19 december 2007

Minister Crevits sluit nieuw akkoord over nutriëntenarme voeders voor een betere waterkwaliteit

 



Vlaams minister Hilde Crevits sloot vandaag een nieuwe overeenkomst met Bemefa, de Vereniging van Mengvoederfabrikanten, en de Vereniging van Zelfmengers, over de productie van nutriëntenarme voeders. Deze voeders zorgen ervoor dat de uitscheiding van stikstof en fosfor in dierlijke mest sterk wordt gereduceerd. Deze maatregel zorgde de voorbije jaren voor een verminderde productie van gemiddeld 13 miljoen kg fosfaat en van 8 miljoen kg stikstof. Ook onder het nieuwe Mestdecreet blijft deze aanpak aan de bron met het oog op de verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater van cruciaal belang.

 

Het Vlaamse sensibiliserende mestbeleid is gericht op het bereiken van de Europese doelstellingen, namelijk de verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en het verminderen van de ammoniakuitstoot. Vlaams minister Hilde Crevits sloot daarom een akkoord af met de organisaties van de mengvoederfabrikanten en de zelfmengers, over de productie van nutriëntenarme voeders. Zelfmengers zijn landbouwers die zelf hun voeders samenstellen voor hun eigen dieren.

 

Deze overeenkomst werd ondertekend door Vlaams minister Hilde Crevits, Patrick Vanden Avenne en Yvan Dejaegher van BEMEFA en Marc Debouver van de Vereniging van Zelfmengers.

 

Belangrijk is dat niet-leden van beide organisaties (BEMEFA en de Vereniging van Zelfmengers) eveneens van deze regeling kunnen genieten door aan deze organisaties een mandaat te verlenen om ook in hun naam het convenant te ondertekenen.

 

Het convenant legt de wijze vast, waarmee via een vermindering van fosfor en eiwit in diervoeders, de aanpak aan de bron van de uitscheiding van fosfor en stikstof in de dierlijke mest kan bewerkstelligd worden. Daartoe worden voor de diersoorten varkens en pluimvee, per categorie (biggen, beren, zeugen, andere varkens, legkippen en slachtkuikens) maximale gehaltes aan totaal fosfor en ruw eiwit vastgesteld die het voeder mag bevatten.

 

Het werken met nutriëntenarme voeders (voeders die minder fosfor en minder ruw eiwit inhouden) heeft al in belangrijke mate bijgedragen tot het verminderen van mestoverschotten in Vlaanderen. Door de nieuwe voedertechnieken werd in 2006 12,1 miljoen kg fosfaat en 8,3 miljoen kg stikstof minder geproduceerd dan in een situatie met gewone voeders. Dit uitstekende resultaat wordt jaar na jaar opnieuw gerealiseerd dankzij de doorgedreven inspanningen van de landbouw- en veevoedersector. Ook in de komende jaren blijft deze aanpak aan de bron een belangrijke pijler van het mestbeleid voor de verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater tegen verontreiniging met nutriënten”, besluit minister Hilde Crevits.

 

 

Wat houdt het convenant in?

 

 

- de staalname en de analyse door erkende labo’s van het gebruikte voeder;

- een halfjaarlijkse evaluatie van de naleving van het convenant met de mogelijkheid van schorsing gedurende een jaar van degene die het convenant niet naleeft;

- de mogelijkheid om het convenant wat stikstof betreft in overleg tussen de minister, vertegenwoordigers van de Mestbank en vertegenwoordigers van de contractanten op te schorten, als de wereldmarktprijzen van de synthetische aminozuren de pan uitrijzen;

- de controle en de handhaving;

- de toetredingsbepalingen;

- de uitsluitingsbepalingen als de stalen bepaalde afwijkingen vertonen hoger dan de toegelaten fosfor en ruw eiwit in het voeder, de uitsluitingsbepalingen bij geen of bij laattijdige staalname en bij niet of niet-tijdig beschikbare analyseresultaten;

- de informatieplicht en de financiering;

- de behandeling van geschillen.

 

 

Tegen ten laatste 31 januari 2008 zullen de producenten van veevoeder die aan de voorwaarden van het convenant voldoen op de website van de Vlaamse Landmaatschappij (www.vlm.be) staan.

 

 

Invoering van een nieuwe regressierechte

 

In het convenant werd rekening gehouden met nieuwe inzichten in de uitscheiding van nutriënten door de dieren. Deze werden vertaald in een nieuwe regressierechte. Deze regressierechte geeft het verband weer tussen wat een dier aan stikstof en fosfor opneemt en wat er uiteindelijk daarvan reëel in de mest terug te vinden is. Dit moet nog wel aan de Europese Commissie voorgelegd worden.

 

De bestaande regressierechte dateert van 1996. Sindsdien zijn er evoluties op het vlak van de voedertechniek, de voeders zelf, de gekweekte rassen en de langere afmestingsperiode. De nieuwe regressierechte is recent uitgewerkt in samenwerking tussen het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek, het Zoötechnisch centrum KULeuven (prof. Geers) en de veevoedersector.

 

 

Wat is het belang van nutriëntenarme voeders?

 

In het kader van de aanpak van het mestprobleem aan de bron is het gebruik van nutriëntenarme voeders een onmisbaar instrument geworden om de dierlijke mestproductie beter onder controle te houden. Cijfers van de Mestbank (Voortgangsrapport Mestbeleid 2007) tonen aan dat door het gebruik van fosforarm voeder, de dierlijke mestproductie in 2006 met 12,1 miljoen kg fosfaat is gedaald. Het gebruik van eiwitarm voeder zorgde in datzelfde jaar voor een verminderde productie van 8,3 miljoen kg stikstof.

 

Deze cijfers liggen in de lijn van deze in 2005: 12,3 miljoen kg fosfaat en 7,9 miljoen kg stikstof. Ondanks de daling van de veestapel is de daling van de productie van stikstof versterkt door het overeengekomen convenant. De conclusie is dan ook dat de aanpak aan de bron bijzonder succesrijk blijft.

 

 

Persinfo:

 

Cybelle-Royce Buyck

woordvoerster van Vlaams minister Hilde Crevits

0486 14 12 72

persdienst.crevits@vlaanderen.be

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream