8 september 2015

Wie helpt de goede leraar vooruit?

 

Over de vaste benoeming in het onderwijs valt wel wat te zeggen, maar de problemen gaan veel verder, vindt Dirk Van Damme. Talentvolle leraren zijn er genoeg, maar er is geen systeem dat hen beloont en hun ondermaats presterende collega's aanpakt. Het ontbreekt ons onderwijs, kortom, aan een kwaliteitscultuur.

De eerste schoolweek zit erop. Honderdduizenden kinderen en tienduizenden leraren, directeurs en ander personeel zijn met veel enthousiasme en inzet aan het nieuwe schooljaar begonnen. Ik zag in mijn omgeving hoe leraren het beste van zichzelf geven om al die kinderen een warm onthaal te bieden. Ook minister Hilde Crevits (CD&V) maakte in haar schoolbezoeken van de eerste schooldag een feestelijk gebeuren.

Maar er waren ook minder feestelijke berichten. Verhalen van 'zwerf-leraren' (DS 1 september) , van tekortschietende evaluatiesystemen die directies tot wanhoop drijven, van startende leraren die in de moeilijkste scholen gedropt worden. Dergelijke wanhoopskreten zijn geen uitzondering. Iedere ouder en grootouder kan makkelijk uit eigen ervaring anekdotes ophalen over falende leraren die ondanks manifest slecht presteren gewoon blijven zitten. Ik ken tal van jonge enthousiaste leraren die elk jaar opnieuw met grote onzekerheid geconfronteerd worden. De beruchte 'vaste benoeming' wordt dan al snel het symbool waartegen sommigen stormlopen, en waarvoor de onderwijsbonden onmiddellijk pal gaan staan.

Uiteraard is niet elke anekdote waar, moet je elk verhaal in zijn context zien en verdient elke aantijging wederwoord. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat de overgrote meerderheid van de Vlaamse leraren uitstekend presteert. En gelukkig heeft ook de samenleving nog steeds een groot vertrouwen in het Vlaamse onderwijs, zijn scholen en leraren. Als mensen lokaal bereid zijn om het publiekelijk op te nemen voor een school of lerares die op een of andere manier bedreigd is, getuigt dat van een groot geloof in onderwijs.

Goed onderwijs onwaardig

Maar we - daarmee bedoel ik niet alleen experts, maar ook het beleid, de koepels, de vakbonden en iedereen die bij het onderwijs betrokken is - weten onderhand heel goed waar het misloopt met ons lerarenbeleid. Zoals dat de voorbije decennia gegroeid is, is het een onderwijs dat zich internationaal op het hoogste niveau wil meten onwaardig. Op het gevaar af ongenuanceerd of zelfs karikaturaal te worden, wil ik het geheugen toch even opfrissen. Waar loopt het mis?

We krijgen niet de beste studenten in de lerarenopleidingen.

De lerarenopleidingen zelf moeten worden versterkt.

De praktijkshock van beginnende leraren is nog altijd veel te groot.

Jonge leraren komen in de meest uitdagende scholen en klassen terecht, terwijl leraren met meer anciënniteit zo snel mogelijk meer comfortabele scholen opzoeken.

Aanvangsbegeleiding en mentoring voor startende leraren zijn ondermaats.

Veel jonge en beloftevolle leraren verlaten na een paar jaar het beroep.

In de eerste tien jaar zijn jonge leraren overgeleverd aan jobonzekerheid en schoolhoppen. Ze worden geacht zelf een voltijdse baan bij elkaar te bricoleren.

Evaluatiesystemen zijn weinig ontwikkeld en de evaluatiecultuur is zwak.

Sanctiemogelijkheden zijn erg beperkt, maar er is ook geen enkele vorm van beloning voor uitstekende prestaties en inzet.

De loopbaan is vlak met weinig stimulansen of mogelijkheden tot differentiatie.

De opdracht wordt nog steeds ouderwets bekeken in termen van aantal lesuren en miskent de vele andere taken en verantwoordelijkheden van leraren.

De job wordt als een individuele opdracht gedefinieerd en samenwerken wordt niet gestimuleerd.

De loonontwikkeling is louter op anciënniteit gebaseerd.

Er zijn weinig perspectieven voor vermoeide of uitgebluste leraren.

Detacheringen zijn talrijk, bieden veel comfort aan de betrokkenen maar blokkeren perspectieven voor jonge collega's voor vele jaren.

En die lijst kan nog langer. Ik ga nog niet in op de specifieke problemen voor directies inzake rekrutering, opleiding en verloning, of op de nood aan professionele middenkaders in scholen. Al die zaken zijn uitgebreid gedocumenteerd in vele lijvige nationale en internationale rapporten. En stuk voor stuk hypothekeren ze de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs in de toekomst.

Dat ons Vlaams onderwijs uitstekend is, is niet dankzij maar ondanks het lerarenbeleid. Heel veel leraren navigeren behendig door het systeem en overwinnen de belemmeringen door een enorme intrinsieke motivatie om les te geven en kinderen te werken. En, het mag ook gezegd, ook wel een beetje door de secundaire voordelen die het lerarenberoep oplevert.

Wat verontrust, is dat het gebrek aan kwaliteit blijkbaar niemand écht stoort. Het onderwijs heeft als systeem geen intrinsieke kwaliteitscultuur, een echte professionele, lerende organisatie waardig. Verantwoordelijkheden zijn te versnipperd en op alle niveaus zijn er te veel excuses die toelaten de ogen te sluiten of te berusten. De kwaliteit van het Vlaamse onderwijs komt uit de professionaliteit van vele individuele leraren, de gedrevenheid van vele directies en scholen en de hoge verwachtingen van ouders, maar is geen systeemkenmerk, gedragen door alle betrokkenen.

Insiders en outsiders

Niet verwonderlijk dus dat het loopbaandebat in deze bestuursperiode het moeilijkste dossier is voor de onderwijsminister. Voor mij is de vaste benoeming geen wezenlijk onderdeel van de discussie, het zou zelfs de foute invalshoek zijn. Ik heb het volste begrip voor de schroom van beleidsmensen om de vaste benoeming op tafel te leggen. De vaste benoeming afschaffen is absoluut geen mirakeloplossing voor al die problemen. Ook al heeft ze vele nadelen, met als belangrijkste neveneffect dat ze de onderwijsarbeidsmarkt verdeelt en twee groepen tegenover elkaar plaatst: de 'insiders' en de 'outsiders'. De wijze waarop het statuut met jonge, startende leraren in Vlaanderen omgaat, nochtans onze garantie voor kwalitatief hoogstaand onderwijs in de toekomst, is ronduit beschamend.

Laten we eindelijk eens beseffen dat er wel degelijk een grondige opfrissing van het statuut nodig is, als onderdeel van een verstandig lerarenbeleid. Hoe kan het dat de vakbonden niet beseffen dat kwaliteit en professionaliteit voor hen de eerste bekommernis moet zijn? Dat ze niet snappen dat gemotiveerde leraren het moeilijk hebben als de vakbond degenen beschermt die er de kantjes aflopen? Dat jonge leraren afhaken als ze zien dat de vakbond vooral de 'insiders' beschermt? Diezelfde behoudende reactie zag ik deze week ook vanuit de koepels. Zonder enige twijfel zullen koepels en vakbonden elkaar opnieuw vinden in het formuleren van eisen naar de regering, met bijbehorende factuur. Ik zie geen gedeeld besef van de ernst om de grote uitdagingen in het lerarenbeleid samen aan te pakken.

Maar laten we vooral toch ook beseffen dat het bij onderwijs in de eerste plaats over kinderen en hun recht op het best mogelijke onderwijs gaat. Zij hebben recht op uitstekende leraren en scholen. Ik wens dat mijn kleinkinderen les krijgen van de beste en meest gemotiveerde leraren, niet per definitie van die met de meeste statutaire bescherming of de meeste anciënniteit. Ik wil ook dat scholen met de moeilijkste en meest uitdagende problematieken goede, ervaren leraren krijgen. En ik wil meer kansen voor dynamische, gedreven, gemotiveerde leraren, jong en oud.

Dirk Van Damme

Inhoud ↑

Copyright © 2015 Corelio. Alle rechten voorbehouden

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream