Wetenschappelijke en technische opleidingen worden steeds populairder, ook bij meisjes. Maar in het technisch en beroepsonderwijs, net zoals bij de ICT-opleidingen, blijft het aandeel van de vrouwen extreem laag.

De Vlaamse overheid volgt de populariteit van STEM-richtingen jaarlijks op met de STEM-monitor. STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Mathemetics. De cijfers van de vijfde editie van de monitor, voor het schooljaar 2017-2018, tonen dat die opleidingen in de lift zitten. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) is tevreden met het rapport. 'Het is goed dat meer en meer jongeren voor techniek en wetenschappen kiezen. STEM is een blijver in het onderwijslandschap.'

Vlaanderen hoopt met het STEM-actieplan meer technische en wetenschappelijke profielen op te leiden. Daar is nu al grote nood aan op de arbeidsmarkt en de vraag zal wellicht nog stijgen.

Een van de manieren om het aantal STEM-profielen op te krikken is meer inzetten op vrouwen. Die zijn traditioneel sterk ondervertegenwoordigd. Naast het streven meer leerlingen en studenten van het belang van wetenschap en techniek te overtuigen wil de overheid dus ook het aandeel van de meisjes doen groeien.

Dat lukt, maar met wisselend succes. Steeds meer leerlingen in het secundair onderwijs volgen een STEM-richting. 33,5 procent van de leerlingen in het derde middelbaar begon in het referentiejaar 2010-2011 aan een dergelijke richting. Afgelopen studiejaar was dat al 36,15 procent.

Dat is een historisch record. Nog nooit volgden meer meisjes een STEM-opleiding in het secundair onderwijs. Hun aandeel in het derde middelbaar steeg in acht jaar van 23,21 naar 26,07 procent. Naar de derde graad toe stijgt traditioneel zowel het aandeel van de STEM-leerlingen als dat van de meisjes in die groep. In het vijfde middelbaar is al 31,27 procent van de STEM-leerlingen een vrouw. Daarmee is het einddoel voor 2020, een derde van de vrouwelijke leerlingen overtuigen voor STEM te kiezen, in zicht.

Maar de grote verschillen tussen het algemeen (aso), technisch (tso) en beroepsonderwijs (bso) baren zorgen. In het aso is met een vrouwelijk aandeel van 46 procent in de STEM-richtingen van het derde middelbaar bijna een genderevenwicht bereikt. In het tso daarentegen is slechts een STEM-leerling op de tien een vrouw. In het bso is dat zelfs maar een op de twintig. Bovendien zijn die cijfers de afgelopen acht jaar niet geëvolueerd.

Ook in het hoger onderwijs heerst een grote genderkloof in bepaalde richtingen. Bij de op de arbeidsmarkt broodnodige ICT-profielen blijven de vrouwen zwaar achterop hinken. In 2010-2011 werd 5,63 procent van de ICT-diploma's aan een vrouw uitgereikt. In 2017-2018 was dat 6,82 procent. Op het eerste gezicht is er sprake van een lichte stijging. Maar in feite bleef het percentage de afgelopen jaren rond hetzelfde punt schommelen.

Toch wint STEM ook in het hoger onderwijs aan populariteit. Het totale aandeel van de STEM-bachelors ging van 23,82 naar 26,64 procent. De academische tegenhangers stegen van 31,60 naar 34,45 procent.

Bij de professionele STEM-bachelors evolueerde de vrouwelijke vertegenwoordiging van 21,13 naar 24,09 procent, bij de academische van 37,07 naar 39,37 procent.

Op het eerste gezicht is er dus een lichte stijging, maar de jongste twee studiejaren stagneren de cijfers. Het aandeel van de vrouwen bij de academische STEM-bachelors kent zelfs een lichte terugval.

NORA SLEIDERINK

Copyright © 2018 Mediafin. Alle rechten voorbehouden

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.