23 mei 2017

'Eeuwige student is onbetaalbaar'

 

Studenten die in 2011 aan hun hogere studies begonnen, kunnen na vier jaar studeren veel minder vaak een diploma voorleggen dan hun collega's die in 2008 startten, blijkt uit cijfers opgevraagd door sp.a. Wil dat zeggen dat er minder studenten afstuderen aan onze universiteiten en hogescholen? Helemaal niet, zegt professor onderwijskunde Martin Valcke van UGent, want dat aantal blijft nagenoeg gelijk. "Wat de cijfers wel heel duidelijk aangeven, is dat steeds minder studenten hun studies in vier jaar afronden. Het normtraject, zoals we dat noemen, is steeds zeldzamer geworden."

Het is het gevolg van de flexibilisering van het hoger onderwijs. Die dateert al van 2005. Sindsdien is het onderwijs gestructureerd in bachelor- en masterstructuren en is het hoger onderwijs niet meer georganiseerd in studiejaren, maar in studiepunten. "De bedoeling was dat studenten hun eigen tempo zouden kunnen volgen, want het oude systeem naar studiejaren was effectief veel te rigide", zegt Valcke. "Maar in de plaats hebben we nu waar we Nederland vroeger om uitlachten: eeuwige studenten. En dat in een volledig door de overheid gefinancierd stelsel."

De maatschappelijke kosten worden onhoudbaar. Het leerkrediet, het zogenaamde rugzakje met studiepunten waardoor je maar kunt doorgaan met studeren zolang je genoeg punten verdient, is ervoor in het leven geroepen. "Maar dat was niet voldoende", zegt Valcke.

Er zijn niet alleen de maatschappelijke kosten, ook de onderwijsinstellingen dragen de financiële gevolgen. Zij worden nu enkel nog in het eerste jaar betaald per ingeschreven student. Daarna volgt een vergoeding aan de hand van studiepunten: is die student niet voor de volle pot ingeschreven, dan daalt de vergoeding. "Het gevolg is dit: terwijl een instelling vroeger per student nog tussen de 8.000 en 9.000 euro per student ontving van de overheid, is dat nu zo'n 5.000 à 6.000 euro", zegt Valcke. Volgens minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) bedraagt het gemiddelde 7.000 euro per student.

Bij de universiteiten valt de impact nog enigszins mee. De hogescholen staat het water al tot hoger dan de lippen, zegt Machteld Verbruggen, algemeen directeur van Thomas More. "Al die individuele trajecten zijn ontzettend moeilijk te organiseren. Een flexibele aanpak is te doen, zolang je voldoende studenten hebt die het modeltraject volgen. Maar zij zijn vandaag de uitzondering geworden."

Verbruggen en Valcke houden hetzelfde pleidooi: herzie dat flexibiliseringsdecreet en schrap de negatieve bijwerkingen. "Proberen zou uit het woordenboek van een student geschrapt moeten worden", zegt Valcke. "Als hij niet slaagt in een eerste semester, laat hem dan overstappen naar een andere richting. Dát zou de definitie van flexibel hoger onderwijs moeten zijn. En misschien moeten we ook maar een paar jaar keihard zijn en een selectieproef organiseren na het secundair onderwijs."

Een herziening van het decreet is niet aan de orde, zegt Crevits, maar betere oriëntering is ook haar codewoord. De minister wijst naar eerdere maatregelen, zoals de oriënteringsproef in het secundair onderwijs en de instapproef voor lerarenopleidingen aan hogescholen.

Crevits heeft de VLOR, de Vlaamse onderwijsraad, ook gevraagd om het leerkrediet te bekijken. Maar studenten moeten wel alle kansen blijven krijgen, benadrukt ze. "Participatie aan hoger onderwijs moeten we stimuleren, ook al slaagt niet iedereen meteen."

ANN VAN DEN BROEK

Copyright  © 2017 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream