29 november 2017

De structuurfout in het hoger onderwijs

 

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) zet terecht in op de versterking van de lerarenopleidingen. Een van de beslissingen is de overdracht van de specifieke lerarenopleidingen (SLO's) van de centra voor volwassenenonderwijs (CVO's) naar de Vlaamse hogescholen. Daarbij staat kwaliteit voorop en dat hoort ook zo. Maar dat een portie eigendunk sommige universiteitsprofessoren niet vreemd is, wisten we al langer. Hoogleraar Freddy Mortier maakt het wel bijzonder bont. Hij haalt niet alleen de kwaliteit van de lerarenopleiding aan de hoge­scholen door de mangel, maar schoffeert in één moeite door ook de praktijkleraren - de bakker-leraar, weet u wel.

Volgens Mortier rijpt het kaduke plan om mensen met een masterdiploma die niet meteen voor een educatieve master aan de universiteiten hebben gekozen, toch toe te laten om hun lerarendiploma op niveau 6 te halen, aan een hogeschool dus. Volgens Mortier mogen in de toekomst mensen die met een professioneel gerichte bachelor leraar zijn en een universitaire domeinmaster hebben, niet meer lesgeven in het hoger secundair onderwijs.

Daarbij wordt geschermd met het argument dat masters terechtkomen in jaren in het secundair onderwijs 'waar de leer­processen complexer zijn' en dat daarom een hoger beheersingsniveau van leraarschap (niveau 7 van master) verantwoord, zelfs noodzakelijk is. Gelooft iemand dat werkelijk? Zijn de pedagogisch-didactische processen in pakweg een eerste graad bso minder complex dan die in een derde graad moderne talen-wiskunde? In de derde graad is de leerstof moeilijker, vandaar de noodzaak aan inhoudelijke domeinmasters die de vakinhoud op een hoger niveau beheersen. Maar beweren dat de leerprocessen er complexer zijn en de betrokken leraren uitsluitend aan de universiteit opgeleid kunnen worden, is onzin.

In essentie gaat het hier om een structuurfout die het Vlaamse hoger onderwijs al veel te lang klem zet. Bij de hervorming van het hoger onderwijs, bijna vijftien jaar geleden, koos Vlaanderen (tegen de principes van Bologna in) voor een fout binair stelsel. De universiteiten bieden meer algemeen vormende academische opleidingen, die ook steunen op fundamenteel onderzoek. Hogescholen leiden op tot specifieke beroepen met aandacht voor bijbehorende vaardigheden en attitudes. De kennisvalorisatie en het praktijkonderzoek aan de hogescholen zijn vervlochten met de onderwijsactiviteiten door practica, essays, projecten, stages, bachelorproeven en werkplekleren. Voor wie eraan twijfelt: leraar zijn, ís zo'n beroep en de lerarenopleiding hoort dan ook in de eerste plaats thuis in de hogeschool die studenten opleidt in hun professionele excellentie. Of zijn mensen bereid de tweedeling academisch versus professioneel an sich in vraag te stellen? Op basis van buitenlandse voorbeelden valt daar alvast wat voor te zeggen: in heel wat landen noemen hogescholen zich Univer­sities of Applied Sciences and Arts, zonder dat dat afbreuk doet aan het professionele karakter van hun lerarenopleidingen of andere opleidingen.

Neerbuigende aannames tegenover de hogescholen zijn totaal misplaatst, universiteiten en hun masters zijn niet zomaar relevanter voor het werkveld.

Eric Vermeylen

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream