31 augustus 2015

Elk kind heeft een talent

 

Ze heeft geen handrem. Vandaag niet, maar ook als leerling niet. "Soms had ik wel problemen op school, maar dat kwam dan vooral omdat ik tussen mijn vijftiende en zeventiende last had van weltschmerz. Als het schooljaar opnieuw begon, slaakte ik geen kreet van extreme vreugde, maar ik heb er ook geen grote trauma's aan overgehouden. Ik was aanwezig in de klas. Sommige leraren zagen dat graag en waardeerden mij daarvoor, anderen hadden het daar wat moeilijker mee."

Nu staat Crevits voor haar tweede schooljaar als minister van Onderwijs. De grote dossiers - van scholenbouw en de lerarenloopbaan tot de modernisering van het secundair onderwijs - naderen een cruciale fase. De tijd van verkennen is definitief voorbij. En dat beseft ze zelf maar al te goed. "Ze zeggen altijd dat het onderwijs een tanker is. Maar die tanker begint van onderuit in beweging te komen. Zo moet het ook. Ik zal samen met leerlingen, ouders, leraren, werknemers en werkgevers hervormen of het zal niet gebeuren."

Gelijke kansen zullen daarbij een rol spelen. Hoe heeft u de verhalen van de kansarme kinderen in deze krant beleefd?

"Ik werd er stil van. Het geeft me ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik besef dat de kerntaak van het onderwijs lesgeven is, maar we mogen niet blind zijn voor het dagelijkse leven van leerlingen en hoe dat het leren beïnvloedt. Het zorgt er ook voor dat ik naar onszelf, de beleidsmakers en politici, kijk.

"Kun je geloven dat er wordt gesproken van sterke en zwakke leerlingen in het masterplan van mijn voorganger (sp.a'er Pascal Smet, RA)? En dat dat sterk wordt verbonden met cognitieve capaciteiten en dat een leerling die sterk is in praktische zaken als zwak wordt gezien? Dat is totaal verkeerd en als wij, politici, dat niet beseffen, dan heeft een modernisering geen enkel nut. We moeten naar een nieuwe woordenschat. Elk kind heeft een talent."

Taalachterstand maakt vaak dat zij hun talenten moeizamer kunnen ontwikkelen. Moet er niet meer plaats komen voor de thuistaal op school?

"Op kleuterscholen die ik in het Brusselse heb bezocht, maakten ze bij groepswerkjes duo's van Nederlandstalige en anderstalige leerlingen, zodat het taalgevoel werd gestimuleerd. Laat ik duidelijk zijn: onze onderwijstaal is het Nederlands. Kennis daarvan is cruciaal, ook om hun toekomstkansen veilig te stellen. Maar dat neemt niet weg dat een andere taal als een hefboom kan werken en dat de scholen creatief mogen zijn in hun omgang daarmee."

Hoe kunnen we voorkomen dat de extreem kansarmen, tien procent van alle leerlingen, haast automatisch op een lager niveau terechtkomen?

"We moeten starten vanuit de basishouding dat praktisch en cognitief sterke leerlingen andere talenten hebben. Met de eerste graad in het secundair onderwijs is niet veel mis. Eigenlijk is die nu al breed opgevat. Problematisch is wel dat veel scholen het aanbod afstemmen op de studierichtingen in de bovenbouw. Een leerling die in een technische school begint, zou na twee jaar zonder problemen alle keuzes moeten kunnen maken. Nu zien we bijvoorbeeld dat de sprong van een technisch instituut naar een college groot is.

"Daarbij is de B-stroom (bestemd voor leerlingen met leerachterstand of minder theoretische vaardigheden, RA) mismeesterd. Ooit was het de bedoeling dat een meerderheid van deze kinderen zouden aanpikken in het tso, kso of aso. Nu zien we dat zij vooral terechtkomen in het beroepsonderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs. De switch naar boven wordt veel te weinig gemaakt. Ook moeten de drie attesten op het middelbaar doen waarvoor ze dienen. Zo blijven nogal wat leerlingen met een B-attest zitten, terwijl dat attest juist heroriënterend is bedoeld."

Wat betekent dat concreet?

"Te veel jongeren met een B-attest blijven zitten, terwijl uit internationaal onderzoek blijkt dat dit lang niet altijd zinvol is. We gaan het attest nu terugbrengen tot het oorspronkelijke doel, namelijk heroriënteren. Alleen als de klassenraad er in uitzonderlijke gevallen mee akkoord gaat, moet een jaar overdoen met een B-attest nog mogelijk zijn."

Maar dat is slechts een van de elementen van de modernisering van het secundair.

"We hebben de studierichtingen, alle 256, gescreend. Leerlingen in de derde graad moeten weten of hun richting hen voorbereidt op verder studeren of de arbeidsmarkt. Daarbij geloof ik niet dat een richting even goed kan voorbereiden op beide uitwegen. We moeten het aantal studierichtingen hoe dan ook reduceren en naar een continuüm gaan, waarbij arbeidsmarktgerichte richtingen en doorstroomrichtingen die voorbereiden op het hoger onderwijs naast elkaar staan. Als we dat doen, vervalt de noodzaak om de schotten tussen de onderwijsvormen (het huidige aso, tso, kso en bso, RA) te behouden. Op 1 september 2018 starten we met het secundair onderwijs van de toekomst."

Dat is al over drie jaar. Is dat niet te snel?

"Als de matrix, waarin de nieuwe studierichtingen die gericht zijn op de arbeidsmarkt of het hoger onderwijs een plaats zullen krijgen, in juni 2016 klaar is - en dat gaat wel lukken, kunnen we in september 2018 starten. Het aantal studierichtingen reduceren is ook haalbaar, omdat we de resultaten van de screening hebben. Natuurlijk moeten we de eindtermen, de kennis en vaardigheden waarover een leerling moet beschikken, van het eerste jaar tegen 2018 ook gedefinieerd hebben. Aangezien dit najaar het debat daarover zal starten, acht ik dat doenbaar."

REMY AMKREUTZ

Inhoud ↑

Copyright © 2015 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream