21 december 2007

Vlaamse reglementering op milieuvergunningen geactualiseerd en vereenvoudigd

 


 

 

 

Op initiatief van Vlaams minister Hilde CREVITS keurde de Vlaamse Regering een actualisering van de Vlaamse reglementering op milieuvergunningen, de zogenaamde “VLAREM”-trein, principieel goed.

 

De actualisatie zorgt voor een administratieve vereenvoudiging van de procedures in VLAREM I zonder in te boeten op de milieudoelstellingen.

 

Daarenboven wordt VLAREM II ook geactualiseerd in het licht van de evolutie van de best beschikbare technieken. Het ontwerpbesluit wordt voor advies nu voorgelegd aan de Minaraad en de SERV.

 

Het is bekend dat de hele Vlaamse milieuvergunningenreglementering is gebundeld in het VLAREM dat per 1 september 1991 in voege trad. Deze reglementering is permanent in evolutie vooral door de veelvuldige wijzigingen aan de EU-regelgeving, maar ook door de evolutie van kennis en techniek. Een eerste gebundelde technische actualisatie dateert van januari 1999. Met het nu voorliggende ontwerpbesluit wil minister Hilde CREVITS een tweede gebundelde technische actualisatie doorvoeren.

 

Voor minister Crevits is een van de belangrijkste nieuwigheden de vereenvoudiging van de procedures van VLAREM I. De hinder van de activiteiten worden gemeten aan de hand van de “totaal geïnstalleerde drijfkracht”, de som van het vermogen van de individueel opgestelde motoren. Door technologische vernieuwingen is drijfkracht veel minder dan vroeger evenredig met de potentiële geluids- en andere hinder. Door de aanpassing van dit criterium zullen een groot aantal KMO’s van de 1ste klasse naar 2de klasse overgaan en van de 2de klasse naar de 3de klasse, zonder bijkomend risico op milieuhinder. Vermits de administratieve procedures voor 2de en zeker 3de klasse merkelijk eenvoudiger zijn dan voor 1ste klasse, betekent dit een sterke vereenvoudiging voor bedrijven. 3de klasse bedrijven kunnen immers, voor zover ze stedenbouwkundig in orde zijn, onmiddellijk na melding exploiteren. De milieudoelstellingen blijven wel onverminderd behouden.

 

De bedrijven die van klasse 1 naar klasse 2 overgaan blijven gecontroleerd worden door de gewestelijke milieu-inspectie. Voor adviesverlening worden de gemeenten bijgestaan door de gewestelijke diensten, omdat zij beschikken over de nodige expertise.

 

Tot slot wordt de reglementering ook aangepast in het licht van de evolutie van kennis en van beste beschikbare technieken. Daarbij gaat ook bijzondere aandacht naar de actuele problematiek van vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

 

Vlaamse minister Hilde Crevits stelt: “De actualisering van de bestaande milieureglementering realiseert een administratieve vereenvoudiging. De milieudoelstellingen blijven onverminderd behouden. Daarenboven wordt bij de actualisering ook rekening gehouden met de best beschikbare technieken.

 

 

Actualisatie VLAREM I met een bijzondere aandacht voor vereenvoudigen

 

De actualisatie van VLAREM I wordt doorgevoerd met een bijzondere aandacht voor het vereenvoudigen van de huidige bestaande administratieve procedures, zonder afbreuk te doen aan de gestelde milieudoelstellingen die onverminderd behouden blijven.

 

Om de hinder van activiteiten te meten, wordt de totaal geïnstalleerde drijfkracht genomen als uitgangspunt. Dit criterium werd al in de vroegere ARAB-indelingslijst als maatstaf voor de potentiële hinderrisico’s gehanteerd van activiteiten waarvan het hoofdrisico geluid en trillingen betrof. Met titel I van het VLAREM werd dit indelingscriterium “een geïnstalleerde totale drijfkracht” per 1 september 1991 als volgt vastgesteld:

-        3de klasse: 5 kW tot en met 10 kW;

-        2de klasse: meer dan 10 kW tot en met 200 kW;

-        1ste klasse: meer dan 200 kW.

 

Nu wordt voorgesteld dit criterium als volgt aan te passen:

-        3de klasse: 5 kW tot en met 200 kW of 100 kW, afhankelijk of de inrichting al of niet volledig is gelegen in een industriegebied

-        2de klasse: meer dan 200/100 kW tot en met 1.000 kW/500 kW, afhankelijk of de inrichting al of niet volledig is gelegen in een industriegebied

-        1ste klasse: meer dan 1.000 kW/500 kW, afhankelijk of de inrichting al of niet volledig is gelegen in een industriegebied.

 

Deze aanpassing van de indelingsdrempels is mogelijk omdat de technologie dermate verder is geëvolueerd. Het criterium “geïnstalleerde totale drijfkracht” is veel minder dan vroeger evenredig met de potentiële geluids- en andere hinder.

 

Deze verhoging heeft tot gevolg dat een groot aantal KMO’s die vandaag nog zijn ingedeeld in de eerste klasse, met het nieuwe besluit zullen worden ingedeeld in 2de klasse. Het gaat daarbij om meer dan 1000 bedrijven. Naar schatting ruim 7000 bedrijven van 2de klasse verhuizen naar 3de klasse, zonder bijkomend risico op milieuhinder. Vermits de administratieve VLAREM-procedures voor 2de en zeker 3de klasse merkelijk eenvoudiger zijn dan voor 1ste klasse, betekent de voorgenomen herschikking een belangrijke stap naar maximale administratieve vereenvoudiging. 3de klasse bedrijven kunnen immers, voor zover ze stedenbouwkundig in orde zijn, onmiddellijk na melding exploiteren.

 

De milieudoelstellingen blijven evenwel onverminderd behouden en bepaalde actualiseringen beogen ook een meer efficiënte handhaving. Totaal nieuw daarbij is dat de gemeenten de bevoegdheid krijgen om, onder bepaalde voorwaarden, bijzondere milieuvoorwaarden op te leggen aan 3de klasse-inrichtingen. Dit zal hen toelaten niet enkel reactief maar ook proactief op te treden. Voorbeelden van dergelijke bijzondere voorwaarde kunnen zijn: een bijkomend groenscherm, een verbod om lawaaierige apparatuur aan een gemene muur te bevestigen enz.

 

Een vergelijkbare vereenvoudiging geldt voor de standaardformulieren voor meldingen, mededelingen kleine veranderingen en vergunningsaan
rage
. In het kader van de op korte termijn geplande invoering van het elektronische milieuvergunningenloket, worden deze standaardformulieren grondig vereenvoudigd.

 

 

Actualisatie van VLAREM II in het licht van de evolutie van kennis en beste beschikbare technieken.

 

De actualisatie van VLAREM II betreft in hoofdzaak aanpassingen in het licht van de evolutie van kennis en van beste beschikbare technieken. Deze actualisatie van de milieuvoorwaarden is zeer technisch en omvat verschillende sectoren en milieucompartimenten.

 

Voorbeeld:

Voor vele particulieren is de aanpassing van het hoofdstuk in verband met stookolietanks tot 5.000 liter een vereenvoudiging. Zo wordt duidelijker aangegeven aan welke voorwaarden boven- en ondergrondse tanks moeten voldoen en hoe ze moeten gebouwd en geplaatst worden. Ook wordt op beknopte wijze aangegeven hoe en wanneer de stookolietanks moeten gecontroleerd worden.  Verder wordt aangegeven hoe een tank buiten gebruik moet worden gesteld. Nieuw is dat hiervoor een certificaat van een erkend technicus nodig is.  Op deze wijze heeft men de garantie dat alles conform de regelgeving gebeurd is.

Van zodra deze VLAREM-wijziging is goedgekeurd, zal dit via een infocampagne aan het grote publiek worden uitgelegd.

 

Informele inspraakronde

 

Teneinde het ontwerpbesluit maximaal kenbaar te maken aan het publiek werd beslist het principieel goedgekeurde ontwerp, dat tegelijkertijd wordt overgemaakt aan de adviesraden SERV en Minaraad, op de webstek www.lne.be te plaatsen vanaf 21 december 2007.

 

Persinfo:

 

Cybelle-Royce Buyck

woordvoerster van Vlaams minister Hilde Crevits

0486 14 12 72

persdienst.crevits@vlaanderen.be

 

 

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream