22 februari 2018

Ook ouders en leerlingen worden betrokken bij doorlichting

 

Scholen zullen in de toekomst minstens eenmaal om de zes jaar een bezoek krijgen van de onderwijsinspectie, nu is dat om de tien jaar. Daarbij zal de focus verschuiven van afzonderlijke vakken naar het algemene kwaliteitsbeleid van de school. De inspectie zal transparanter gebeuren, ook ouders en leerlingen worden erbij betrokken en de inspectie wordt veel meer de partner van scholen. De procedures en erkenningen worden vereenvoudigd, waardoor ook de planlast voor de scholen daalt. Het wordt ook mogelijk voor de onderwijsinspectie om samen te werken met de inspectie levensbeschouwelijke vakken. Dat werd vandaag op initiatief van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits in de commissie onderwijs van het Vlaams parlement goedgekeurd.

In september 2016 startte een traject met het hele onderwijsveld om een nieuwe inspectie uit te tekenen. Onderwijsverstrekkers, pedagogische begeleidingsdiensten én onderwijsinspectie engageerden zich om het nieuwe referentiekader voor onderwijskwaliteit te ontwikkelen. Op die manier stonden alle betrokken aan de wieg van de inspectie 2.0. Het kader legt vast wat kwaliteitsvol onderwijs is en plaatst de leerling daarin centraal. Zo is er een gemeenschappelijke taal voor de scholen en de onderwijsinspectie, kwaliteitsvol onderwijs is voor iedereen hetzelfde. Dit kader moet de scholen een houvast bieden, het zijn krijtlijnen waarbinnen de scholen hun eigen kwaliteitsbeleid verder kunnen uitwerken. Op die manier worden scholen en de onderwijsinspectie partners, met als sleutelwoord: wederzijds vertrouwen.

Leerlingen én ouders worden betrokken

De onderwijsinspectie gaat daarvoor in dialoog met de schoolleiding, de leraren en andere leden van het schoolteam, én met de ouders en leerlingen zelf. Op die manier wil ze ook polsen naar de samenwerking, de communicatie, het welbevinden en de betrokkenheid op school. In het basisonderwijs zal elke doorlichting daarom ook starten met een rondleiding doorheen de school door leerlingen.

 

Scholen worden één keer om de zes jaar doorgelicht

Het nieuwe decreet zorgt er ook voor dat de doorlichting op een andere manier dan nu zal verlopen. De nieuwe manier van doorlichten valt uiteen in twee delen, het eerste deel gaat over de kwaliteitsontwikkeling van de school, het tweede over de kwaliteitsbewaking in de klas. De onderwijsinspectie zal meer stimuleren en werkt daarbij met ontwikkelingsschalen. Die schalen drukken uit in welke mate de school tegemoet komt aan de kwaliteitsverwachting. Ze krijgen niet langer een “goede” of “slechte” score, maar een begeleidend advies. De onderwijsinspectie zal ook, op vraag van de scholen zelf, regelmatiger doorlichten. In plaats van om de 10 jaar zullen scholen nu iedere 6 jaar doorgelicht worden, de volledige leerlingenpopulatie is dan zo goed als helemaal vernieuwd.

Eenvoudiger en minder papier

Vandaag is er bij elke doorlichting een breed vooronderzoek. Dit heeft vaak tot gevolg dat scholen uit voorzorg een heleboel overbodige papieren voorbereiden en klaar leggen voor de inspectie. Dat vooronderzoek wordt nu afgeschaft. Ook de afzonderlijke opvolgingsdoorlichting wordt geïntegreerd in de doorlichting zelf, zodat scholen volop kunnen werken aan hun brede kwaliteitsontwikkeling en niet enkele specifieke verbeterpunten moeten aanpakken. Elke doorlichting zal nog steeds uitmonden in een doorlichtingsverslag, maar dat wordt een beknopte én visuele voorstelling van de resultaten. De advisering zal veel eenvoudiger verlopen, er zijn 2 mogelijkheden, ofwel krijgt de school een gunstig advies waarbij de erkenning verder gezet mag worden, ofwel een ongunstig advies waarbij de onderwijsinspectie adviseert om de procedure tot intrekking van de erkenning op te starten.  Op die manier geeft de onderwijsinspectie duidelijkheid en vertrouwen aan de scholen zelf en krijgen ze ruimte voor het eigen kwaliteitsbeleid.

Samenwerking met levensbeschouwelijke inspectie

De onderwijsinspectie zal in de toekomst in het kader van een erkenningsonderzoek van nieuwe scholen én voor de doorlichting van bestaande scholen kunnen samenwerken met de inspectie levensbeschouwelijke vakken. Op dit moment zijn de onderwijsinspecteurs niet bevoegd voor het toezicht op levensbeschouwelijke vakken. Zo zal de onderwijsinspectie in de toekomst de levensbeschouwelijke inspectie kunnen inschakelen n het kader van de erkenning van een nieuwe school.

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Vertrouwen geven en verantwoordelijkheid nemen is de basis van dit decreet. De onderwijsinspectie 2.0 wordt een partner van de scholen en geeft hen vertrouwen en stimuleert hen in hun kwaliteitsontwikkeling. Door regelmatiger door te lichten en de procedures en administratieve lasten tot een minimum te beperken creëren we ook voldoende tijd en ruimte voor de scholen om daar volop aan te werken. Door ook ouders en leerlingen actief te betrekken bij de doorlichting, krijgt de onderwijsinspectie een vollediger beeld van de school. ”

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream