16 september 2015

Geen urenlange busritten meer naar buitengewone scholen

 

Tijdens de busrit moeten ze stil zijn, wat voor sommige kinderen bijzonder zwaar is, en kunnen ze nauwelijks naar het toilet gaan. Het zorgt voor een waaier aan klachten bij het Kinderrechtencommissariaat, terwijl geregeld verhalen opduiken van leerlingen die tot vijf uur onderweg zijn om onderwijs te krijgen. Hun kansen om te leren worden erdoor beperkt, omdat zij uitgeput op school aankomen en daardoor minder goed de les kunnen volgen.

Ministers Crevits en Weyts willen daar komaf mee maken. Hun conceptnota over het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs, die De Morgen kon inkijken, moet de ruim 40.000 kinderen die met het geregeld vervoer van De Lijn naar school worden gebracht meer mogelijkheden bieden.

Vandaag hebben ouders en hun kinderen alleen recht op vervoer als zij de dichtstbijzijnde school met het gepaste onderwijs kiezen. Dat is problematisch, omdat de eerste school met de juiste zorg vaak tamelijk ver van hun woonplaats af ligt. Bovendien zijn er maar twee opties mogelijk: vervoer op eigen houtje, waarvoor 11.000 ouders subsidie ontvangen, of met de bus. "Leerlingen in het buitengewoon onderwijs zitten vaak veel te lang op de bus", zegt Weyts. "Een gewone schooldag wordt zo elke dag een heuse uitstap. Dat mogen we de kinderen en hun ouders niet aandoen."

Waar het busvervoer nu centraal wordt geregeld, komen er lokale verzorgingsgebieden in de plaats. Daarin zullen scholen over de verschillende onderwijsnetten heen samen met de ouders en de gemeente zelf de beste vervoersoptie mogen kiezen, afhankelijk van de zorgnoden van de leerling in kwestie. Naast de bus kan er ook gebruik worden gemaakt van carpoolen, zelfstandig of begeleid fietsen of taxi's. Belangrijk voor de ouders is dat zij mogelijk ook recht zullen hebben op vervoer naar een verder gelegen school als hun kind daar beter geholpen kan worden.

"Het huidige systeem van leerlingenvervoer is 45 jaar oud en is daarom aan vernieuwing toe", zegt Crevits. "In de toekomst zal de lokale knowhow cruciaal zijn voor de organisatie van het leerlingenvervoer. Dat lokale niveau krijgt meer autonomie om voor elke leerling in het best mogelijke vervoer te voorzien."

Maar met een taxi naar school gaan is bijvoorbeeld een stuk prijziger dan met de bus. Voorlopig worden er door de Vlaamse regering geen extra middelen vrijgemaakt, maar Crevits en Weyts benadrukken dat het bestaande geld efficiënter zal worden ingezet. Zo mag worden verwacht dat meer leerlingen dan vandaag voor de (begeleide) fiets zullen kiezen. Daardoor kan er ruimte vrijkomen om taxivervoer voor de meest zorgbehoevende kinderen te voorzien. Door netoverschrijdend te werken, zijn bovendien veel efficiëntiewinsten te boeken in het busvervoer.

Proefproject vanaf 2016

Tegen 1 september 2016 gaat een eerste proefproject van start gaan, twee jaar later moet het nieuwe concept over heel Vlaanderen worden uitgerold. De onderwijskoepels reageren positief. "Er zal door de pilootprojecten nog bijsturing mogelijk zijn", zegt Raymonda Verdyck, bestuurder van het GO!. "In de steden, waar de leerlingen niet zo ver hoeven te reizen naar school, zal deze nieuwe regeling gemakkelijker kunnen worden ingevoerd dan op het platteland."

Volgens Lieven Boeve, topman van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, botste het huidige systeem op zijn grenzen. "Er zijn schrijnende verhalen genoeg. In de toekomst kunnen we differentiëren. Als een leerling op vijf kilometer van de school woont, is hij vandaag een of anderhalf uur met de bus onderweg. Daar kan nu verandering in komen en het is aan de scholen om het zo kindvriendelijk mogelijk te organiseren."

REMY AMKREUTZ

Inhoud ↑

Copyright © 2015 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream