18 december 2017

Nee, de nieuwe eindtermen zijn geen goed idee

 

Goele Cornelissen kant zich tegen nieuwe eindtermen basisgeletterdheid. Ze vraagt zich af of de Vlaamse overheid wel een brede basisvorming voor iedereen wil.

De teleurstellende resultaten van Vlaamse tienjarigen op het vlak van leesvaardigheid hebben het debat over de eindtermen opnieuw geopend (DS 6 december). Nochtans had minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) nog niet zo lang geleden uitgepakt met een akkoord dat ze daarover met de meerderheidspartijen had bereikt.

Dat akkoord lag donderdag als voorstel van decreet ter goedkeuring voor in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement. Daarin staat dat er voor de eerste graad van het secundair onderwijs, behalve gewone eindtermen, ook eindtermen 'basisgeletterdheid' ontwikkeld worden. Het gaat om doelstellingen die élke leerling - individueel - moet bereiken. Die eindtermen 'nieuwe stijl' zullen voorlopig alleen gelden voor de eerste graad van het secundair onderwijs. Maar bepaalde fracties in het Vlaams Parlement willen daarin een stap verder gaan en kondigden reflectienota's aan. Een ander element uit het voorstel is dat eindtermen 'letterlijk' overgenomen moeten worden in leerplannen. Nu volstaat het dat het duidelijk is dat de eindtermen in de leerplannen verwerkt zijn.

Het pleidooi voor basisgeletterdheid klinkt aanlokkelijk en komt tegemoet aan de vraag naar politieke moed. Wie kan er tegen een minimaal basisniveau zijn voor iedereen? Dat een toenemend aantal jonge mensen niet over de minimale geletterdheid beschikt om in onze samenleving te kunnen functioneren, is niet alleen sociaal onrechtvaardig, maar ook een economische ramp.

Speelruimte

Toch wil ik beklemtonen dat het voorstel om voortaan niet alleen 'gewone' eindtermen te ontwikkelen, maar ook eindtermen basisgeletterdheid, geen goede zaak is. Wat wil de overheid eigenlijk? Wil zij garanderen dat élk kind, waar het ook school loopt, een kwaliteitsvolle en voldoende brede basisvorming geniet? Wil zij dat elke leerling de kans krijgt om de samenleving te begrijpen om daar zelf mee vorm aan te geven? Of getuigen de nieuwe eindtermen basisgeletterdheid, net als de verplichting om eindtermen letterlijk over te nemen in de leerplannen, van een andere ambitie? De ambitie om verder te evolueren naar een soort van Vlaams curriculum dat op uniforme wijze inzetbare leerresultaten produceert. Dat wil zeggen, jonge mensen klaarstomen om mee te draaien in de samenleving.

Eindtermen, in hun oorspronkelijke betekenis, verwijzen naar wat de samenleving minimaal voor alle leerlingen vooropstelt. Ze worden decretaal vastgelegd. Het zijn geen individueel meetbare leerresultaten, maar doelen die het merendeel van de leerlingen moet bereiken. Hoewel er sinds jaar en dag gediscussieerd wordt over hoe je 'het merendeel van de leerlingen' moet interpreteren, ligt dit eigenlijk voor de hand.

Het uitgangspunt zou moeten zijn dat de eindtermen voor alle leerlingen bereikbaar zijn, maar dat je er rekening mee moet houden dat dit door omstandigheden niet altijd het geval is. Met andere woorden: de ambitie is maximaal en impliceert een oproep aan beleidsmakers, scholen en leraren om hiervoor alle nodige inspanningen te doen. Tegelijk is er speelruimte, opdat scholen noch leerlingen het slachtoffer zouden worden van wat (achteraf) onrealistische verwachtingen bleken.

Nu komen daar eindtermen basisgeletterdheid bij. Het belangrijkste verschil is dat het daarbij om het absolute minimum gaat om te functioneren in de samenleving en dat elke leerling die doelen moet bereiken. Op zich is er natuurlijk niets mis met de expliciete ambitie dat alle leerlingen de eindtermen bereiken. Maar, net als ik, vraagt u zich wellicht ook af waarom daar een nieuw soort eindtermen voor nodig is. Welk statuut hebben die 'gewone' eindtermen dan nog?

Geen keuze

Deze onhoudbare spreidstand tussen twee soorten eindtermen draagt een niet mis te verstane boodschap uit, namelijk dat er belangrijke eindtermen zijn - voor iedereen - en minder belangrijke - voor het merendeel. Wat houden we dan nog over van de oorspronkelijke ambitie om met eindtermen het brede minimum voor iedereen vast te leggen?

Het voorstel legt vooral bloot dat de overheid geen keuze heeft gemaakt. Nochtans was dat precies de enige, maar meteen ook de meest krachtige, aanbeveling die onderzoekers van de KU Leuven eerder formuleerden over de werking en de doeltreffendheid van de eindtermen. 'Om eindtermen goed te laten werken, zal de overheid keuzes moeten maken', stelden Maarten Simons en Geert Kelchtermans in een rapport dat zij in opdracht van de overheid opstelden.

De overheid had het kader moeten uitzetten voor duidelijke, ambitieuze en inhoudelijke eindtermen. Die kunnen fungeren als kwaliteitscriteria waar de onderwijsinspectie mee aan de slag gaat om leerplannen te beoordelen en scholen door te lichten. In plaats van het statuut van de eindtermen te ondergraven, zou de overheid de juiste en voldoende middelen moeten inzetten om een brede basisvorming voor iedereen te garanderen: een grondige analyse van dominante methodes, een ambitieuze vorming van leraren, juiste omkadering en kwalitatieve kwaliteitscontrole door de inspectie. Ze heeft dat wel degelijk mee in de hand.

Om maar te zeggen: wat een gemiste kans.

Goele Cornelissen

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream