5 maart 2018

80.000 leerlingen worden gewoon genegeerd

 

Patriek Delbaere wijst erop dat Vlaanderen zijn investeringen in scholenbouw nog steeds baseert op parameters van bijna dertig jaar geleden.

Het is een jaarlijks fenomeen dat elke ouder met het schaamrood op de wangen ondergaat: de kampeertoestanden voor de vermeende fine fleur van ons scholenaanbod. Telkens weer getuigt een nieuwe generatie ouders - overigens terecht - verontwaardigd hoe zij in de barre kou/regen/wind (afhankelijk van de weersgesteldheid in dat jaar) aanschuiven om hun kinderen in de school van hun voorkeur in te schrijven.

De voorbije jaren namen verschillende lokale besturen het voortouw en ontwikkelden ze een Centraal Aanmeldingsregister (CAR). Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) kondigde aan dat vanaf volgend jaar overal met zo'n CAR gewerkt wordt. Gelukkig, want zo behoort het kamperen hopelijk tot het verleden.

Maar dan ook alleen het kamperen. Al gebeurt het dan vanuit de luie zetel, onder het fleece dekentje en met het verzamelde arsenaal digitale apparaten om ons heen: aan het nagelbijtend wachten en hopen dat ons kind in een (liefst dé) school van onze voorkeur binnengeraakt, verandert niets. De wachtrijen zijn immers niet meer dan een symptoom. Net zoals de befaamde wachtlijsten en alle andere bekende en minder bekende noden in de Vlaamse scholenbouw. De ziekte zelf heet chronische onderfinanciering.

Toen de Vlaamse Gemeenschap net de bevoegdheid over onderwijs verworven had - alweer enkele decennia geleden - waren de ambities groot. Er werd een formule ontwikkeld die exact becijferde hoeveel middelen er jaarlijks in scholenbouw geïnvesteerd moesten worden. Parameters in die formule zijn onder meer het leerlingenaantal en de bouwprijs per vierkante meter.

De belangrijkste parameters zouden om de vijf jaar geactualiseerd worden, zodat het budget gelijke tred zou houden met de noden. Helaas werd de formule slechts één keer toegepast. De parameters die we in 1990 hanteerden en de uitkomst die we toen kregen, vormen nog altijd de basis van het huidige infrastructuurbudget. In de loop der jaren werd dit bedrag (meestal) wel geïndexeerd en, vooral de laatste jaren, worden er afhankelijk van de budgettaire mogelijkheden ad hoc bijkomende middelen vrijgemaakt. Maar de clou blijft dat de Vlaamse middelen voor scholenbouw in 2018 berekend zijn op de noden van 1990.

Hoeveel privéwoningen zullen er dit jaar gebouwd worden met een budget voorzien op de gezinssamenstelling van dertig jaar geleden en een bouwprijs van 28.875 'Belgische frank' (641 euro) per vierkante meter?

Sinds 1990 groeide het leerlingenaantal in ons leerplichtonderwijs met ongeveer het inwonersaantal van een stad als Hasselt. Een kleine 80.000 leerlingen waarvoor we dus eigenlijk géén onderwijshuisvesting plannen. Hetzelfde geldt voor alle nieuwe eisen die we ondertussen aan onze gebouwen zijn gaan stellen: pedagogische vernieuwingen, technieken, toegankelijkheid, energiezuinigheid, brandveiligheid, asbestverwijdering, … allemaal kosten van deze tijd die we met een budget uit 1990 trachten te betalen.

Het is goed dat we kamperen weer in de eerste plaats met zomerfestivals zullen associëren en niet met winterse toestanden voor de schoolpoort. Wel hoop ik dat onze beleidsmakers, ook zonder de druk van dit jaarlijkse moment van collectieve verontwaardiging, de juiste vragen over schoolkeuze en scholenbouw zullen blijven stellen.

Patriek Delbaere

Copyright  © 2017 Corelio. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream