20 oktober 2014

Nieuwe tarieven studiegelden hoger onderwijs met sociale toets

 

De nieuwe tarieven voor de studiegelden voor het hoger onderwijs vanaf het academiejaar 2015-2016 zijn bekend. Voor de nieuwe tarieven heeft de Vlaamse Regering rekening gehouden met sociale correcties. Beursstudenten betalen vanaf volgend academiejaar 105 euro. Dat betekent dat het huidige bedrag enkel geïndexeerd wordt. Bijna-beursstudenten betalen 470 euro. De inkomensgrens voor de bijna-beursstudenten wordt verhoogd. Daardoor zullen ongeveer dubbel zoveel studenten tot de groep bijna-beursstudenten behoren. Niet-beursstudenten betalen 890 euro studiegeld.  Er komen in de toekomst nog maatregelen om de druk op het hoger onderwijs te verminderen.

 

Waarom verhogen

 

De Vlaamse Overheid besteedt in 2015 1,7 miljard euro aan het hoger onderwijs. Gelet op het lage aandeel privé-inbreng in het hoger onderwijs in vergelijking met de andere OESO-landen (10% tegenover een gemiddelde van 31%), is het in Vlaanderen aanvaardbaar om het studiegeld in beperkte mate te verhogen.

 

De nieuwe tarieven zijn tot stand gekomen zonder te raken aan de volgende verworvenheden:

 

  • Dat het studiegeld eenvormig blijft voor alle instellingen : zowel hogescholen als universiteiten;
  • Dat Vlaanderen bij die regio’s behoort met een relatief laag studiegeld;
  • Dat de sociale toets ervoor zorgt dat de financiële draagkracht van studenten en gezinnen de toegang tot het hoger onderwijs niet belemmert.

 

 

 

Daarom voeren we niet zomaar een lineaire verhoging van het studiegeld door. Er is een sociale toets en studenten worden gestimuleerd om een volledig pakket aan studiepunten op te nemen :

 

  • Beursstudenten betalen 105 euro. Dat betekent dat het huidige bedrag enkel geïndexeerd wordt.
  • Bijna-beursstudenten betalen 470 euro.  De groep bijna-beursstudenten zal naar schatting verdubbelen.
  • Niet-beursstudenten betalen 890 euro.
  • We stimuleren het opnemen van 60 studiepunten voor een voltijds programma.

 

 

 

Sociale correcties: naast behoud van beurssysteem ook uitbreiding categorie bijna-beurs

 

De huidige categorie van bijna-beursstudenten wordt uitgebreid door de inkomensgrens op te trekken. Bijna-beursstudenten krijgen geen beurs omdat ze boven het daarvoor geldende referentie-inkomen (dat tevens rekening houdt met de gezinssamenstelling) uitkomen. Wie dat referentie-inkomen echter maximaal met 1500 euro overschrijdt is bijna-beursstudent en betaalt een verlaagd studiegeld. De maximale overschrijding van het referentie-inkomen wordt opgetrokken tot 3.000 euro. Daardoor komen er naar schatting dubbel zoveel bijna-beursstudenten (van 2.000 naar 4.000 studenten). Dat betekent dat een groep studenten, die momenteel het volledige bedrag betalen omdat ze net buiten dit statuut vallen, in de toekomst minder zullen betalen.

 

Stimuleren van opname van een voltijds programma

 

Het studiegeld bestaat uit een vast en een variabel gedeelte. Dat laatste is te betalen per studiepunt. Vastgesteld wordt dat het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten per academiejaar daalt. Dat is een gevolg van de flexibilisering en leidt tot een verlenging van de studieduur. Daarom wordt het studiegeld voor niet-beursstudenten verhoogd door het optrekken van het vast gedeelte. Op die manier stimuleer je studenten om een volledig pakket van 60 studiepunten te blijven opnemen.

 

Voor beursstudenten schaffen we het variabel gedeelte af. Het tarief ligt op 105 euro, ongeacht het aantal opgenomen studiepunten.

 

Flankerende maatregelen om de druk te verminderen

 

Minister Hilde Crevits plant voor het hoger onderwijs een aantal flankerende maatregelen waardoor de regeldruk voor het hoger onderwijs vermindert en een aantal ongewenste effecten van de flexibilisering worden terug gedrongen. Op die manier zal het hoger onderwijs meer ademruimte krijgen.

 

1)     De verlichting van de administratieve druk van de externe kwaliteitszorg : vereenvoudiging van het huidige systeem (planlastvermindering) en vermijden dat opleidingsvisitaties en instellingsbeoordelingen tegelijkertijd lopen.

 

2)    Terugdringen van ongewenste effecten van flexibilisering : de studieduur neemt toe en de onderwijsorganisatie wordt te complex.

 

3)    Betere toeleiding naar het hoger onderwijs: inzetten op het oriënteringstraject vanaf het secundair onderwijs met een oriëntatieproef en toelatingsproef (verplicht maar niet bindend) voor het hoger onderwijs.

 

4)    Rationalisatie van het opleidingsaanbod: aan de instellingen wordt gevraagd voorstellen te doen om te komen tot een sober en transparant opleidingsaanbod.

 

 

 

Het is de bedoeling om vanaf volgend voorjaar nieuwe voorstellen klaar te hebben.

 

 

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits : “De aanpassing van de studiegelden voor het hoger onderwijs gebeurt zorgzaam en evenwichtig met een sociale toets en geldt vanaf het volgende academiejaar. Er is duidelijk rekening gehouden met die groepen studenten die minder financiële draagkracht hebben. Zo zal het aantal bijna-beursstudenten ongeveer verdubbelen door de inkomensgrens op te trekken.  Belangrijk is ook dat alle instellingen dezelfde tarieven hanteren. Tegelijk worden studenten gestimuleerd om een volledig pakket aan studiepunten op te nemen. De volgende maanden komen er voorstellen om het aanbod van de opleidingen te rationaliseren, de ongewenste effecten van de flexibilisering terug te dringen en de regeldruk voor het hoger onderwijs te verminderen.”

 

 

 

Dit voorstel van de Vlaamse regering moet nu nog besproken worden en goedgekeurd in het Vlaams parlement.

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream