17 februari 2017

“Economie of godsdienst in het Frans? Graag!” “Leerkrachten goed voorbereiden”

 

ROESELARE/ KORTRIJK. Lesgeven in een vreemde taal: West-Vlaanderen scoort op dat vlak al jaren goed. Al maar meer scholen van het secundair onderwijs kiezen er voor om lessen in een vreemde taal aan te bieden. Minister van Onderwijs Hilde Crevits ondersteunt die onderwijsvorm volop.

Dat onderwijzen van zaakvakken in een andere taal dan het Nederlands heet officieel CLIL en dat staat voor Content and Language Integrated Learning. Het klinkt niet alleen ingewikkeld, het vergt ook heel wat van leerkrachten om zomaar aardrijkskunde in het Frans te geven, bijvoorbeeld. En dus krijgen leerkrachten de kans om bij te scholen. Dat gebeurt in centra voor volwassenonderwijs in Roeselare en Kortrijk in samenwerking met hogeschool Vives en met de West-Vlaamse dienst pedagogische studiebegeleiding. Begin van deze maand kunnen leerkrachten niet alleen taalmodules Engels en Frans volgen, maar ook didactiek en management om het gebruik van een vreemde taal voor hun vak te leren.

Die cursussen zijn in de eerste plaats bedoeld voor leerkrachten (bachelors en masters) uit zowel secundair als hoger onderwijs die een zaakvak in een vreemde taal (willen) geven. Maar ook voor directies en mensen uit de ondersteunende diensten op een school kunnen die opleiding volgen.

Inge Disbecq is lesgever in het tweedekansonderwijs in Vivo Kortrijk waar ze Nederlands geeft en aan trajectbegeleiding doet. Ze geeft ook enkele uren in de Lerarenopleiding van Vivo en ze verzorgt eveneens het pedagogische luik van deze talenopleiding (CLIL-opleiding).

“We bieden de CLIL-opleiding aan samen met CVO Roeselare waarmee we zullen samensmelten. Wij hebben een lerarenopleiding in huis en zij bieden taalopleidingen aan. Directeur Karel Moestermans zag meteen een uitgelezen kans om aan het CLIL-verhaal mee te schrijven. Kortrijk zal de pedagogische kant verzorgen terwijl Roeselare zich bekommert om de taalopleidingen.”

“De pedagogische opleiding bestaat uit een reeks van vier zaterdagvoormiddagen en een volledige zaterdag waar de toekomstige CLIL-leerkrachten wegwijs worden gemaakt in de specifieke didactiek. Daarin komen vooral activerend lesgeven en differentiatie binnen de klas aan bod. Ook komt er een ICT-opleiding waarin specifieke talenprogramma’s worden toegelicht.”

“Het is de bedoeling dat de leerling wordt geëvalueerd voor het zaakvak. Ze worden dus niet op het taalgebruik getoetst. Maar we hopen natuurlijk in de eerste plaats dat de leerlingen hun taalgevoel aanscherpen en een grote vooruitgang boeken in het begrijpen en spreken van Engels of Frans.”

“Het speciale aan deze opleiding is dat ze op maat gemaakt is voor mensen die zelf al les geven. Die leerkrachten zijn didactisch opgeleid om een zaakvak te geven

maar nu moeten ze ook taaldidactiek gebruiken om hun vak te geven. De pedagogische opleiding weegt minder door dan de taalopleiding in CLIL omdat de leerkrachten in hun lerarenopleiding al een goede pedagogische vorming hebben gekregen. Zie het dan ook meer als een uitgebreide bijscholing.”

“In principe kan ieder vak in een vreemde taal worden onderwezen, maar in de praktijk merken we toch dat het meestal vakken zijn zoals aardrijkskunde, economie en geschiedenis in het algemeen secundair onderwijs die in het Engels of Frans worden gegeven. De beleidsmensen zouden dat graag uitgebreid zien naar typische vakken in het technisch en beroepsonderwijs maar de taalfactor kan daar een beslissende component zijn. Een van de vereisten om een vak in een vreemde taal te geven is dat de lesgever een C1-niveau heeft.” Dat is een behoorlijk hoog taalniveau, net onder dat van een oorspronkelijke taalgebruiker (native speaker). Dat kan dus een hinderpaal zijn.

Elien Jaques uit Torhout is één van de leerkrachten die de taalcomponent van de CLIL-opleiding in Roeselare geeft. Elien is master in de meertalige communicatie en geeft Frans en Engels in de derde graad van het college van Torhout. In CVO Roeselare geeft ze de module Engels aan de toekomstige CLIL-leerkrachten. “Lesgeven aan leerkrachten? Dat valt echt goed mee”, lacht Elien Jaques. “Dat is de allereerste vraag van iedereen. “De leerkrachten krijgen een intensieve taaltraining van vier uur per week gedurende twaalf weken. Voor de start werden alle deelnemers getest want ze moesten een voldoende basiskennis (B2) hebben om te mogen beginnen. Na de cursus en bijhorende geslaagde evaluatie kunnen ze in hun eigen school een zaakvak in een vreemde taal geven.”

“In deze taalopleiding leggen we vooral de nadruk op de spreek- en luistervaardigheden. Er wordt veel aandacht besteed aan communicatieve vaardigheden om zelf vlot les te geven maar ook om de interactie met de leerlingen zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. Naast de opleiding in het CVO zelf is er ook een deeltje afstandsonderwijs. De leerkrachten krijgen opdrachten die dan meer gericht zijn op het eigen vakgebied. Maar het spreekt voor zich dat de leerkrachten ook hiervoor ondersteuning krijgen van de opleiders.”

“In de school zelf wordt een CLIL-leerkracht natuurlijk niet aan zijn of haar lot overgelaten. Die leerkracht komt in een vakteam terecht waarin zeker ook een taalleerkracht feedback en ondersteuning biedt. Dat kan gaan van het nalezen van lesvoorbereidingen, overhoringen en examens tot taal- en uitspraaktips. Ook bij mondelinge examens kan een taalleerkracht de vakleerkracht helpen door aanwezig te zijn. Een CLIL-opleiding moet echt wel in teamverband aangepakt worden om succesvol te zijn.”

“Het is inderdaad een grote uitdaging voor de vakleerkracht maar ook voor de taalleerkracht. Voor beiden is het een serieuze verzwaring van hun opdracht. Er is ruimte om CLIL te geven maar er zijn geen extra uren ondersteuning voorzien. Dat lesgeven in een vreemde taal steunt dus op puur engagement en dat is niet altijd zo evident.”

“Het onderwijs zet meer en meer in op zaakvakken die in een vreemde taal worden gegeven, CLIL genoemd, en wij proberen de leerkrachten die dat zullen geven daar zo goed mogelijk op voor te bereiden”, vertelt directeur Ann Derycke. “Scholen bieden aardrijkskunde, geschiedenis, economie of biologie in het Frans of Engels aan maar ik heb ook al gehoord van Latijn dat in het Frans wordt gegeven.”

“De eindcompetenties van een zaakvak in het Nederlands of in het Frans zijn dezelfde”, zegt algemeen directeur Karel Moestermans. “Maar het komt er wel op aan dat de CLIL-leerkrachten een hoog taalniveau halen om de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden .“

Peter Soete

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream