17 juli 2015

Masterplan Scholenbouw : Samen bouwen aan een sterker schoolpatrimonium

 

Op voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft de Vlaamse Regering de conceptnota van het Masterplan Scholenbouw ‘Samen bouwen aan een sterker schoolpatrimonium’ goedgekeurd. Het plan biedt een antwoord op de noden en de uitdagingen op het vlak van schoolinfrastructuur in Vlaanderen en Brussel en legt duidelijk nieuwe accenten. In de toekomst zal de chronologie van een bouwdossier niet meer het enige criterium zijn om subsidies toe te kennen, de capaciteitsmiddelen worden in de reguliere uitgaven geïntegreerd en nieuwe en vernieuwde schoolgebouwen zullen vlotter voor verschillende doeleinden moeten worden gebruikt. Het is de eerste keer sinds de overheveling van de onderwijsbevoegdheid naar de Vlaamse Gemeenschap dat een dergelijk geïntegreerd en totaalplan voor scholenbouw in de steigers wordt gezet.

Vlaanderen telt naar schatting 20.000 schoolgebouwen. Meer dan de helft van de gebouwen dateert van vóór 1970. Ruim een kwart van de gebouwen werd vóór 1950 gebouwd. De infrastructuur is dus vaak verouderd en de wachtlijsten om scholen te vernieuwen zijn lang.

Het Masterplan Scholenbouw van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits is een integraal beleidsplan voor de aanpak van schoolgebouwen in Vlaanderen en Brussel. Het plan biedt een antwoord op de gekende noden en uitdagingen op het vlak van schoolinfrastructuur en houdt rekening met de huidige (financiële) mogelijkheden, maar legt tegelijk nieuwe accenten.

Het plan bestaat uit 5 strategische doelstellingen.

    1. Het bestaande onderwijspatrimonium vernieuwen : 6 bepalende criteria

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits zal de historische voorraad aan bouwdossiers op de wachtlijst in het gesubsidieerd onderwijs laten screenen om een beter beeld te krijgen van de ingediende schoolbouwprojecten. Naast de screening zal er een nieuw systeem voor de rangschikking van dossiers op de wachtlijst worden ontwikkeld. Chronologie zal hierbij niet langer het enige criterium zijn dat bepaalt wanneer een dossier voor subsidiëring in aanmerking komt. De aanvragen voor bouwsubsidies zullen in functie van 6 prioriteitencriteria behandeld worden : dwingende nood aan investering, multifunctionaliteit, bouwkost, duurzaamheid, planmatige aanpak en chronologie.  Dit nieuwe systeem zal na verder overleg met de onderwijsverstrekkers en na de nodige overgangsmaatregelen vanaf 2017 ingevoerd worden.

 

Tegelijk zorgen we voor een beperking en vereenvoudiging van de verschillende uitzonderingsprocedures (in het vrij gesubsidieerd onderwijs). Op dit moment gaat circa 70% van de reguliere middelen in het vrij onderwijs naar afwijkende procedures.

De digitalisering en het elektronisch opvolgen van de dossiers voor scholenbouw bij AGIOn vormen een andere belangrijke opdracht.

 

    1. De onderwijscapaciteit uitbreiden

 

In de toekomst worden de kredieten voor de dringendste noden inzake capaciteit geïntegreerd in de reguliere middelen, zowel bij het gesubsidieerd onderwijs als bij het GO!. Om de 3 jaar zal de capaciteitsmonitor prognoses aanleveren over de vraag- en de aanbodzijde van de capaciteitsproblematiek (o.a. info over de  demografische ontwikkelingen, leerlingendata en leerlingenstromen, infrastructurele data, enz.) in Vlaamse steden en gemeenten en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.  De uitvoering en de snelle realisatie van deze capaciteitsprojecten in het basis- én het secundair onderwijs worden sterker en strikter opgevolgd, met een transparante rapportering door het GO! en AGIOn.  Via een actieve deelname aan het grond- en pandenbeleid gaat er voldoende focus naar het potentiële schoolpatrimonium op lokaal vlak. Het moet gemakkelijker worden om gronden voor scholenbouw aan te kopen (voorkooprecht) en leegstaande schoolgebouwen opnieuw te gebruiken. Schoolpatrimonium dat leegstaat of sterk onderbenut is, moet sneller opnieuw voor onderwijsdoeleinden aangewend kunnen worden. 

    1. Alternatieve financieringsbronnen aanboren

 

Alternatieve financiering zal in de toekomst noodzakelijk blijven in scholenbouw willen we de wachtlijsten effectief aanpakken, gelet op de huidige beschikbare overheidsmiddelen.  Het doel is de schaal van publiek-private schoolbouwprojecten te verkleinen. In het nieuwe concept zullen de inrichtende machten verantwoordelijk zijn voor wat zij als scholenbouwprogramma gerealiseerd wensen te zien. Een bundeling van bouwprojecten zal noodzakelijk zijn. Inrichtende machten of scholengroepen kunnen hiervoor samenwerken. Er wordt uitgegaan van 4 of meer DBFM (Design-Build-Finance- Maintenance)-bundels met een totale investeringskost van 200 miljoen euro.

Naast nieuwe kleinschalige DBFM-projecten moeten ook de huurmogelijkheden versterkt worden, niet enkel in capaciteitsgebieden, maar ook binnen de reguliere financiering. Huursubsidies kunnen immers een  volwaardig en flexibel instrument worden binnen de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur.

    1. Focus op de schoolgebouwen van de toekomst

 

Het is van groot belang dat schoolgebouwen multifunctioneel gebruikt worden. Na de schooltijd of in het weekend biedt dat mogelijkheden. Goede praktijkvoorbeelden kunnen voor inspiratie zorgen en met het oog op het daadwerkelijk openstellen van scholen zal informatie verstrekt worden en is sensibilisering noodzakelijk. Vanuit de praktijk leren we of de huidige regelgeving eenvoudiger kan, wat de hinderpalen zijn en welke optimalisaties mogelijk zijn. Toegankelijkheid, duurzaam en energiezuinig bouwen en kwaliteitsvolle didactische uitrusting in technische en beroepsgeoriënteerde scholen verdienen voldoende aandacht. De lancering van een Bijna-EnergieNeutraal (BEN) schoolgebouwenproject is gepland om tegemoet te komen aan de verstrengde eisen rond energieprestaties.

In het kader van het STEM-beleid komt er een project waarbij leerlingen van het technisch- en beroepsonderwijs ideeën kunnen lanceren voor het schoolgebouw van de toekomst en/of  de ontwikkeling van technieken en producten om de schoolinfrastructuur te verbeteren, in samenwerking met het bedrijfsleven.

    1. Langetermijnplanning en een beheersmatige aanpak bevorderen

 

Om de budgetten efficiënt te besteden is een goede planning van schoolbouwprojecten onontbeerlijk. Schoolbesturen zullen geïnformeerd en gesensibiliseerd worden over het belang van langetermijnplanning.  Ook het overleg tussen schoolbesturen, scholengemeenschappen en lokale besturen wordt aangemoedigd om een goede aansluiting te hebben met het lokale beleid. Netoverschrijdende samenwerking wordt eveneens aangemoedigd. Dat is belangrijk met het oog op de ruimtelijke context zoals stadsvernieuwingsprojecten. AGIOn zal een concreet en praktijkgericht onderzoek lanceren naar de elementen die invloed hebben op kostenefficiënt bouwen met als doel de realisatie van duurzame onderwijsinfrastructuur tegen een aanvaardbare kostprijs.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits : “ Het is voor het eerst sinds Vlaanderen bevoegd is voor onderwijs dat er een geïntegreerd Masterplan Scholenbouw op tafel ligt. Het plan zorgt voor een duidelijke trendbreuk en legt nieuwe accenten. Enkele voorbeelden zijn : het verlaten van de chronologie als enig criterium om de wachtlijst te beoordelen,  de integratie van de capaciteitsmiddelen in de reguliere uitgaven voor scholenbouw , de strikte opvolging en snelle realisatie van de geselecteerde capaciteitsprojecten en nieuwe en vernieuwde scholen die vlotter voor verschillende doeleinden gebruikt worden.  Het scholenbouwbeleid in Vlaanderen en Brussel heeft nood aan een langetermijnvisie en een transparante aanpak. Het Masterplan zet hiervoor de eerste grote lijnen uit.”

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream