24 september 2015

Jongens doen bijna jaar langer over bachelor (wegens te veel theorie)

 

Jongens struikelen vaker dan meisjes in de eerste jaren van het hoger onderwijs. Gemiddeld doen ze er bijna een jaar langer over om hetzelfde bachelordiploma te halen. Dat komt door de vele theoretische vakken, die jongens niet relevant vinden. Maar in de masterjaren halen ze hun achterstand in.

Het waren sp.a-parlementsleden Jan Bertels en Tine Soens die het opmerkelijke verschil tussen jongens en meisjes naar buiten brachten, op basis van cijfers die ze opvroegen bij minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Om afgestudeerd te raken, heeft een gemiddelde student 47 maanden nodig. Maar een meisje klaart de klus in 43 maanden, terwijl een jongen pas na 52 maanden zijn einddiploma op zak heeft - ze doen er gemiddeld 9,5 maanden langer over voor hetzelfde bachelordiploma. Vooral in de eerste jaren van het hoger onderwijs studeren jongens 'trager' dan meisjes. Al zijn er wel uitzonderingen: in richtingen als chemie en informatica doen jongens het wél goed. Maar in typische meisjesrichtingen, zoals verpleegkunde en kleuter- of lager onderwijs, zijn de verschillen nóg frappanter en duurt het nog wat langer voor de jongens de eerste jaren van hun studies hebben afgerond.

Maar zodra de jongens hun bachelordiploma op zak hebben, keert het tij. Tijdens hun opleiding tot master halen ze wél mooie resultaten. Dat diploma halen ze zelfs ongeveer even snel als hun vrouwelijke studiegenoten. "Tijdens de eerste jaren aan de universiteit of hogeschool moeten studenten harde noten kraken en moeten ze veel basiskennis verwerken op korte tijd", weet professor Martin Valcke, onderwijsspecialist van de Gentse universiteit. "Jongens haken sneller af omdat ze de directe relevantie, bruikbaarheid en toepasbaarheid van deze kennis in vraag stellen. Omdat ze een grotere intrinsieke motivatie hebben, zetten meisjes makkelijker door. Ze doén het met andere woorden gewoon graag. Pas in de masterfase vinden jongens hun studies zinvoller, omdat er dan een grotere link is met de praktijk of het werkveld."

Dat verschil in het hoger onderwijs is eigenlijk een voortzetting van het secundair onderwijs, stelt Valcke. "Door het gekende watervalsysteem komen jongens al in het middelbaar in minder uitdagende studierichtingen terecht. Dit leidt tot een gebrekkiger basiskennis en minder ontwikkelde studievaardigheden. Beginnen deze jongens toch aan het hoger onderwijs, dan is er sneller een achterstand." Daarnaast wijst professor Valcke erop dat meisjes beter scoren dan jongens op het vlak van leesvaardigheid. En laat dat nu net één van de cruciale vaardigheden zijn in de eerste jaren van het hoger onderwijs.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel voor de jongens. Het is volgens Valcke wel degelijk mogelijk om hen te motiveren, óók in de eerste studiejaren.

"Geef hen echte verantwoordelijkheid om iets te doen, te ontwerpen of te testen: zo merken ze dat hun 'autonomie' versterkt wordt", vertelt Valcke. "Hen laten samenwerken met anderen werkt ook stimulerend. En ten slotte is het belangrijk om hun 'competentie' te erkennen. Laat hen voelen dat ze iets correct kunnen doen, dat ze een opdracht goed kunnen aanpakken."

Prof Martin Valcke (ugent)

Inhoud ↑

Copyright © 2015 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream