Sinds Yves Leterme enkele maanden geleden besliste om geen burgemeester van Ieper te worden, is het boek over zijn politiek leven geschreven. Jarenlang zat de man van 800.000 stemmen in de cockpit van de Wetstraat. Maar na een omzwerving in Parijs (bij de OESO), zit hij nu in ­Zweden bij Idea, een internationale organisatie die landen begeleidt naar ­democratie. En hoewel hij de echte macht vaarwel zei, zit hij er nog altijd middenin. Letterlijk. Het prachtige Belvedère-gebouw waar Leterme huist, ligt op een idyllisch eilandje, gekneld tussen het Zweeds parlement, het koninklijk paleis en het mythische stadhuis, waar elk jaar de Nobelprijzen worden uitgereikt. De ex-premier gaat duidelijk niet meer gebukt onder het zware juk van de macht en de tol van de populariteit. Hij ziet er ontspannen en gelouterd uit. De laatste jaren lijken geen vat te hebben gehad op hem.

“Ik had makkelijk in de politiek kunnen blijven, maar wou mezelf nog eens uitdagen en een ander leven uitbouwen. De dag nadat ik de sleutels van de 16 doorspeelde aan Elio Di Rupo, ben ik met een stratenplan en in de gietende regen naar Parijs getrokken. En nu doe ik iets dat ik altijd heb willen combineren: iets internationaals, iets in de sport (UEFA) en iets in de bedrijfswereld (het Duitse ­kabelbedrijf Tele Columbus). Ik heb nu een evenwicht gevonden.”

De gezondheidsproblemen die u enkele jaren geleden had, zijn van de baan?

“Dat heeft in 2011 een rol gespeeld in de keuze om iets anders te doen. Het ritme moest toch wat lager. Ik pleegde roofbouw op mijn lichaam. Ik leef nog soms tegen 100 per uur, maar ik heb nu geen stress meer van peilingen of verkiezingen. Er is meer leefkwaliteit.”

Nadat uw regering twee keer was gevallen, leek u nogal verbitterd.

“Toch niet. De bankencrisis in 2008 was een van de moeilijkste periodes uit de naoorlogse geschiedenis en die hebben we goed beheerd. En tijdens de 548 dagen in lopende zaken hebben we nadien het land in moeilijke omstandigheden recht gehouden. Ik was wel ontgoocheld dat we geen communautair akkoord hebben kunnen sluiten. Maar ik voel geen verbittering. Wel het gevoel van de gemiste kans. Ik vind het jammer dat het kartel niet is gelukt. Met dat kartel heb ik onze partij uit het moeras van de oppositie getrokken. We waren in 2003 maar de vierde partij, maar hebben nadien vier verkiezingen gewonnen. Daar ben ik zeer tevreden over.”

U heeft er nog altijd spijt van dat het kartel uit elkaar is gespat?

“Ja. Er is niet alleen nood aan minder politieke versnippering, maar inhoudelijk zaten CD&V en N-VA tien jaar geleden dicht bij elkaar. Veel meer dan nu. Nu vind ik die partij zeer hardvochtig, op sociaal vlak en op veel andere domeinen. Maar er is een grote meerderheid in Vlaanderen voor een politiek die mensen samenbrengt die streven naar een goed evenwicht tussen rechten en plichten, voor een economisch beleid dat zij die vooruit willen kansen geeft en diegenen meetrekt die het moeilijk hebben, voor een politiek met een goede sociale zekerheid, en met een Vlaams bewustzijn binnen een Europees kader … Het is goed dat politieke krachten die dat willen realiseren samen worden gebracht. Ons land heeft nood aan een brede volkspartij. Dat dat niet is gelukt, dat vind ik heel jammer.”

Ondertussen kunnen CD&V en N-VA bijna elkaars bloed drinken.

“Dat heeft natuurlijk te maken met op de spits gedreven onderlinge concurrentie. En er sijpelt wellicht ook verbittering door omdat we in het verleden een gezamenlijk doel hadden, maar er niet in geslaagd zijn dat te ­halen.”

Samen regeren, is in elk geval geen sinecure. Er wordt veel ­geruzied en het gat in de begroting krijgen ze niet dicht.

“Budgettair moet orde op zaken worden gesteld. We moeten de Europese afspraken nakomen. En een schuld van 107 procent … We moeten ons ervan bewust zijn dat de minste ­opstoot van de rente een serieus probleem kan zijn. Zo'n schuld maakt je zeer kwetsbaar. We slepen het probleem nu al 40 jaar met ons mee. Terwijl die schulden de ­marge om beleid te voeren wurgen. De olieprijs en de rente staan historisch laag. Het is dus het moment.”

Lijdt de Belgische politiek niet ­ te veel aan kortetermijndenken?

“Vooral qua mobiliteit moet er iets gebeuren. Neem nu de bedrijfswagens. Die spelen daar een zeer negatieve rol in. De gunstige fiscale voorwaarden afbouwen, is niet ­populair. Maar als ik hier in Stockholm rondkijk, zijn er veel minder files dan in Brussel en Antwerpen. Omdat het minder voordelig is. Je moet uiteraard wel kijken naar hoe je de koopkracht van de mensen niet te veel aantast en de lonen niet te veel laat stijgen. Maar over sommige dingen moeten eindelijk eens knopen worden doorgehakt. De mobiliteit in ons land is echt een vraagstuk. Er zijn zo veel blokkeringen. Niet alleen de bedrijfswagens, ook Oosterweel, de tunnels in Brussel, het spoorverkeer dat niet optimaal is.”

Naast de tunnels is er ook nog de terreur die ons land heeft opgezadeld met een slecht imago. Brussel wordt de Europese hoofdstad van de jihad genoemd. Wordt u daarover aangesproken?

“Molenbeek is inderdaad een begrip. We betalen nu de tol voor het gebrek aan een assertief beleid tegenover de gemeenten. Het federale niveau mocht wel geld geven, maar hen dingen opleggen, kon niet. In naam van de gemeentelijke autonomie. Er is ­inderdaad imagoschade geleden. Ook in het verre buitenland wordt gesproken over Molenbeek.”

Met het imago van de Vlaamse ­regering en haar leider is het ook niet al te best gesteld. Dat is vroeger altijd anders geweest.

“Die Turteltaks is wel zwaar aangekomen, merk ik als ik in België ben. En ik heb ook de indruk dat er minder tot de verbeelding sprekende figuren in de Vlaamse regering zitten. Ik spreek niet voor mezelf, maar Kris Peeters was toch anders. Geert Bourgeois kiest ook voor een minder geprofileerde rol. Hij is ook minder in de contramine met de federale regering dan Peeters. Maar als minister-president moet je niet alleen voor eensgezindheid zorgen, maar ook de anderen laten scoren. Als iedereen kan scoren, straalt dat ook af op de ­minister-president. Elkaar vliegen ­afvangen, heeft geen zin.”

Heeft u nog veel contact met ­partijgenoten?

“Met Wouter Beke, Inge Vervotte en Hilde Crevits heb ik nog wel contact. Jo Vandeurzen is hier onlangs nog geweest. Kris Peeters ook. Ik heb hem in de politiek geloodst, wat mij nog altijd de gramschap oplevert van Eric Van Rompuy, die daardoor geen minister werd. Ik heb nochtans nog altijd ­bewondering voor zijn deskundigheid en hardnekkigheid.”

U heeft met Inge Vervotte, Kris Peeters of Ivo Belet veel mensen van buiten de politiek binnengeloodst.

“Er zijn te veel loopbaanpolitici. Mensen die via een kabinet de politiek binnenkomen en er dan dertig jaar in blijven. Er moet veel meer wissel­werking zijn tussen het werkelijke ­leven en de Wetstraat. Sommige politici hebben nooit buiten de politiek gewerkt en weten niet hoe het dagelijkse leven is. Inge Vervotte kon makkelijk nog vijftien jaar op topniveau hebben meegedraaid, maar ze maakte de overstap naar de zorgsector. Chapeau. Ik hoop dat ze ooit terug naar de politiek gaat en haar ervaringen weer in de politiek aan bod laat komen.”

U zou uw ervaring in de privé ook nog kunnen gebruiken.

“Ik heb alles gedaan wat ik kon doen, behalve burgemeester en gouverneur. Mijn politieke parcours is gereden.”

En binnen enkele jaren weer terug naar België om voor geit Trudy te zorgen?

“Mijn geiten heb ik niet meer. De ­legendarische Trudy is ondertussen jammerlijk gestorven. De andere zijn wel in goede handen. Hier zijn het edelherten, maar die kweek ik niet.”

Farid El Mabrouk

Inhoud ↑

Copyright © 2015 Corelio. Alle rechten voorbehouden

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.