Vlaming is verknocht aan zijn auto

Uit De Standaard en Het Nieuwsblad


12-07-2010

Twee op de drie verplaatsingen doen we met onze wagen
 
De Vlaming doet twee op de drie verplaatsingen met de auto. Zelfs voor korte ritjes kiest de helft de wagen. 'De drempel om het openbaar vervoer of de fiets te nemen, moet naar omlaag', vindt minister Crevits.
Positief is dat twee op de drie kinderen niét met de auto naar school worden gebracht
Minister Hilde Crevits
Van onze redacteur
Tom Le Bacq
Brussel
De Vlaming is met geen stokken uit zijn auto te krijgen. Dat is de belangrijkste conclusie van de studie die het Instituut voor Mobiliteit uitvoerde bij 1.765 Vlamingen tijdens de periode september 2008 - september 2009 en die onze zusterkrant Het Nieuwsblad kon inkijken.
Twee op de drie van alle verplaatsingen doen we met de auto, een kwart slechts doen we te voet of per fiets. Het openbaar vervoer nemen we uiterst zelden: slechts in vijf procent van de gevallen. 'In vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder is het aandeel van de verplaatsingen die we te voet doen gedaald. En het aantal ritten met de auto is gestegen', zegt Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V).
We blijven dus met z'n allen zweren bij de auto, en dat ondanks alle promotiecampagnes voor het openbaar vervoer, de aanleg van afzonderlijke busbanen en alle acties om voor het woon-werkverkeer de auto zoveel mogelijk aan de kant te laten.
Drempel
'Het is opmerkelijk dat van de mensen die op minder dan vijf kilometer van hun werk wonen, toch de helft de auto gebruikt', zegt Crevits. 'En voor alle verplaatsingen van minder dan drie kilometer neemt ook nog 46 procent de wagen. Eén op de vijf neemt ook voor ritjes van minder dan één kilometer de auto. Dat wijst erop dat er een groot potentieel is voor de fiets, op voorwaarde dat dat veilig en comfortabel kan.'
Het openbaar vervoer is een pak minder in trek. Twaalf procent gaat met tram, trein of bus naar het werk. Zeven op de tien Vlamingen zegen 'helemaal niet vertrouwd te zijn' met dit soort openbaar vervoer. Liefst 87 procent zegt nooit of bijna nooit de trein te nemen.
'Er is een duidelijke kloof tussen een kleine groep van mensen die heel frequent het openbaar vervoer neemt, en een heel grote groep die er nooit gebruik van maakt', zegt Crevits. 'Veel mensen moeten een drempel overwinnen voor ze de bus of de trein nemen, en die drempel moeten we wegnemen.'
Herlaadkaart
Tegen 2013 wil Crevits een herlaadkaart invoeren waarmee je voor alle vormen van openbaar vervoer kunt betalen: tram, trein en bus, en eventueel ook voor de huur van een fiets. 'En we moeten het aanbod aan openbaar vervoer meer afstemmen op de vraag van de klant. Als hij meer verbindingen wil naar de grote winkelcentra of naar bedrijventerreinen waar veel mensen werken, dan moeten we daaraan tegemoet komen. Het moet ook mogelijk worden om mensen meer reisadvies op maat te geven. Een gps-toestel moet kunnen aangeven dat het die dag door de files beter is om de auto aan de kant te laten en de trein, tram of de bus te nemen. Veel mensen nemen nu hun auto omdat ze dat gewend zijn. Die macht der gewoonte moeten we doorbreken.'
Waar fietsen en wandelen wél goed scoren, is in de verplaatsingen die we doen van thuis naar school. 'Twee op de drie kinderen komt ofwel met de fiets, ofwel te voet ofwel met het openbaar vervoer naar school', zegt Crevits. 'Dat spreekt het beeld dat iedereen zijn kind tegenwoordig met de auto aan de schoolpoort afzet, helemaal tegen.'
tlb
© 2010 Corelio



© 2007 Hilde Crevits