23 november 2017

“Twintig kinderen begeleiden in 22 lesuren? Veel te weinig”

 

Het nieuwe systeem om kinderen met een beperking te ondersteunen in het gewoon onderwijs, voldoet in de verste verte niet. Dat vindt de koepel van het katholiek onderwijs, dat ­extra middelen eist. Ook Fien Pollie (27), een kersverse ondersteuner in West-Vlaanderen, staat het water al na twee maanden aan de lippen. “Het is pompen of verzuipen.”

Ze ondersteunt vijf scholen, begeleidt twintig kinderen in 22 lesuren, werkt samen met achttien klasleraren, zit maandelijks 1.200 kilometer in de auto, moet aan vijf ­directeurs geregeld verantwoording afleggen.

Het lijstje taken die ondersteuner Fien Pollie in een open brief aan onderwijs­minister Hilde Crevits (CD&V) opsomt, oogt indrukwekkend. Het water staat haar dan ook aan de lippen. “Ik weet niet waar ik de energie ga blijven halen. Ik ben moe, ik ben op”, zegt ze.

De oorzaak? Het nieuwe ondersteuningsmodel voor kinderen met een beperking of leerstoornis in het gewone onderwijs, dat op 1 september van start ging. Het rigide systeem waarbij elke leerling met een zorgnood een vast aantal uren per week hulp kreeg vanuit het buitengewoon onderwijs, maakte plaats voor de flexibelere ondersteuningsnetwerken. Het is de volgende stap in de plannen van de Vlaamse regering om meer werk te maken van inclusief onderwijs, binnen het zogenaamde M-decreet.

Een visie waar Fien helemaal achterstaat. Ze koos er dan ook bewust voor om in het ondersteuningsnetwerk van het gemeentelijk onderwijs in West-Vlaanderen aan de slag te gaan. Maar wat mooi klonk in theorie, blijkt in de praktijk helemaal ­anders te gaan.

“Ik kan mijn job niet naar behoren uitvoeren, ook al werk ik hele avonden door, en het ergste is dat de kinderen daar onder lijden”, zegt Fien. “Ik moet twintig kinderen begeleiden in 22 lesuren. Dat is veel te weinig. In dat uur moet ik ook overleggen met de zorgcoördinatoren en klasjuffen. Maar daar kom ik amper aan toe. Ik zou ook de leerkrachten moeten ondersteunen, maar daar is gewoon geen tijd voor.”

De twintig leerlingen die ze begeleidt, hebben heel uiteenlopende ­beperkingen of stoornissen. “Van motorische tot gedragsproblemen, terwijl ik daar niet allemaal in ben gespecialiseerd”, zegt Fien. “Daardoor blijf ik bij sommigen op de ­oppervlakte, terwijl ik veel dieper zou willen gaan.”

“Bovendien”, zegt ze, “kunnen we niet ingaan op alle zorgvragen van leerlingen. Vooral kinderen die geen specifieke diagnose hebben, maar die wel heel moeilijk gedrag stellen, kunnen we nu niet helpen. Dat is heel erg. Het is nu dat we moeten ingrijpen, voor ze schoolmoe worden, geen zin meer hebben om te leren en we ze helemaal verliezen.”

Moeilijk gedrag

Fien zegt niet alleen te staan, en dat veel van haar collega's lijden onder de “onhoudbare werkdruk”. Haar directeur zegt alleszins haar bezorgdheid te delen.

Ook de koepel van het katholiek onderwijs eist al sinds de start van het M-decreet in 2015 extra middelen. “Het is pompen of verzuipen”, zegt topman Lieven Boeve. “Zolang er geen extra middelen komen, zal dat ook zo blijven. Dat is bijzonder jammer, want de onder­steuningsnetwerken leveren goed werk en het gaat hier over de meest kwetsbaren in onze samenleving.”

Hilde Crevits benadrukt dat ze al 40 miljoen euro extra in het systeem pompte en dat er 300 extra personeelsleden aan de slag zijn. “Ze vangt wel signalen op dat niet elke euro op de klasvloer terechtkomt”, klinkt het op haar kabinet. Waar dat geld dan wel belandt, daar kwam gisteren geen antwoord op. In ieder geval wordt er gewerkt aan een eerste evaluatie “om waar nodig bij te sturen”.

Jens Vancaeneghem

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream