Betere samenwerking tussen pedagogische begeleidingsdiensten onderling, met scholen en de onderwijsinspectie, inzetten van experten en meer aanwezig zijn op de werkvloer. Het zijn een paar van de prioriteiten uit het rapport over de pedagogische begeleidingsdiensten. In opdracht van de Vlaamse Regering heeft een commissie van deskundigen, onder voorzitterschap van de afscheidnemende Georges Monard, een opvolgingsevaluatie gemaakt van de pedagogische begeleidingsdiensten van de scholen en de Centra voor Leerlingenbegeleiding. De belangrijkste bevindingen en adviezen staan in een rapport gericht aan het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil op korte termijn afspraken maken met de begeleidingsdiensten over een evolutie naar pedagogische begeleiding 2.0. Na de hervorming van de inspectie is nu ook de hervorming van de begeleidingsdiensten aan de orde.

 

De onderwijsinspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten werden opgericht in 1988 toen Vlaanderen bevoegd werd voor onderwijs. Zij staan scholen en Centra voor Leerlingenbegeleiding bij om kwaliteitsvol onderwijs te garanderen en nascholingen te organiseren. De nascholingen over het M-decreet zijn daar een voorbeeld van. Maar ook als een school een negatieve doorlichting heeft gekregen, kan zij voor advies terecht bij de pedagogische begeleidingsdiensten. Alles samen zorgen bijna 600 personeelsleden verspreid over 11 verschillende diensten voor de begeleiding van ruim 3.900 scholen en 72 Centra voor Leerlingenbegeleiding. De overheid en de scholen slaan daarvoor de handen in elkaar.

 

Om de 6 jaar worden de begeleidingsdiensten grondig geëvalueerd. In 2013 concludeerde de “Commissie Monard” dat alle diensten naar behoren functioneerden, maar er waren een aantal kritische bedenkingen en verbeterpunten. Nu, in 2019 is er een opvolgingsevaluatie gemaakt. Scholen, Centra voor Leerlingenbegeleiding en ondersteunende diensten worden uitgedaagd door een aantal broodnodige hervormingen zoals de modernisering van het secundair onderwijs, de nieuwe eindtermen, de hervorming van de leerlingenbegeleiding, het M-decreet en de bijsturingen, het langverwachte DKO-decreet en het nieuwe referentiekader Onderwijskwaliteit waar ook de onderwijsinspectie mee werkt.

 

De commissie schreef per dienst een rapport op basis van de evaluatie uit 2013, een individueel dossier van elke dienst en grondige gesprekken met alle betrokkenen (begeleiders, directies, leerkrachten en CLB-medewerkers en externe deskundigen). De belangrijkste bevindingen en adviezen werden samengebracht in een overkoepelend rapport gericht aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. De aanbevelingen van de commissie kunnen de diensten verder op weg zetten om aan de uitdagingen doordacht het hoofd te bieden en op die manier hun opdrachten ten aanzien van hun doelgroep waar te maken.

 

Betere samenwerking en aanwezig zijn in scholen

De commissie stelt vast dat de begeleidingsdiensten aan de slag zijn gegaan met de verbeterpunten uit 2013. Ze zetten vooral in op het omgooien van hun organisatiestructuur. Het werken aan een vernieuwende begeleidingscultuur is te veel achterwege gebleven. Positief is dat ze al vaker op de werkvloer te vinden zijn en dat de nascholingen omgevormd werden tot echte begeleidingstrajecten. Vroeger waren er tal van eenmalige nascholingsmomenten die door de korte duur een heel beperkte impact hadden. Die zijn omgevormd tot begeleidingstrajecten waarbij op meerdere momenten op één thema wordt ingegaan om zo effectiever te zijn.

Het garanderen van kwaliteitsvol onderwijs in een snel veranderende wereld, vraagt blijvend kwaliteitsvolle begeleiding en ondersteuning van de scholen en de CLB’s. Het blijvend investeren in begeleiding ziet de commissie als één van de belangrijkste aanbevelingen aan de overheid.

Daarnaast valt op dat diensten die echt keuzes durven maken om zich bijvoorbeeld toe te spitsen op nascholingen over één bepaald thema, goed werken. De beschikbare middelen worden specifiek ingezet waardoor er veel gerichter gewerkt kan worden. Op die manier is het ook helder voor scholen en CLB’s waarvoor zij terecht kunnen bij een pedagogische begeleidingsdienst.

 

De commissie adviseert de pedagogische begeleidingsdiensten om prioritair aandacht te schenken aan:

 

  1. Het versterken van de aanwezigheid op de werkvloer.

 

  1. Het uitbouwen van sterkere samenwerking, tussen de diensten en met externen. De commissie vraagt in dit verband bijzondere aandacht voor het deeltijds kunstonderwijs (DKO) en volwassenenonderwijs (VWO). De toepassing van het nieuwe DKO decreet, met nieuwe accenten in visie en aanpak, vraagt een deskundige ondersteuning. In het VWO is de netoverschrijdende samenwerking al goed ontwikkeld, maar deze mag nog versterkt worden om beter aan de noden te kunnen voldoen.

 

  1. Het uitwerken van een concrete begeleidingsvisie die het handelen van de begeleiders stuurt en de dienst toelaat om duidelijke prioriteiten te stellen en de effectiviteit van de interventies zo goed mogelijk op te volgen. De overheid moet tegelijk meer mogelijkheden creëren voor de diensten om duidelijke prioriteiten te stellen in hun decretale opdrachten.

 

  1. Het versterken van de interne begeleidingscapaciteit van scholen en CLB’s, gekoppeld aan een sterk onderwijskundig leiderschap bij directies en ervaren leerkrachten en CLB-medewerkers.

 

  1. Het vastleggen van instapcompetenties van begeleiders om zo de minimumkwaliteit van de begeleiding te bewaken. Rekrutering en selectie moeten streng gebeuren. Even essentieel is de permanente professionalisering om te komen tot het doorgroeiniveau van een ervaren en bekwaam begeleider. Pedagogische begeleiding moet uitblinken in expertise.

 

  1. Het gezamenlijk ontwikkelen van definities en instrumenten om nog beter het bereik, de tijdsbesteding en de effectiviteit van de begeleiding vast te stellen.

 

Begeleidingsdiensten 2.0

Het is duidelijk dat een goede pedagogische begeleiding een grote meerwaarde kan zijn voor scholen en CLB’s. Zes jaar geleden was er een eerste evaluatie van de werking van de pedagogische begeleidingsdiensten waaruit een aantal werkpunten naar voren kwamen. Na de hervorming van de inspectie is nu ook de hervorming van de begeleidingsdiensten aan de orde.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Een goede pedagogische begeleiding is een grote hulp voor de vele scholen en CLB’s in ons Vlaams onderwijs. Ze vormen de schakel tussen de onderwijsinspectie en de scholen. Ik steun de aanbevelingen die de Commissie Monard naar voor schuift. Na de vernieuwing van de inspectie dringt zich eenzelfde operatie op voor de pedagogische begeleidingsdiensten. Meer aanwezig zijn op de klasvloer is belangrijk om een goede ondersteuning te kunnen bieden en de werking van de scholen nog beter te leren kennen. De diensten moeten verder evolueren naar een eigentijdse begeleidingsdienst, waar scholen op kunnen rekenen. Vanmorgen hebben we al een eerste gesprek over het rapport gevoerd en na de paasvakantie komt daar een vervolg op om inhoudelijke lijnen te trekken en deze te vertalen in een voorstel tot aanpassing van het kwaliteitsdecreet.”

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.