk te danken aan de gedrevenheid en het enthousiasme van gemotiveerde leraren. Het stemt positief dat de scholen er vertrouwen in hebben dat CLIL een vaste waarde in het secundair onderwijs kan worden. Een goede talenkennis is een troef voor jongeren die verder studeren of de arbeidsmarkt betreden. Dat hierdoor ook het zelfvertrouwen en de leermotivatie van leerlingen toeneemt en de durf om in een andere taal te spreken, is een geschenk voor het leven. Deze evaluatie biedt ons de informatie die we nodig hebben om CLIL op een doordachte en duurzame manier uit te bouwen. Niet alleen in het ASO en het TSO, maar ook bijvoorbeeld in het BSO.”

 

Minister Crevits zal de aanbevelingen nu verder onderzoeken. Er is zeker de bereidheid om na te gaan of de regelgeving kan worden vereenvoudigd en drempels kunnen worden weggewerkt.

 

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream