28 november 2017

Anderstalige kinderen op de speelplaats verdelen Vlaanderen

 

De vraag of anderstalige kinderen op de speelplaats altijd Nederlands moeten spreken, ontketende een politieke storm.

'Toen ik het voorstel hoorde, dacht ik dat het om een vervroegde aprilgrap ging.' Zo reageerde N-VA-voorzitter Bart De Wever gisteren op een voorstel van het Gemeenschapsonderwijs (GO) dat anderstalige kinderen op de speelplaats geen Nederlands hoeven te spreken.

De redenering van het GO is dat kinderen die vaker hun eigen taal spreken zich beter in hun vel voelen en daardoor betere leerlingen worden. Het GO schreef die visie eind juni neer in een beleidsdocument, dat gisteren de Mediahuis-kranten haalde.

In het document staat dat scholen die meertaligheid op de speelplaats toelaten, investeren in het 'welbevinden' van de leerlingen. Het GO suggereert ook dat leerlingen in de klas in hun moedertaal informatie kunnen opzoeken om zich beter voor te bereiden op een lesonderwerp. Of dat ze bij een groepswerk niet altijd Nederlands hoeven te spreken. De redenering is dat 'contact met andere talen een positieve bijdrage levert aan het Nederlandstalige taalbewustzijn'.

Het voorstel ontketende een politieke storm. De N-VA vreest dat Nederlands-onkundige leerlingen de eerste stap naar segregatie zijn. Volgens De Wever kan het geen goed idee zijn mensen op school hun eigen taal te laten spreken, net omdat ze bij uitstek dáár Nederlands moeten leren. 'Je leert geen Nederlands door het minder te spreken', tweette Siegfried Bracke.

Dirk Van Damme, de onderwijs-expert van de OESO en voormalig kabinetschef van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a), noemt het GO-voorstel 'naïef optimistisch'. 'Er is in Vlaanderen een heel groot verschil in schoolprestaties tussen migrantenkinderen die thuis Nederlands spreken en zij die dat niet doen. We aanvaarden te makkelijk dat voor migrantenkinderen de lat niet hoog hoeft te liggen. We moeten ambitieus zijn om Nederlands aan te leren. Het is niet verstandig dat los te laten.'

Ook Rik Torfs, de voormalige rector van de KU Leuven, kant zich tegen het GO-voorstel. 'Hopelijk verloopt de integratie van wie Nederlands spreekt vlot', tweette hij ironisch. Econoom Geert Noels sprak over een 'zorgwekkende evolutie voor de integratie en het niveau van onderwijs voor alle leerlingen'.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) is milder en hamert er vooral op dat de instructietaal in de klas het Nederlands is en moet blijven, wat het GO ook erkent. 'Dat scholen een visie ontwikkelen om met die meertaligheid om te gaan is een goede zaak', vervolgde Crevits.

Ook Open VLD steunt meertaligheid op de speelplaats. 'Meertaligheid en Nederlands als onderwijstaal gaan hand in hand. Het is een en-enverhaal. Een troef voor het open Vlaanderen in de wereld.' In de oppositie krijgt de meertaligheid ook steun van de sp.a en Groen.

Het GO wil overigens niet als enig net meer aandacht voor de moedertaal op school. Het stedelijk onderwijs in Gent heeft een gelijkaardige visie. Ook de grootste onderwijskoepel - Katholiek Onderwijs Vlaanderen - werkt aan een 'ondersteuningsdocument' om leraren aan de slag te doen gaan met alle talen in de klas.

Piet Van Avermaet, de directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent, toonde zich gisteren eveneens voorstander van de aanpak van het GO. 'Door leerlingen constant te bestraffen als ze hun thuistaal gebruiken, voelen ze zich minder betrokken op school en krijgen ze een laag zelfbeeld', zegt hij. 'Dat heeft een negatief effect op het leerproces.'

Jacky Goris, de algemeen directeur van de Brusselse GO-scholen, merkt op dat in Brussel Nederlands vaak maar de derde taal van kinderen is. Ze leren daarom makkelijker Nederlands als de school respect toont voor hun moedertaal en veel met taal bezig is, zegt hij. Nederlands manu militari opleggen is volgens hem in Brussel vaak onrealistisch.

BART HAECK

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream