19 februari 2018

De passie van Devos

 

De Vlaamse regering beslist binnenkort over een hervorming van de erfbelasting. Die moet eenvoudiger worden, en aangepast aan nieuwe samenlevingsvormen. De bewegingsruimte is wel budgettair beperkt: maximaal 172 miljoen euro, op totale inkomsten van 1,3 miljard. Dat is begrijpelijk, want nodig voor de budgettaire stabiliteit. Geen land heeft immers meer inkomsten via erfbelasting: 0,6 procent van het bbp.

Maar tegelijk is die inperking jammer. Ze verhindert een meer grondige herwerking, die vanuit heldere fundamenten kan vertrekken. Het debat over de erfbelasting is immers zeer principieel. Nu dreigt de discussie eerder over cijfers dan over principes te gaan. Dat is dikwijls zo op het Vlaamse beleidsniveau.

De gesprekken daar lijken voor velen veeleer technisch, ambtelijk, bestuurlijk, zakelijk. Minder begeesterend, ideologisch, emotioneel of zelfs verstaanbaar dan op federaal niveau. Dat is zeker niet altijd het geval, maar vaak wel. Zo is er minder beroering over de hervorming van de erfbelasting, waar veel stervelingen mee te maken krijgen, dan over de invoering van een effectentaks, waar slechts de rijksten een klein beetje last van kunnen hebben.

Die schaduwpositie van het Vlaamse ten aanzien van het federale niveau is niet nieuw. In het verleden verlieten twee zittende minister-presidenten (Patrick Dewael en Yves Leterme) het Vlaamse niveau om op federaal niveau regeringsleider te worden. Het omgekeerde gebeurde nog nooit. Geen staatshervorming die dat kon keren.

Essentiële zaken

De verklaring is veelzijdig en niet eenvoudig. Een is alvast dat het Vlaamse niveau slachtoffer is van zijn eigen reputatie: er is vaak meer aandacht voor de federale arena, omdat die meer spektakel belooft. In het Vlaams Parlement zitten best wel enkele begenadigde smaakmakers, maar pakweg Patrick Dewael (Open Vld), Kristof Calvo (Groen) of Raoul Hedebouw (PTB) hebben meer kans op het netvlies te blijven hangen. Een en ander heeft ook met reglementen en architectuur te maken. En met de prozaïsche cultuur. Bovendien vaart de Vlaamse regering in rustiger water. Daar leidt de grootste partij wel en vakkundig en is er een goede verstandhouding tussen de West-Vlaamse sterkhouders (Bourgeois, Crevits, Tommelein).

Budgettair is het Vlaamse niveau nochtans invloedrijker dan het federale, maar met de sociale zekerheid erbij wordt die laatste dan weer het grootste en meest relevante.

Bevoegdheden van het Vlaamse niveau zijn veelal minder zichtbaar (dan bijvoorbeeld veiligheid, asiel of sociale zekerheid), anderzijds zijn ze ook in regel tastbaar, heel concreet in het leven van alledag. Dat is zo met de erfbelasting, maar op Vlaams niveau regelen we ook of we kunnen wandelen in natuurgebied, waar en hoe we bouwen, de eindtermen in het onderwijs of de inburgering van nieuwkomers, het armoede-, werkgelegenheids- en zonnepanelenbeleid, de investeringen in onderzoek en infrastructuur, onze mobiliteit en zorg voor ouderen en mensen in moeilijkheden, en ga zo maar door.

Dat Vlaamse niveau omvat dus echt wel de essentie van het dagelijkse leven, die zaken waar wij echt mee bezig zijn, maar raakt vaak ondergesneeuwd onder het federale beleid. Waar veel meer principiële keuzes zouden wachten. Dat klopt echter niet, al worden die keuzes op het federale niveau vaak duidelijker geformuleerd. Volgende week stellen ze zich ook op Vlaams niveau.

Wie de voorbije dagen de moeite deed, kon al die keuzes in de discussie over de erfbelasting oplijsten. De voorstellen die de partijen formuleerden werpen, binnen een zekere bandbreedte, een blik op hun mens- en maatschappijvisie.

Zo voorziet de sp.a een vrijstelling voor iedereen tot 250.000 euro, met daarbovenop een progressieve belasting, en wil Open Vld de erfbelasting helemaal schrappen. Voor Groen mag die gerust meer opbrengen.

Voor de een is erfenis als onverdiend vermogen een grote bron en bevriezing van ongelijkheid, voor de ander moet het eigendomsrecht van het reeds belaste vermogen in alle vrijheid overgedragen kunnen worden. Voor de een moet de staat afromen en herverdelen, bij voorkeur langs een vermogenskadaster, voor de ander moet de staat faciliteren dat burgers de vrucht van hun leven onverkort aan dierbaren doorgeven.

Dat laatste standpunt botst tegen de veelvuldige vaststelling dat erfenis groeiende ongelijkheid bestendigt en de meeste fortuinen uit erfenis bestaan. Een progressieve erfbelasting krijgt in debatten meer intellectuele rugwind, zeker als die via een taxshift andere belastingen kan verlagen. Maar in het beleid draait het vaak anders uit: ook daar wil men veelal 'overheidsbemoeienis' afbouwen. Dat wat men in het leven kon opbouwen na de dood ongeschonden aan het eigen bloed toekomt, lijkt immers een zaak van intuïtieve rechtvaardigheid.

Nochtans is de erfbelasting een heilzame investering in allerlei beschermingsprogramma's die de overheid voor zovelen moet voorzien en in de infrastructuur die de opbouw van welvaart mogelijk maakt. Maar die argumentatie moet bergop gevoerd worden. Het is een ander model dan dat van de samenleving met klassengeneeskunde, waarin niet de complexiteit van zijn diagnose, maar de portefeuille van de patiënt bepaalt hoe gespecialiseerd of ervaren de behandelende arts is. De vraag welke samenleving onze kinderen erven wordt evenzeer op Vlaams niveau beslist.

CARL DEVOS

Copyright © 2017 De Persgroep Publishing. Tous droits réservés

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream