Het niveau van de Nederlandse taal in scholen in de rand gaat zienderogen achteruit als gevolg van het toenemend aantal anderstalige leerlingen. En dat zorgt voor een leerachterstand. Scholen en politici luiden daarom de alarmbel.

Dat het aantal anderstalige leerlingen in de kleuterklasjes en klasjes in de lagere school steeds toeneemt, als gevolg van de verbrusseling van de Noordrand, zal niemand verwonderen. Het aantal anderstalige leerlingen per klas doet dat vermoedelijk wel. De cijfers van de Vlaamse overheid spreken immers boekdelen. Een op vier leerlingen uit het middelbaar onderwijs in Overijse heeft het Nederlands niet als voertaal thuis. Kijken we naar de kleuterklasjes in de druivengemeente, dan stijgt dat aantal tot vier op tien leerlingen. In Vilvoorde, Machelen en Zaventem spreekt meer dan de helft van de leerlingen in de kleuterscholen thuis geen Nederlands. Ook In Sint-Pieters-Leeuw en Sint-Genesius-Rode zijn de cijfers gelijkaardig.

Die taalbarrière veroorzaakt soms leerachterstand en dat baart scholen en lokale politici zorgen. Politici en schooldirecties uit de negentien randgemeenten en Halle vormden ondertussen een taskforce die kort na de paasvakantie een aantal adviezen wil voorleggen aan de Vlaamse regering om dit probleem aan te pakken.

“Die zijn gebaseerd op meerdere pijlers”, zegt Vilvoords schepen van Onderwijs en volksvertegenwoordiger Jo De Ro (Open VLD). “Het is primordiaal om de capaciteit van de scholen op te krikken. De tweede pijler is de taal. De mix van leerlingen is nooit zo divers geweest. Vroeger had je vooral Franstalige Belgen, nu zijn dat ook anderstalige kinderen uit Syrië, Afghanistan en Bulgarije waarbij de ouders in vele gevallen zelfs geen woord Nederlands spreken. Dat probleem kan op meerdere manieren worden aangepakt. Bijvoorbeeld door extra ondersteuning vanuit het Centrum voor Leerlingenbegeleiding.”

“Maar we moeten ook durven gebruikmaken van de expertise uit Brusselse scholen. Die leerkrachten werden tien jaar geleden al met het probleem van een toenemend aantal anderstalige leerlingen geconfronteerd en spelen daar ondertussen perfect op in. Het onderwijscentrum Brussel heeft een goede reputatie bij de leerkrachten in de ondersteuning op de werkvloer en het ontwikkelen van lesmaterialen. Maar ook in de opleiding van leerkrachten moet er iets veranderen: scholen krijgen vaak stagiaires over de vloer die nooit eerder met anderstalige kinderen werkten. Dat is niet meer van deze tijd. De derde pijler betreft de begeleiding van anderstalige kinderen naast de schooluren.”

Ook Zaventems schepen van Onderwijs Ingrid Holemans (Open VLD) pleit om extra steun om het taalniveau op te krikken. “Wij willen voornamelijk meer uren Nederlands in het onderwijs op een zo jong mogelijke leeftijd. Het is noodzakelijk dat anderstalige leerlingen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Anders dreigen ook de Nederlandstalige leerlingen de dupe te worden tijdens het verdere verloop van hun schoolcarrière.”

Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) zelf blijft niet doof voor de problematiek en richtte ondertussen al een werkgroep op om dit probleem aan te pakken.

DIETER DE BEUS

Inhoud ↑

Copyright © 2015 Corelio. Alle rechten voorbehoude

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.