21 december 2007

Nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor ondersteuning milieubeleid van gemeenten en provincies

 



Minister Hilde Crevits trekt jaarlijks 25 miljoen euro uit voor de gemeenten en 3,5 miljoen euro voor de provincies om het lokale milieubeleid uit te bouwen. Ook voor de BBL en VODO is er jaarlijks 675.000 euro voorzien om de gemeenten verder bij te staan in de ontwikkeling van het lokale milieubeleid door het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten, provincies en niet-gouvernementele organisaties. Voor onkruidbestrijding worden er 72 extra krachten ter beschikking gesteld van de gemeenten.

 

De Vlaamse Regering heeft vandaag op voorstel van minister Hilde Crevits de ontwerpen voor een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten, de provincies, de BBL en VODO goedgekeurd. Deze overeenkomsten treden op 1 januari 2008 in werking.

 

Met deze nieuwe samenwerkingsovereenkomsten wil minister Hilde Crevits de lokale overheden ondersteunen bij de uitbouw van hun milieubeleid. De overeenkomsten met de gemeenten en de provincies kunnen afgesloten worden voor een periode van zes jaar (2008-2013), wat overeenkomt met de duur van een bestuursperiode. Gemeenten en provincies zijn echter niet verplicht om reeds in 2008 de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen. Zij kunnen ieder jaar beslissen of ze al dan niet toetreden tot de overeenkomst.

 

Dit jaar hebben al 250 gemeenten en de vijf provincies ingetekend op de samenwerkingsovereenkomst. Minister Crevits wil nog meer gemeenten aantrekken om de overeenkomst te ondertekenen. Daarom is de nieuwe samenwerkingsovereenkomst eenvoudiger en is de rapporteringslast voor de gemeenten sterk afgebouwd. Minister Crevits wil dat er op het terrein iets gebeurt i.p.v. dikke boeken te laten schrijven. Hiervoor wordt jaarlijks 25 miljoen euro voorzien.

 

Met de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten wil ik een nieuwe impuls geven aan het lokale milieubeleid. De plan- en rapporteringslast verminderen, en de keuzemogelijkheden voor de lokale overheden vergroten. Hierdoor hoop ik dat nog meer gemeenten zullen inschrijven op de samenwerkingsovereenkomst,” aldus minister Hilde Crevits.


Basispakket met 10 verschillende thema’s

 

Gemeenten die deelnemen, moeten voldoen aan een basispakket dat tien verschillende thema’s omvat. Dit is de minimale verplichting. Deze thema’s hebben betrekking op milieuverantwoord productgebruik, duurzame ontwikkeling, water, afval, natuur, bodem, hinder, energie, mobiliteit en instrumentarium (milieuraad, milieuambtenaar,…). Door de keuze voor een ruime waaier van thema’s buiten de normale leefmilieudomeinen wil minister Crevits benadrukken dat een gezonde omgeving ruimer gaat dan het domein leefmilieu. Er moet tussen de verschillende beleidsdomeinen samengewerkt worden, zowel op gewestelijk als op lokaal niveau.

 

Gelet op het unaniem advies van de SERV en de Minaraad is de verplichte controle ter plaatse van alle klasse 2-inrichtingen niet meer in de Samenwerkingsovereenkomst opgenomen. De gemeenten kunnen verder blijven werken via een steekproefgewijze controle uit te voeren. Bij de uitvoering van het nieuwe handhavingsdecreet dat vorige week door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd, zal minister Hilde Crevits bijkomende middelen voorzien om de gemeenten te ondersteunen in de uibouw van hun handhavingstaak.

 

 

Een stap verder dan het basispakket

 

Naast de ondertekening van de basis kunnen de gemeenten ook kiezen om een stap verder te zetten. Daarvoor kunnen zij vrij kiezen uit een aantal acties, gespreid over de verschillende thema’s. Voorbeelden hiervoor zijn: zwerfvuilopruimacties, actieve sensibilisatie (bijv. over gebruik van milieuvriendelijke producten, afvalpreventie, energiebesparingsmaatregelen,…), opvolging van klachten, aankoop van minimaal 20% groene stroom, aanplanten van streekeigen soorten, enz. Indien ze deze acties ook effectief uitvoeren, kunnen zij punten behalen waarmee ze het onderscheidingsniveau kunnen bereiken. Daarvoor krijgen ze een hogere financiële ondersteuning.

 

Gemeenten kunnen ook projecten indienen binnen de verschillende thema’s of die op meerdere thema’s betrekking hebben. Projecten die inhoudelijk positief beoordeeld worden, worden voor 50% gesubsidieerd. Ook hiervoor zijn in de samenwerkingsovereenkomst voorbeeldprojecten opgenomen. Voorbeelden zijn de aanleg van noodzakelijke overstromingsgebieden, premies voor de opvang van hemelwater, groendaken en infiltratievoorzieningen, uitvoeren van werken inzake energiebesparing in de eigen gebouwen, projecten rond duurzame ontwikkeling, enz. Maar de gemeenten kunnen ook zelf projecten indienen die betrekking hebben op één of meer thema’s.

 

 

Extra MiNa-werkers ingezet

 

Ten slotte wordt het contingent MiNa-werkers die aan de gemeenten worden ter beschikking gesteld, verhoogd met 72 eenheden, namelijk van 182 tot 260. Het takenpakket waarvoor de MiNa-werkers kunnen ingezet worden, wordt uitgebreid. Zo kunnen MiNa-werkers nu ook ingezet worden voor onkruidbestrijding in het kader van de vermindering van het gebruik van pesticiden. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een belangrijke vraag van de Vlaamse gemeenten.

 

Met de grote keuzevrijheid inzake acties en projecten wil minister Crevits de gemeenten voldoende beleidsruimte geven om zelf accenten te plaatsen in hun gemeentelijk milieubeleid.

 

 

Ondersteuning van de gemeenten door de provincies

 

In de samenwerkingsovereenkomst provincies wordt de nadruk meer gelegd op de ondersteuning van de gemeenten bij de uitbouw van een gemeentelijk milieubeleid. Dit is de eerste taak van de provincies in de nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Iedere provincie krijgt jaarlijks 700.000 euro. Hiervan wordt 420.000 euro voorzien voor de basiswerking rond de tien thema’s. Maar provincies kunnen ook projecten ontwikkelen, al dan niet in overleg met gemeenten, zoals een project over afvalpreventie, ecologische inrichtingswerken aan waterlopen, opstellen van een actieplan voor een milieuvriendelijk voertuigenpark, het verbeteren van de toegankelijkheid van een groengebied voor gehandicapten, enz. Het beschikbare budget voor subsidiëring van projecten bedraagt jaarlijks 280.000 euro per provincie.

 

 

Overeenkomst met BBL & VODO

 

Ten slotte worden ook de bestaande overeenkomsten met BBL (Bond Beter Leefmilieu) en VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling) met drie jaar verlengd om hun ondersteuning van de gemeenten bij de ontwikkeling van het lokale milieubeleid verder te zetten. Hiervoor wordt jaarlijks 675.000 euro voorzien.

 

 

 

Persinfo:

face
"Verdana" size="2"> 

 

Cybelle-Royce Buyck

woordvoerster van Vlaams minister Hilde Crevits

0486 14 12 72

persdienst.crevits@vlaanderen.be

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream