26 juni 2015

Vlaamse regering keurt conceptnota Samen tegen Schooluitval goed

 

 

De Vlaamse Regering heeft op voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits, Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen en Vlaams minister van Werk Philippe Muyters de conceptnota Samen tegen Schooluitval goedgekeurd. Het gaat om een omvattend plan met meer dan 50 actiepunten. Het doel is het aantal vroegtijdige schoolverlaters te doen dalen, het spijbelen tegen te gaan en het leerrecht te garanderen. Naast Onderwijs en Welzijn wordt Werk de nieuwe partner in het geheel. Preventie staat voorop, samen met het optreden tegen spijbelende leerlingen. Vlaanderen zal een spijbelambtenaar aanstellen. Met deze conceptnota gaat Vlaanderen in op de Europese aanbeveling om de problematiek van vroegtijdige schoolverlaters en spijbelen geïntegreerd aan te pakken.

Schools falen, een verkeerde studiekeuze, een gebrek aan motivatie en ontwrichte gezinssituaties zijn vaak terugkerende redenen waarom jongeren vroegtijdig de school verlaten. Ook schoolse vertraging en spijbelen blijken twee belangrijke voorspellers van schooluitval te zijn.

 

Met de conceptnota Samen tegen Schooluitval geeft de Vlaamse Regering een duidelijk signaal dat ze het aantal vroegtijdige schoolverlaters in de toekomst wil zien verminderen en dat spijbelen niet aanvaard wordt. De nota bevat meer dan 50 actiepunten om resultaten te bereiken. In de eerste plaats gaat er aandacht naar preventie, maar waar het nodig is wordt er opgetreden.

 

 

 

Nieuwe beleidsaanpak :

 

Vlaanderen stelt een spijbelambtenaar aan die de nieuwe aanpak vorm zal geven :

 

Van 2,5 tot 25 jaar

 

Een school- en/of werkloopbaan voor kinderen en jongeren van 2,5 jaar tot 25 jaar met maximale kleuterparticipatie en aanwezigheid op school. Scholen bieden een veilig en warm schoolklimaat aan met een goed zorg- en talenbeleid. Onderwijs zal vroegtijdig schoolverlaten en spijbelen beter registreren en Onderwijs en Werk koppelen hun databanken met als doel iedereen tot aan de meet te krijgen. Dat is nodig in het kader van het activeringsbeleid en het jeugdgarantieplan werk.

 

Kort op de bal

 

Het leerrecht hangt samen met een goed besef van en nadruk op de leerplicht om de aangeboden onderwijskansen maximaal te grijpen. Ouders zijn de eerste verantwoordelijken voor het naleven van de leerplicht van hun kinderen. Bij de eerste problematische afwezigheid kan de school meteen optreden : ouders erbij betrekken en/of Centra voor Leerlingenbegeleiding aanspreken. Centra voor Leerlingenbegeleiding zullen worden ingeschakeld vanaf 5 in plaats van 10 problematische afwezigheden (halve dagen). De definitie problematische afwezigheid verstrengt van 30 halve dagen naar 15 halve dagen. In overleg met politie en parket zal worden onderzocht hoe de in de leerplicht ingeschreven sanctie vandaag wordt toegepast en hoe deze kan worden versterkt. In overleg met justitie, politie en welzijn zullen nieuwe duidelijke krachtlijnen voor de aanpak van de spijbelproblematiek geformuleerd worden.

 

Op maat

 

Gebruik van meer flexibele  onderwijs- en welzijnstrajecten. Niet enkel time-out projecten, maar ook time-in projecten op de scholen zelf mogelijk maken waarbij er binnen de schoolmuren in begeleiding wordt voorzien. Leer-, welzijns- en werktrajecten op maat voor jongeren die dreigen uit te vallen. Het stelsel leren en werken versterken tot volwaardige leerweg met een betere afstemming onderwijs-arbeidsmarkt en een positieve keuze voor jongeren. Jongeren tot 25 jaar stimuleren om een kwalificatie te halen : via examencommissie, volwassenen- en tweedekansonderwijs.

 

Gedeelde verantwoordelijkheid

 

Schooluitval aanpakken houdt een gedeelde verantwoordelijkheid in : van onderwijs, welzijn, jeugd werk en justitie. Dialoog is nodig om tot duidelijke afspraken te komen. Aan ouders wordt duidelijk het signaal gegeven dat spijbelen en/of luxeverzuim niet aanvaard wordt. Scholen spreken ouders actief aan op hun verantwoordelijkheid. Elke dag luxeverzuim tikt aan als een problematische afwezigheid. Luxeverzuim is geen losstaand fenomeen en hangt nauw samen met andere spijbelvormen. Het is belangrijk dat scholen ouders sensibiliseren over de gevolgen van luxeverzuim.

 

 

 

Samenwerking Vlaams en lokaal : netwerken leerrecht

 

Voor het plan werkt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits nauw samen met haar collega’s Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen en Vlaams minister van Werk Philippe Muyters.  Deze manier van  samenwerking met Werk is nieuw.

 

Vlaams minister van Werk Philippe Muyters wil alle jonge werkzoekenden binnen de 4 maanden een aanbod op maat doen en zet verder in op competentieversterking, zeker in de groep van ongekwalificeerde uitstroom en de NEET’s. NEET-jongeren zijn jongeren tussen de 15 en de 24 jaar die de schoolbanken hebben verlaten, werkloos zijn en geen opleiding volgen. Ze krijgen geen andere vorm van begeleiding en zijn niet altijd gekend bij de VDAB. Om hen te kunnen identificeren, zullen onderwijsdata gekoppeld worden aan de databanken van de VDAB. Ook het vernieuwde stelsel van duaal leren en werken moet jongeren vanuit een positieve keuze de kracht geven om een kwalificatie te halen en hun weg te vinden op de arbeidsmarkt.

 

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen wil met de netwerken Leerrecht een hernieuwd elan geven aan de bestaande structuren tussen de Centra voor Leerlingenbegeleiding, de lokale actoren en de partners uit de welzijnssector. Welzijn zet, samen met onderwijs, in op trajecten op maat voor jongeren. Doel is o.a. om jongeren tijdelijk een andere ervaring op te laten doen om deze jongeren opnieuw richting school of opleiding te krijgen. Ook preventief en laagdrempelig aanwezig zijn, is vanaf jonge leeftijd zeer belangrijk. De Huizen van het Kind als hefboom voor laagdrempelige gezinsondersteuning nemen hierbij ook een belangrijke rol op.

 

Samen met de lokale besturen, de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s) en andere lokale partners wordt een aanklampend beleid uitgewerkt. Lokaal en/of regionaal initieert het Intersectorale Regionale Overleg Jeugdhulp (IROJ) netwerken leerrecht. Zij brengen de situatie van vroegtijdige schoolverlaters in beeld en maken aangepaste programma’s voor leerplichtigen en niet-leerplichtigen en stemmen het beleid rond spijbelen af op de noden.

 

 

 

De cijfers

 

In Vlaanderen verlaat gemiddeld 11,7 % van de jongeren de school vroegtijdig. In de grote steden ligt dat percentage hoger. Vroegtijdige schoolverlaters zijn niet-leerplichtige leerlingen die het secundair onderwijs zonder diploma verlaten en in een kwetsbare positie de arbeidsmarkt betreden.

 

Spijbelen is een belangrijke voorspeller van toekomstige schooluitval. 73,1% van de leerlingen spijbelt tijdens het schooljaar nooit. 11,7 % spijbelt één keer, 5,2 % twee keer, 2,5% drie keer en 7,5% meer dan drie keer. Problematische afwezigheden houden op dit moment in dat een leerling gedurende het schooljaar 30 halve dagen of meer ongewettigd afwezig is. Voor het basisonderwijs zijn 0,49% van de leerlingen problematisch afwezig. Voor het secundair onderwijs gaat het om 2,3% van de leerlingen. 8 op de 10 leerlingen die vaak spijbelen, slaagt niet op het einde van het jaar.

 

Jongeren@risk zijn jongeren die wegens pedagogische, juridische, sociale of persoonlijke redenen dreigen uit de boot te vallen binnen onderwijs. Begin maart zaten er ongeveer 1300 jongeren in een persoonlijk ontwikkelingstraject of een voortraject in het stelsel leren en werken. Bijna 8 op de 10 jongeren die in de residentiële voorzieningen hulp krijgen, gaan naar school.

 

Na de goedkeuring vandaag van de conceptnota kan het overleg met alle betrokken instanties van start gaan.

 

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream