Uit de peilingsresultaten voor wiskunde in de eerste graad van het secundair onderwijs (A-stroom) blijkt dat leerlingen net als in 2009 met wisselend succes presteren. Voor omgaan met data en ruimtemeetkunde doen de leerlingen het bij de huidige peiling beter. Op toetsen waarbij bewerkingen moeten worden gemaakt of gerekend met veeltermen doen de leerlingen het minder goed dan in 2009. Een opvallende bevinding is dat de motivatie van de leerlingen voor wiskunde, voornamelijk bij meisjes, erop vooruit gaat ten opzichte van 2009. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits verwacht veel van de modernisering van het secundair onderwijs die volgend schooljaar in gaat. Met de nieuwe eindtermen zijn er duidelijke evalueerbare doelen geformuleerd die moeten worden opgenomen in de leerplannen. Het concept basisgeletterdheid waarin ook wiskunde vervat zit, wordt ingevoerd. Scholen kunnen in de eerste graad extra ruimte voorzien in het lessenpakket om te verdiepen of bij te spijkeren waar nodig.

De peiling wiskunde werd half mei 2018 afgenomen in de A-stroom van de eerste graad secundair onderwijs bij 2.985 leerlingen uit 104 scholen verspreid over heel Vlaanderen. Het was een herhaling van de peiling wiskunde uit 2009. Met deze peiling worden de prestaties van leerlingen voor een bepaald leergebied of vak in kaart gebracht en wordt nagegaan welke factoren een invloed hebben op die prestaties. Scholen die hebben deelgenomen aan de peiling worden geïnformeerd over de prestaties van hun leerlingen. Scholen zijn zelf de eerste verantwoordelijken om te werken aan onderwijskwaliteit. De peilingsresultaten van hun leerlingen geven hen daarbij waardevolle informatie.

Resultaten wiskunde wisselend per toets

De resultaten van de huidige peiling zijn, net zoals in 2009, wisselend per toets. Zo zien we een heel goed resultaat voor ‘ruimtemeetkunde’ (96% haalt de eindtermen) en goede resultaten voor ‘getalinzicht’ (73% haalt de eindtermen).  Voor de toetsen ‘algebraïsering’ (57% haalt de eindtermen), ‘omgaan met data’ (60% haalt de eindtermen) ‘meetkundige begripsvorming’ (64% haalt de eindtermen) en ‘meetkundige procedures: constructies’ (57% haalt de eindtermen) behaalt nog meer dan de helft van de leerlingen de eindtermen. Voor ‘evenredigheden’ is dit iets minder dan de helft (45% haalt de eindtermen). Voor de toetsen ‘bewerkingen’ (22% haalt de eindtermen) en ‘rekenen met veeltermen’ (28% haalt de eindtermen) zijn de resultaten teleurstellend.

Bij de vergelijking van de peilingsresultaten van 2018 met die van 2009 verschilt de richting van de trend van toets tot toets. Voor de toetsen ‘getalinzicht’, ‘rekenen met veeltermen’, ‘algebraïsering’ en ‘meetkundige begripsvorming’ blijven de resultaten nagenoeg stabiel tussen de peiling in 2009 en de peiling in 2018. Voor de toetsen ‘bewerkingen’, ‘evenredigheden’ en ‘meetkundige procedures: constructies’ is er een achteruitgang ten opzichte van 2009. Voor ‘ruimtemeetkunde’ en ‘omgaan met data’ stellen we een vooruitgang vast ten opzichte van de vorige peiling.

Figuur 1 – Resultaten per toets voor de peiling van 2018 en 2009.

14-jarigen meer gemotiveerd voor wiskunde dan vroeger

Ook de motivatie van de leerlingen voor wiskunde werd bevraagd. De meeste leerlingen vinden dat wiskunde hen helpt in het dagelijks leven. Ze willen goed presteren voor wiskunde om het volgende schooljaar de studierichting van hun keuze te kunnen volgen. Twee derde van de leerlingen doet graag wiskunde. Een opvallende bevinding is dat de motivatie van de leerlingen voor wiskunde, voornamelijk bij meisjes, erop vooruit gaat ten opzichte van 2009.

Verschillen tussen leerlingen

Er zijn grote verschillen in prestaties tussen de verschillende basisopties. Zo presteren leerlingen uit de basisopties Latijn en Grieks-Latijn over de gehele lijn het best. Leerlingen uit de basisopties industriële wetenschappen en techniek-wetenschappen doen het op vier toetsen (getalinzicht, evenredigheden, meetkundige begripsvorming, meetkundige procedures constructies) bijna even goed als de leerlingen uit klassieke talen. Leerlingen uit andere technische en artistieke opties presteren voor alle toetsen het minst goed. Jongens doen het beter voor vier van de tien toetsen (bewerkingen, algebraïsering, omgaan met data en meetkundige procedures rekenen). Voor de overige zes toetsen is er geen verschil tussen jongens en meisjes. Leerlingen die thuis een andere taal spreken, doen het minder goed op alle toetsen.

De motivatie van de leerlingen voor wiskunde en het belang dat ze hechten aan wiskunde blijken een belangrijke factor in het verklaren van de resultaten. Bovendien valt op dat deze factoren samenhangen met de basisoptie van de leerling. Leerlingen uit industriële wetenschappen, techniek-wetenschappen en klassieke talen zijn het meest gemotiveerd voor en hechten het meest belang aan wiskunde. Jongens zijn meer gemotiveerd dan meisjes. Deze kenmerken hangen positief samen met de resultaten. Ook de attitude van de ouders ten opzichte van wiskunde hangt positief samen met de prestaties van hun kinderen.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Uit de peiling blijkt dat onze jongeren alvast beschikken over de juiste leermotivatie voor het vak wiskunde en het is goed dat ze inzien dat een goede kennis ervan hen kan helpen in het dagelijks leven. Op sommige domeinen scoren ze ook heel goed. Toch zijn de resultaten voor sommige toetsen onvoldoende of zelfs ondermaats. Met de nieuwe eindtermen voor de eerste graad hebben we duidelijke evalueerbare doelen geformuleerd en voeren we het concept basisgeletterdheid in waar ook wiskunde in vervat zit. Een lat waar elke jongere afzonderlijk over moet. De modernisering van het secundair onderwijs laat ook toe dat scholen extra ruimte voorzien in het lessenpakket om te verdiepen of bij te spijkeren waar nodig.”

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.