30 oktober 2007

Vlaamse nieuwbouwwoningen worden energiezuiniger

 



Woningen die momenteel worden gebouwd of gerenoveerd behalen veel betere energieprestaties. Dat blijkt uit de eerste evaluatie van de energieprestatieregelgeving. Sinds de invoering van deze regelgeving bereikt de gemiddelde nieuwbouwwoning een energieverbruik (E-peil) van 92. Dit terwijl de maximumnorm 100 is. Ook de gemiddelde isolatiewaarde K41 is beter dan de opgelegde maximumnorm van K45. Vlaams minister Crevits benadrukt dat dit bijna 10% beter is dan de eisen die de Vlaamse overheid heeft vooropgesteld. De architecten en bouwheren zijn al goed vertrouwd met de nieuwe regelgeving. De kennis van de architecten over de regelgeving is met 22% gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. Bijna 80% van de (kandidaat)bouwers is op de hoogte van de energieprestatieregelgeving. 

In het verleden scoorden Vlaamse woningen in Europese vergelijkingen slecht op het vlak van hun energieverbruk. Vroeger hadden Vlaamse bouwers en architecten minder aandacht voor energiezuinig bouwen. De Vlaamse overheid leverde weinig inspanningen om de handhaving van de isolatiereglementering af te dwingen. Om hier komaf mee te maken werd op 1 januari 2006 de energieprestatieregelgeving (EPB-regelgeving) ingevoerd. Voor huur- en koopwoningen wordt binnenkort nog het energieprestatiecertificaat ingevoerd. 

Minister Hilde Crevits: “Ik wil tegen 2020 het energieverbruik bij gezinnen met 30% verminderen. De EPB-regelgeving voor nieuwbouwwoningen werpt al zijn vruchten af. De gemiddelde nieuwbouwwoning heeft zelfs een energieverbruik dat 10% lager is dan de opgelegde norm. Het is nu duidelijk: architecten en bouwheren worden bewust van het nut van energiebesparend bouwen en het positieve effect op de energiefactuur ervan. Nu wil ik ook het energieverbruik van de huur- en koopwoningen sterk verminderen door de invoering van het energieprestatiecertificaat. 

 

Wat is de EPB-regelgeving? 

In het Vlaamse Gewest is sinds 1 januari 2006 de energieprestatieregelgeving (ook EPB-regelgeving genoemd, EnergiePrestatie en Binnenklimaat) in voege getreden. De regelgeving kadert in een streven naar betere energieprestaties voor het Vlaamse woningbestand. Door bij nieuwbouw of grondige renovaties de juiste maatregelen te treffen is het mogelijk een hoger comfortniveau te bereiken.  Maar toch veel energiezuiniger te leven. 

De handhaving van de regelgeving is ook veel strikter geworden. Na de uitvoering van de werken moet de bouwheer aantonen dat de woning voldoet aan de energieprestatieregelgeving. Hij wordt hierin bijgestaan door een zogenaamde “EPB-verslaggever” die de bouwheer voor de start van de nieuwbouw of de verbouwingswerken moet aanstellen. Dat kan zowel de ontwerpende achitect van de woning zijn als een andere architect of ingenieur. De EPB-verslaggever moet op basis van een gedetailleerde inventaris van de gebruikte materialen en technieken de energieprestatie van het gebouw berekenen. Dit document wordt de EPB-aangifte genoemd. Voor de berekening van de energieprestatie van het gebouw gebruikt de EPB-verslaggever het softwarepakket, de EPB-Software, dat de Vlaamse overheid gratis ter beschikking stelt. 

 

Evaluatie van de regelgeving 

  1. De architect als centrale actor

De architecten spelen een cruciale rol in een correcte implementatie van de regelgeving. Zij treden op als raadgever van de bouwheer en breiden hun dienstenaanbod ook dikwijls uit met de activiteit van EPB-verslaggeving. 

In de loop van de maanden augustus en september werd in samenwerking met de architectenorganisatie NAV, een telefonisch onderzoek uitgevoerd bij een representatief staal van 400 Vlaamse architectenbureaus (inclusief éénmanszaken) met als doel te peilen naar de implementatie van de energieprestatieregelgeving.    

Enkele resultaten:  

  • 60% van de architecten is het ermee eens dat de invoering van de energieprestatieregelgeving de bouwheren heeft gemotiveerd om meer aandacht te besteden aan de energieprestaties van hun nieuwbouw of verbouwing.

 

  • 60 % van de architecten is overtuigd van de korte terugverdientermijn voor woningen die voldoen aan de EPB-eisen. 

 

  • 58% van de architecten volgde een specifieke opleiding rond de energieprestatieregelgeving. Gemiddeld geven architecten zichzelf een score van 6,2 op 10 wat betreft hun kennis over de energieprestatieregelgeving. 47% van de architecten geeft zich een score van 7 of meer. Slechts 12% geeft zich een score lager dan 5 op 10. Dit is een positieve evolutie ten opzichte van het onderzoek uitgevoerd door de architectenorganisatie NAV in juli 2006 (gemiddelde kennis 5,1).

Architecten die optreden als EPB-verslaggever geven zich een hogere score (6,6) dan de architecten die de verslaggeving uitbesteden (5,7). Architecten die reeds met de EPB-software hebben gewerkt, vinden eveneens dat zij beter op de hoogte zijn (6,5) dan architecten die nog niet met de software hebben gewerkt (5,3).    

  • De tevredenheid over de software ligt aan de lagere kant en bedraagt gemiddeld 5,2 op 10. Verslaggevers zijn meer tevreden over de software (5,5) dan architecten die de verslaggeving uitbesteden (4,7).

Vlaams minister Hilde Crevits besluit uit dit resultaat dat het optimaliseren van de software een heel belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren blijft. In het voorjaar van 2008 zal een volgende versie van de software ter beschikking gesteld worden.

 

  1. Kennis van de energieprestatieregelgeving bij de (kandidaat)bouwheren

Tijdens het Bouw- en ImmoSalon (BIS-beurs) van 6 tot 14 oktober 2007 heeft het Vlaams Energieagentschap 248 (kandidaat)bouwheren ondervraagd.  

  • 79% van de ondervraagden is op de hoogte dat er vanaf 1 januari 2006 een nieuwe regelgeving van toepassing is die als doel heeft om het energieverbruik van woningen te verlagen. Twee derden van deze groep kent ook de correcte benaming van deze regelgeving.
  • 73% gelooft in een vrij korte terugverdientermijn voor de investeringen die uit de regelgeving voortvloeien.
  • Meer dan 93% vindt het de taak van de architect om bij de opmaak van het bouwplan rekening te houden met de nieuwe regelgeving.
  • Voor 75% van de ondervraagden is het van belang dat de overheid nagaat of iedereen zich houdt aan de regelgeving.
  • Iets meer dan 56% van de (kandidaat)bouwers en verbouwers vindt dat hij onvoldoende werd geïnformeerd over de energieprestatieregelgeving. Voor personen met (ver)bouwplannen die nog niet beschikken over een bouwplan bedraagt dit percentage 67%. Van de kandidaat (ver)bouwers die reeds beschikken over een bouwplan is dit voor 49% het geval. Van de personen die al aan het (ver)bouwen zijn, vindt 46% dat hij niet genoeg werd geïnformeerd.

De bouwheren verwachten in eerste instantie informatie over deze regelgeving van hun architect, gevolgd door de Vlaamse overheid en de gemeente.  

Vlaams minister Crevits besluit hieruit dat de communicatie-inspanningen omtrent de energieprestatieregelgeving nog dienen te worden geïntensifieerd. Zij beoogt vooral een samenwerking met de architectenorganisaties die hun leden moeten stimuleren en ondersteunen om de nodige informatie over de energieprestatieregelgeving aan hun klanten-bouwheren door te geven. 

 

  1. En wat gebeurt er in de bouwpraktijk?

Op basis van de reeds ingediende EPB-aangiftes van eengezinswoningen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd afgeleverd, werd ook gekeken naar de Vlaamse bouwrealiteit. Onderstaande grafieken geven de procentuele verdelingen weer van de gerealiseerde E-peilen (energieverbruik) en K-peilen (isolatiewaarde) in deze eengezinswoningen.  

De gemiddelde nieuwbouwwoning in Vlaanderen bereikt een E-peil 92. De opgelegde norm is een E-peil van maximum 100. De gemiddelde woning haalt al een isolatiewaarde van K41, terwijl de norm maximum K45 oplegt. Men doet dus gemiddeld bijna 10% beter dan de eisen die de Vlaamse overheid heeft vooropgesteld.  

Voor het E-peil is een vergelijking met het verleden niet mogelijk, maar voor wat het K-peil betreft betekent dit een substantiële verbetering ten opzichte van de tot en met 2005 geldende K55-eis. 

Deze positieve trend wordt ook bevestigd door cijfermateriaal van Buildsight/Extra Muros, marketingbureau voor de bouwsector, dat verzameld werd tijdens werfbezoeken. De onderstaande cijfers omvatten een vergelijking tussen 2007 en 2004. 

De gemiddelde dikte van muurisolatie nam in Vlaanderen toe:

  • met 7,9% tot een dikte van 5,8 cm voor minerale wol;
  • met 18,4% tot een dikte van gemiddeld 4,8 cm voor de andere isolatiematerialen. 

Voor hellende daken nam de dakisolatie in Vlaanderen toe met 16,5% tot een gemiddelde dikte van 13,3 cm. 

Uit de werfbezoeken blijkt eveneens dat er meer hoogrendementsglas (met een U-waarde[1] kleiner dan 1,2 W/m2K) wordt geplaatst. In nieuwbouw is dit gestegen van 42,8% in 2004 tot 57,3% in 2007.  

Vlaams minister Hilde Crevits stelt vast dat de energieprestatieregelgeving al duidelijk een positieve impact heeft gehad in het bouwgebeuren. De andere gewesten zijn nog niet klaar met de omzetting van de richtlijn die de invoering van de energieprestatieregelgeving oplegt. Zij merkt op dat dezelfde gegevens voor het Waalse Gewest geen of een beperktere stijging vertonen.

  
 


[1] De U-waarde drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde, per 1 m² en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een constructie doorgelaten wordt. De waarde geeft de mate van isolatie van de constructie aan: een hoge U-waarde betekent een slecht geïsoleerd gebouw.

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream