11 september 2018

Voor het eerst 99% van de 5-jarige kleuters ingeschreven in Vlaams kleuteronderwijs

 

Vlaamse jongeren zijn hooggeschoold, meer dan de helft van de 20-jarigen studeert hoger onderwijs, gemiddeld in de OESO is dat 39%. Dat blijkt opnieuw uit het jaarlijks rapport ‘Education at a Glance’ van de OESO. Dit rapport schetst hoe België/Vlaanderen het doet op vlak van onderwijs in vergelijking met onze buurlanden en landen als de VS, Canada of Japan. Uit nieuwe Vlaamse cijfers blijkt ook dat voor het eerst 99% van de 5-jarige kleuters ingeschreven zijn in het kleuteronderwijs. Met de doorgevoerde en geplande hervormingen wil Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits het onderwijs versterken.

“Education  at a Glance” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) biedt jaarlijks belangrijke inzichten om België en het Vlaamse onderwijs te vergelijken met buurlanden, maar ook met landen als Canada, Japan of de VS. Sinds 1998 rapporteert de OESO over een breed spectrum aan onderwijsindicatoren voor 35 OESO- en partnerlanden: vb. wie participeert aan onderwijs, hoeveel spenderen we eraan, wat zijn de resultaten, welke factoren spelen mee in het halen van een diploma en wat is de kans op een job.

Vlaamse jongeren zijn hooggeschoold

Net als de vorige jaren blijkt dat de scholingsgraad in Vlaanderen hoog is, steeds meer jongvolwassenen halen een diploma hoger onderwijs (47%). Meer dan de helft (54%) van de 20-jarigen in België studeert in het hoger onderwijs, gemiddeld in de OESO is dat 39%. In Europa is gemiddeld 33% van de bevolking hoogopgeleid, in België zien we dat het percentage bij de autochtone Belgen 42% is. Bij de allochtone Belgen ligt dat op 34%.  De autochtone Belgen zijn dus vaker hoogopgeleid dan de allochtone Belgen, al scoort die laatste groep ook boven het Europese gemiddelde. Door de sterkere focus op Nederlands in de nieuwe eindtermen en de eindtermen basisgeletterdheid zorgen we voor een betere taalvaardigheid, want het kennen van de taal is een belangrijke factor in het behalen van een diploma.

Hoge kleuterparticipatie

We zien ook dat de kleuterparticipatie in Vlaanderen hoog is. Zeker ten opzicht van andere OESO-landen. Uit nieuwe Vlaamse cijfers blijkt dat voor het eerst 99% van de 5-jarige kleuters ingeschreven is in het kleuteronderwijs, ook al begint de leerplicht pas vanaf 6 jaar. Daarmee hoort Vlaanderen bij de besten van de OESO. Binnen de OESO zijn er een handvol landen (Australië, Nieuw-Zeeland, Engeland en Schotland) die een leerplichtleeftijd hebben die lager dan 6 jaar ligt. Met het actieplan kleuterparticipatie en de vernieuwde kinderbijslag waarbij kleuters van 4 en 5 jaar die ingeschreven en voldoende aanwezig zijn een kleutertoeslag van 130 euro krijgen, voert de Vlaamse Regering een stimulerend beleid.

Modernisering secundair onderwijs en duaal leren komen op het goede moment

In het secundair onderwijs lijkt het opleidingsniveau van de ouders sterk samen te hangen met het feit of jongeren ASO of TSO/BSO gaan volgen, net als in veel andere onderzochte landen. In TSO/BSO komt 80% van de leerlingen uit een gezin met een moeder zonder hoger diploma. Ook vanuit TSO/BSO is doorstroom naar het hoger onderwijs evenwel mogelijk. De modernisering van het secundair onderwijs speelt hier op in, met onder andere de matrix voor de tweede en derde graad. Daarin is heel overzichtelijk en duidelijk vanuit welke studierichtingen je verder kan studeren en welke naar de arbeidsmarkt toe leiden, of de combinatie van beide. En de modernisering biedt meer ruimte aan de leerlingen om te differentiëren, met het oog op een meer bewuste studiekeuze. Met daarnaast ook nog eens de graduaatsopleidingen die vanaf het academiejaar 2019-2020 aan de hogescholen worden uitgebouwd, zijn er ook vanuit het BSO meer mogelijkheden tot een diploma hoger onderwijs.

In vergelijking met het OESO-gemiddelde studeren minder studenten af in STEM-opleidingen, met 20% tegenover 24%. Dankzij de beleidsaandacht voor STEM is er in Vlaanderen wel een stijging van het aantal hogere STEM-gediplomeerden. Zo nam volgens de STEM-monitor (sinds 2010-2011) in 2016-2017 het aantal jongeren met een diploma van professionele bachelor in een STEM-richting toe met meer dan 26%; het aantal masterdiploma’s STEM groeide aan met zowat 15%. Het aandeel vrouwen met een STEM-diploma groeit gestaag. Bij de professionele bachelors STEM gaat het om een aandeel  27% en bij de masters STEM om 36,3%. De inspanningen met het STEM-actieplan werpen dus hun vruchten af. Daarnaast zorgt de modernisering van het secundair onderwijs ervoor dat STEM een nog duidelijkere plaats krijgt.

Slechts 3% van de leerlingen in België studeert in het stelsel van werken en leren, terwijl het OESO-gemiddelde hier 11% is. Vandaar ook onze grote inspanningen in het uitrollen van duaal leren. Duaal leren houdt in dat jongeren vanaf 15 jaar meer dan nu leren op de werkvloer, op die manier een onderwijskwalificatie halen en dus beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt. Dit schooljaar kunnen leerlingen in meer dan 180 Vlaamse scholen duaal leren.

Onderwijs sterk gefinancierd

Het onderwijs in België wordt, in vergelijking met de OESO-landen, goed gefinancierd. 5,3% van het Belgisch BBP (bruto binnenlands product) wordt in onderwijs geïnvesteerd. Per leerling in het secundair onderwijs gaat het om zo’n 13.000 dollar (ruim 11.000 euro) tegenover gemiddeld in de OESO zo’n 10.000 dollar (bijna 9.000 euro). De hoge investering in ons onderwijs situeert zich vooral in de totale loonkost voor leraren. In Vlaanderen is die hoog en dat is voor een deel toe te schrijven aan het aantal uren voor de klas dat in vergelijking met de OESO laag is (542 u per jaar tegenover 697 u per jaar gemiddeld), in de Franse Gemeenschap komt dat door de kleine klasgroepen (13 tegenover 16 gemiddeld). Daardoor zijn er in Vlaanderen en de Franse Gemeenschap meer leerkrachten nodig.

De leerkrachten in België zijn relatief jong in vergelijking met het OESO-gemiddelde en krijgen een goed salaris. Met de maatregelen in de nieuwe CAO, worden inspanningen gedaan om het salaris van de leraar marktconform te houden, en bovendien ook op een andere dan financiële manier aantrekkelijk te maken, via een betere aanvangsbegeleiding én werkzekerheid door de lerarenplatforms. Vlaamse leerkrachten in beroepsopleidingen geven 40% meer les dan in algemene opleidingen. Met andere woorden, een praktijkleerkracht is meer lesuren bij dezelfde leerlingen dan bijvoorbeeld een leerkracht chemie of aardrijkskunde in het algemeen secundair onderwijs. Dat verklaart ook de lage ongekwalificeerde uitval. Leerkrachten detecteren sneller problemen.

Verder is de autonomie en vrijheid van scholen in Vlaanderen veel groter dan gemiddeld. De OESO ziet daar dan ook een gedeeltelijke verklaring voor de hoge kwaliteit van het Vlaams onderwijs.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Het jaarlijkse rapport van de OESO over de plaats van ons onderwijs in vergelijking met de andere OESO-landen sterkt ons in een aantal genomen maatregelen en hervormingen. De knipperlichten die hier aangeduid worden, pakken we aan. Met de modernisering van het secundair onderwijs bijvoorbeeld geven we leerlingen en hun ouders een duidelijk zicht op de verschillende mogelijkheden die er zijn: verder studeren, opleiden tot de arbeidsmarkt of beide. Positief is ook het hoge inschrijvingscijfer in het kleuteronderwijs dat voor de 5-jarigen nu op 99% ligt. Tenslotte namen we met CAO XI enkele maatregelen zoals de lerarenplatforms en aanvangsbegeleiding om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken.”

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream