26 november 2015

Slechte punten voor ons secundair onderwijs

 

Volgens een OESO-rapport heeft bijna één op de vijf jongeren geen diploma van het secundair onderwijs. De meerderheid kan ook nauwelijks met een computer werken. Maar hoe komt dat dan? En wat kunnen we eraan doen?

Cijfers liegen niet. Van de Belgen tussen 25 en 34 jaar heeft 18% geen diploma van het secundair onderwijs. Het OESO-gemiddelde is 15%. Van die jonge mensen scoort bovendien slechts 5% voldoende in vaardigheden op de computer. Ook dat is onder het gemiddelde van 8%. In Nederland is het bijvoorbeeld 13%.

Hoezo, had ons onderwijs dan geen uitstekende reputatie? "Jawel", zegt professor Dirk Van Damme, die werkt voor de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). "Maar het probleem is de grote spreiding: wij hebben een grote groep aan de top en een grote groep aan de staart van het peloton. Jongeren die wegvallen uit de top van dat sterk prestatiegerichte systeem, geraken op de sukkel en hebben een grote kans om zonder diploma de school te verlaten. Dat is het beruchte watervalsysteem."

Voor de computervaardigheden geldt hetzelfde probleem. "Het is trouwens ook zo voor de mate van geletterdheid en voor het omgaan met cijfers. De top is héél sterk, de onderkant héél zwak", zegt Van Damme.

Hoe komt dat? "Dat zien we onder meer door te vergelijken met Duitsland, dat tien tot vijftien jaar geleden met dezelfde problemen kampte", zegt Van Damme. "Duitsland heeft de te vroege keuze voor een definitief traject - dat was tien jaar - opgetrokken naar twaalf tot veertien jaar. Daarnaast heeft het een intensieve samenwerking met het bedrijfsleven uitgebouwd. Nu is het een van de snelste stijgers binnen de OESO. Ook Polen is met soortgelijke maatregelen zeer succesvol. Beide landen leveren het bewijs dat je het onderwijs wel degelijk snel en grondig kunt hervormen zonder kwaliteitsverlies. Maar dan moet je wel eerst uit de politieke discussies zien te geraken."

"Overigens: deze OESO-cijfers gelden voor heel België. Vlaanderen is al geruime tijd bezig aan een positieve evolutie. De Franse Gemeenschap heeft een groter probleem. En Brussel is het grootste zorgenkind. Daar is één op de vier jongeren ongekwalificeerd op 18-jarige leeftijd."

Wat moeten we doen om hoger te scoren? "Vlaanderen heeft al veel gedaan", zegt Lieven Boeve, directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs. "Sinds 1999 is het aantal ongekwalificeerden bijna gehalveerd van 13,8% tot 7%. Maar dat is natuurlijk nog steeds te veel."

"We moeten het onderwijs moderniseren", vindt Boeve. "Dat doen we door meer overzicht te creëren voor de leerlingen en hun ouders, zodat er keuzes worden gemaakt op basis van interesses en vermogens. Alleen zo kunnen we afrekenen met het watervalsysteem. Daarbij moeten we ook het TSO en het BSO herwaarderen. Die maatregelen hebben zeker effect."

Robert Voorhamme, voormalig sp.a-schepen van Onderwijs in Antwerpen en nu voorzitter van AUHA (Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen), maakt het nog wat concreter. "Het secundair onderwijs moet dringend worden hervormd", zegt hij. "Het wordt namelijk elk jaar minder performant. Bovendien komt er - zeker in de steden - een demografische golf op ons af, waardoor het onderwijs onbetaalbaar wordt in zijn huidige structuur. Het is nu al een van de duurste onderwijssystemen per hoofd in Europa."

"Ons onderwijs is veel te versnipperd. Er zijn te veel studierichtingen", zegt Voorhamme. "Daardoor wordt er infrastructuur verspild, lopen de kosten op en neemt het watervalsysteem toe."

"Het debat over de hervorming wordt al jaren gevoerd, maar de krijtlijnen zijn nog steeds niet duidelijk. Hoe breed maken we de eerste graad? Op welke leeftijd moet de definitieve keuze worden gemaakt? Hoe gaan we het nieuwe systeem organiseren? Op welke manier kunnen we het best meer praktijkervaring introduceren? Wat doen we met domeincampussen rond interessegebieden? Het zijn stuk voor stuk vragen waarover volgens mij nog meer discussie bestaat binnen de huidige coalitie dan tussen meerderheid en oppositie."

"De overheid wéét wat er moet gebeuren", zegt professor Dirk Van Damme. "Het huidige plan van minister Hilde Crevits (CD&V) bevat goede keuzes voor de tweede en derde graad. Sterke richtingen blijven behouden en domeinscholen zorgen voor een goed evenwicht tussen theorie en praktijk."

Minder overtuigd is hij van het uitstellen van de studiekeuze in de eerste graad. "Je mag de excellente leerlingen niet te lang op hun honger laten zitten en je moet op tijd beginnen te differentiëren. Maar daarover is de beslissing nog niet genomen."

"De grootste bedreiging van deze hervorming lijkt mij de implementatie. Als ze al door het parlement geraakt, moeten de scholen ook nog meewerken. De beste oplossingen moeten worden gezocht en er moet heel goed worden afgesproken wie precies wat gaat doen."

Lex

Inhoud ↑

Copyright © 2015 Concentra. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream