31 januari 2008

Sanering van afvalwater: ambitieuze maatregelen voor de efficiënte en effectieve uitbouw van het rioleringsnetwerk

 



PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN
MINISTER HILDE CREVITS
VLAAMS MINISTER VAN OPENBARE WERKEN, ENERGIE,
LEEFMILIEU EN NATUUR
31 januari 2008
 
 
Sanering van afvalwater: ambitieuze maatregelen voor de efficiënte en effectieve uitbouw van het rioleringsnetwerk
 
 
De Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater en de Kaderichtlijn Water stellen ons voor belangrijke uitdagingen op het vlak van waterzuivering. Daarom neemt minister Hilde Crevits verschillende maatregelen. Voor de sanering van afvalwater moeten er zoneringsplannen worden opgemaakt, waarbij een visie inzake de saneringswijze van afvalwater wordt vastgelegd. Van 50 gemeenten is al een ontwerp van ministerieel besluit opgesteld voor hun afgewerkt zoneringplan. In de loop van 2008 zal minister Crevits de zoneringsplannen van een belangrijk deel van de Vlaamse gemeenten bekrachtigen. Voor een effectieve en efficiënte uitbouw van het rioleringsnetwerk wordt nu in samenspraak met de gemeenten de prioriteitenin de uitvoeringsplannen vastgelegd. Het Vlaams Gewest zal de gemeenten extra ondersteunen.
 
Er zijn 2 Europese richtlijnen die alles bepalend zijn voor de openbare waterzuivering in Vlaanderen:
1. De Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater stelt dat de grote agglomeraties moeten gezuiverd worden door de bouw van grote zuiveringsinstallaties en collectoren.
2. De Kaderrichtlijn Water stelt voorop dat Vlaanderen een goede toestand van oppervlaktewater en grondwater moet bereiken in 2015. Hiervoor is het belangrijk dat het gemeentelijk rioleringsnet verder wordt uitgebouwd.
 
Achterstand in de uitvoering van de richtlijn Stedelijk Afvalwater sterk ingehaald
 
Aquafin kon in 2003 op slechts 35 miljoen euro aan projecten initiëren. Begin 2004 kreeg Vlaanderen een 1ste veroordeling, omdat de verplichtingen in het kader van de richtlijn Stedelijk Afvalwater niet werden nageleefd.
 
Door een zeer gerichte een pragmatische aanpak is de situatie rechtgetrokken. In 2007 heeft Aquafin voor 190 miljoen euro aan projecten geïnitieerd. De resultaten zijn duidelijk. Op dit moment is al 98% van de aansluitingsverplichtingen in agglomeraties boven de 10.000 inwoners gerealiseerd. Minister Hilde Crevits verwacht eind 2008 - begin 2009 de 100% te halen. Op 112 agglomeraties (excl. Brussel-Noord en Brussel-Zuid) ontbreken nog slechts 2 installaties waarbij de RWZI Beveren-Leie eind maart 2008 operationeel zal worden en Tervuren in aanbouw is.
 
Het rioleringsnet verder uitbouwen voor de realisatie van de Kaderichtlijn Water
 
De geboekte successen in uitvoering van de richtlijn Stedelijk Afvalwater is echter niet het signaal om op onze lauweren te gaan rusten. Het bereiken van de goede waterkwaliteit in 2015 vereist een inspanning van zowel industrie, landbouw, gezinnen en overheden. Europa vraagt dat het maatregelenprogramma tegen 2009 klaar is. Een ambitieus maar realistisch maatregelenpakket zal ons indien nodig toelaten om de termijn voor het behalen van de doelstelling met 2 keer 6 jaar te verlengen.
 
  1. Zoneringsplannen
 
De beleidsdoelstellingen in de zoneringsplannen betreffen het vastleggen van een visie inzake de saneringswijze van afvalwater. Er is geen specifieke uitvoeringstermijn die opgelegd wordt voor de uitvoering van de rioleringen en IBA’s (Individuele Behandelingsinstallatie voor afvalwater).
 
Door het opmaken van de zoneringsplannen wordt concreet meer duidelijkheid geboden aan de woningen gelegen in het buitengebied. Het zoneringsplan duidt immers aan van welke woningen het afvalwater moet gezuiverd worden in een individuele behandelingsinstallatie en van welke woningen het afvalwater via een gemeentelijke riolering wordt aangesloten op een collectieve zuivering.
 
Begin september 2006 werd gestart met de eerste stap in deze procedure, namelijk het verzenden van het voorontwerp van zoneringsplan naar alle gemeenten. Een goed jaar later werd al goed opgeschoten in deze procedure. Bijna alle gemeenten hebben dit project mee ondersteund. Er werden al 305 ontwerpen verzonden aan de gemeenten. In 292 gemeenten is het openbaar onderzoek reeds beëindigd. 139 gemeenten bezorgden VMM ondertussen de beslissing van de gemeenteraad met goedkeuring van het – aangepast - ontwerp. Voor 50 gemeenten werd het ontwerp van ministerieel besluit ter goedkeuring van het definitief zoneringsplan reeds aan de minister voorgelegd.
 
In de loop van 2008 zal minister Crevits de zoneringsplannen van een belangrijk deel van de Vlaamse gemeenten bekrachtigen.
 
Vastgesteld wordt alvast dat het merendeel van de gemeenten kiest voor de aansluiting van de woningen op een collectief stelsel. Hiermee wordt een stap verder gezet in de richting collectieve inzameling en zuiveringin vergelijking met de visie uit de TRP’s (totaal rioleringsplannen) die in de jaren ’80 werden vastgesteld. Deze visie is ondermeer een gevolg van een verhoogde verantwoordelijkheidszin van de gemeenten ten aanzien van hun burgers en het ontwikkelen van nieuwe rioleringstechnieken, met name het aansluiten van woningen via een drukriolering.
 
 
  1. Van visie naar uitvoering: uitvoeringsplannen het essentiële vervolgtraject
 
Nu de opmaak van de zoneringsplannen in het eindstadium beland is, is het dan ook belangrijk om werk te maken van het vervolgtraject, namelijk de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen. In deze plannen zal per project bepaald worden wie verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan: de gemeente, het gewest of beiden. Het bepaalt tevens tegen welke datum dit project moet gerealiseerd worden om de doelstellingen uit de Kaderrichtlijnwater te bereiken. De prioritisering zal er voor zorgen dat er met de beschikbare middelen zoveel mogelijk vuilvracht gesaneerd zal worden. Dit wil zeggen dat in de regel dichter bebouwde gebieden eerst aan de beurt komen en daarna de meest afgelegen woningen.
 
Vandaag is VMM, in samenwerking met Aquafin, bezig met de ontwikkeling van een model voor de opmaak van de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen, model dat wordt uitgetest op 12 proefgebieden: Kortemark, Maldegem, Roeselare, Eke, Stekene, Blaasveld, Aalst, Beersel, Kermt, Tielt-Winge, Nijlen en Eksel. De proefgebieden zijn verspreid over heel Vlaanderen en zijn verschillend van aard zodat extrapolatie over heel Vlaanderen mogelijk is. De resultaten worden op dit moment gevalideerd. Op korte termijn zal de oefening voor de proefgebieden afgerond worden.
 
De resultaten voor deze proefgebieden zullen in de loop van de volgende maanden met alle betrokken partijen worden besproken. De te volgen werkwijze wordt in de loop van 2008 concreet vastgelegd. Minister Crevits zou hierbij ook nog eens het belang van deze uitvoeringsplannen wensen te benadrukken. De uitvoeringsplannen zullen ambitieuze maar realistische doelstellingen voor de gemeenten bevatten. Deze uitvoeringsplannen zullen daarom ook bindend zijn.
 
  1. Hoe ondersteunt het Vlaams Gewest de effectieve uitvoering van de gemeentelijke rioleringen en KWZI’s?
 
Financiering
Uit de eerste berekeningen die voortvloeien uit de zoneringsplannen en uitvoeringsplannen blijkt dat de verdere uitbouw van het rioleringsstelsel voor de meeste gemeenten financieel hoe dan ook een belangrijke financiële inspanning zal vragen.
 
Door de reorganisatie van de watersector werd de gemeenten de mogelijkheid geboden op de aanleg en het beheer van de rioleringen structureel te financieren via de gemeentelijke saneringsbijdrage op de drinkwaterfactuur. Indien de gemeenten de maximaal toegelaten bijdrage zou vragen wordt geraamd dat dit zo’n 350 miljoen euro per jaar voor investeringen in riolering kan genereren.
 
Maar om de waterfactuur betaalbaar te houden voor de gebruiker blijft het Vlaams Gewest de gemeenten ook financieel ondersteunen bij de uitbouw van het gemeentelijk stelsel. Daarom wordt het subsidiebudget voor de aanleg van rioleringen en bouw van KWZI’s voor de komende jaren gevoelig opgetrokken: in 2008 wordt 25 miljoen euro extra voorzien bovenop de jaarlijkse 67 miljoen euro. In 2009 komt hier nog eens 25 miljoen euro extra bij. Zodat er jaarlijks bijna 120 miljoen euro naar de subsidiëring van de gemeentelijke riolering zal gaan.
 
Minister Crevits zal er over waken dat de prioriteiten in dit subsidieprogramma juist gelegd worden. Er moet blijvend voor gezorgd worden dat er zoveel mogelijk vuilvracht gesaneerd wordt met een minimaal gebruik aan middelen. Dit wil zeggen dat in de regel dichter bebouwde gebieden eerst aan de beurt komen en daarna de meest afgelegen woningen.
 
Tenslotte zal het Vlaams Gewest de gemeenten in het kader van het zogenaamde lokaal pact extra ondersteunen door een belangrijk deel van de gemeentelijke investeringslast over te nemen. De bovengemeentelijke investeringskosten hebben quasi hun piek bereikt. Via een aangepaste financiering kan de factuur meer optimaal gespreid worden en zal het Vlaams Gewest ruimte hebben om een deel van de gemeentelijke saneringsverplichting over te nemen.
 
Doorgedrijven scheiding van vuil afvalwater proper hemelwater door een gerichte prioritisering en subsidiëring
Hoe verder ons rioleringstelsel wordt uitgebouwd hoe belangrijker ook het scheiden van het hemelwater en afvalwater wordt om overstorten te vermijden en een efficiënte zuivering mogelijk te maken.
 
Een verregaande afkoppeling van afvalwater en hemelwater is niet eenvoudig. Bij nieuwbouw is de afkoppeling vrij makkelijk afdwingbaar – via de bouwvergunning – en uitvoerbaar. Vooral echter bij bestaande woningen kan een volledige afkoppeling tot aanzienlijke werken en bijhorende kosten leiden. Het begeleiden en sensibiliseren van de burger in dit verhaal is een intensieve maar hoogstnoodzakelijke opgave.
 
De basis voor een goede en afdwingbare regelgeving ligt in ambitieuze maar realistische doelstellingen. Daarom heeft minister Crevits enkele wijzigingen in VLAREM II betreffende de aansluit- en afkoppelingsplicht voorgelegd. Deze wijzigingen werden door de Vlaamse regering in december principieel goedgekeurd. Ze heeft er voor geopteerd om in de voorliggende wijziging aan Vlarem II enkel voor open en halfopen bebouwing een verplichting in te schrijven om over te gaan tot een volledige scheiding van alle afvalwater- en hemelwaterstromen op privé-domein. Voor gesloten bebouwing zal de afkoppeling van de voorste dakhelft volstaan. Het op deze manier omgaan met de afkoppelingsplicht is de meest kosteneffectieve en -efficiënte manier.
 
Anderzijds worden de gemeentelijk rioolbeheerders maximaal gestimuleerd om de afkoppeling bij de particulieren zo ver mogelijk te laten doorvoeren via de subsidieregeling:
 
1.   De subsidieregeling van het Vlaams Gewest voor de gemeentelijke rioleringen bepaalt immers dat bij de aanleg van een volledig gescheiden stelsel (2DWA-riolering) het subsidiepercentage 100% bedraagt. Bij een volledig gescheiden stelsel wordt zowel het hemelwater van de weg als van de woningen gescheiden van het afvalwater.
2.   Voor het gedeeltelijk gescheiden stelsel bedraagt het subsidiepercentage slechts 75% bedraagt. In dit geval wordt enkel het hemelwater van de weg gescheiden.
3.   Bovendien wordt e
bij
de rangschikking van de projecten die in aanmerking komen voor subsidiëring voorrang gegeven aan de projecten met een optimale afkoppeling van hemelwater.
4.   Bij de uitbouw van het regenwaterstelsel wordt steeds de voorrang gegeven aan het vasthouden en bergen van hemelwater vooraleer effectief tot afvoer over te gaan.
 
Aansluitplicht
Via het milieuhandhavingsdecreet zal de mogelijkheid geboden worden om de aansluiting eventueel af te dwingen via een administratieve sanctie.
 
 
  1. Beleid inzake individuele zuivering
 
Zoals hierboven gesteld hebben de zoneringsplannen duidelijk gemaakt waar er nog IBA’s moeten komen en waar niet. Gelet op de door de gemeenten gemaakte keuze zal het aantal IBA’s beperkt zijn. Met de op stapel staande aanpassing van de betreffende Vlarembepalingen wordt dit aantal trouwens significant verminderd in vergelijking met het aantal IBA’s dat zou moeten geïnstalleerd worden bij toepassing van de huidige wetgeving. Op basis van de ontwerpen van zoneringsplannen werd het aantal IBA’s in Vlaanderen geraamd op ongeveer 70.000 of een gemiddelde van een 200-tal IBA’s per gemeente. 
 
Indien de techniek verder evolueert is het mogelijk om het aantal IBA’s in de uitvoeringsplannen en bij een herziening van de zoneringsplannen verder te reduceren.
 
Het is de overtuiging van minister Crevits dat het bouwen van een IBA geen taak hoeft tezijn van de burger, zoals tot nu toe het geval is. De overname van deze taak door gemeente of rioolbeheerder biedt diverse opportuniteiten. Het collectief beheren van IBA’s wordt aanbevolen omdat de plaatsing en vooral omdat het onderhoud van een IBA een specifieke kennis vergt. Het collectief aankopen en beheren zal ongetwijfeld ook economische schaalvoordelen opleveren.
 
Bovendien kan een gemeente die voor deze piste kiest ook beter naar een gelijke behandeling van zijn burgers streven, of de burger nu op een riool of via een IBA zal lozen. Om deze optie ook financieel haalbaar te maken mag de gemeentelijke saneringsbijdrage voor de bouw van een IBA vanaf volgend jaar verhoogd worden met de bovengemeentelijke saneringsbijdrage indien de gemeente of rioolbeheerder zelf instaat voor de aankoop en het beheer ervan. Met de opbrengst van deze bijdrage kan de gemeente het volledige onderhoud financieren. Deze mogelijkheden werden in het programmadecreet van de begrotingsopmaak 2008 eind vorig jaar reeds goedgekeurd.
 
Deze subsidieregeling voor de IBA’s zal vanaf het eerst 1ste kwartaalprogramma 2009, dat wordt goedgekeurd in april 2008, aangepast worden. De subsidiëring zal niet langer via de samenwerkingsovereenkomst verlopen maar via de subsidies voor de gemeentelijke rioleringsinfrastructuur. Minister Crevits zal het via dit subsidiebesluit ook een verhoogde subsidie toekennen voor de gemeenten om de individuele saneringsplicht van de burgers over te nemen. In de begroting 2008 heeft minister Crevits de kredieten substantieel opgetrokken.
 
 
  1. Verhogen van efficiëntie
 
Resultaatsverbintenis NV Aquafin
Hoewel Aquafin op dit moment uitstekend werk levert, moetvoortdurend op zoek gegaan worden naar efficiëntieverbetering. Een belangrijk instrument dat hiervoor momenteel op poten gezet wordt is het opstellen en uittesten van een indicatorenkader. Indien dit indicatorenkader stabiel blijkt zal dit een belangrijk element vormen bij een nieuwe beheersovereenkomst tussen de NV Aquafin en het Vlaams Gewest.
 
De nieuwe beheersovereenkomst zal ook een verdere opdeling tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke activiteiten. Minister Crevits benadrukt dat de huidige organisatie - waarbij er een gescheiden boekhouding gevoerd wordt tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke activiteiten - goed bevonden werd door de Europese Commissie.
 
Gemeentelijke sanering en gemeentelijk indicatorenkader
Voor de opvolging van de gemeentelijke saneringsplicht wordt er door de VMM zowel een ecologisch al een economisch opvolgingssysteem uitgewerkt. Analoog aan het reeds enige ontwikkelde indicatorenkader voor het beheer van de bovengemeenteljke saneringsinfrastructuur is er momenteel een studieopdracht lopende bij VMM om een analoog kader uit te tekenen ter beoordeling van het beheer van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur
 
Ook wat betreft de correcte doorrekening van de saneringsbijdrage werkt de VMM momenteel een formaat uit om de gemeenten te laten rapporteren over hun afvalwatersaneringsactiviteiten. Dit rapporteringsformaat wordt uitgewerkt in overleg met de VVSG.
 
Benchmarking Drinkwatermaatschappijen
Binnen SVW loopt momenteel een nieuwe benchmarkoefening. Minister Crevits wil deze benchmark formaliseren en openbaar maken. Het moet een leertraject vormen voor de verschillende maatschappijen. In Nederland leidt zo’n oefening tot concrete resultaten.
 
Persinfo:
 
Cybelle-Royce Buyck
woordvoerster van Vlaams minister Hilde Crevits
0486 14 12 72
Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream