1 februari 2018

Worden onze kinderen cyborgs?

 

Like it or not: de invloed van technologie op onze kinderen zal in de toekomst alleen maar groter worden. Hoog tijd voor de vraag: wat doet de digitalisering met het onvolgroeide brein? En wat geldt vandaag als technologisch verantwoord ouderschap? Welkom in de kids corner van De Nieuwe Mens.

Little known fact:wijlen Apple-CEO Steve Jobs onderwierp het iPhone-gebruik van zijn kinderen aan strenge beperkingen. Hij verbood hen zelfs om die andere topper uit zijn assortiment - de iPad - thuis te gebruiken. En Bill Gates, voormalig Microsoft-CEO, gaf zijn kinderen pas een smartphone als ze veertien waren. Ter vergelijking: vandaag is tién jaar de gemiddelde leeftijd waarop kinderen hun eerste telefoon krijgen.

Wilden de wonderboys van Silicon Valley hun werk niet mee naar huis nemen? Zagen ze hun koters tijdens hun vrije tijd liever linedancen? Of volgden ze gewoon het motto van elke drugsdealer: don't get high on your own supply?"Ik ga voor de laatste optie", zegt technologiefilosoof Mark Coeckelbergh. "Het lijkt aannemelijk dat Jobs en Gates zich meer dan de gemiddelde sterveling bewust waren van de gevaren van technologie."

Bleef de invloed van smartphones en tablets op kinderen lange tijd onderbelicht, dan kun je vandaag geen krant meer openslaan of de hyperbolen komen je tegemoet gewaaid. 'Have smartphones destroyed a generation?', vraagt de Amerikaanse professor in de psychologie Jean Twenge zich af in The Atlantic. Volgens Twenge zijn tieners anno 2018 minder rebels, minder tolerant, minder gelukkig en minder sociaal dan ooit tevoren. "Hun obsessieve smartphonegebruik verknoeit hun mentale gezondheid", schrijft ze.

En ze is lang niet de enige die er zo over denkt. De Franse onderwijsminister Jean-Michel Blanquer besliste onlangs om smartphones in Franse scholen vanaf september te verbieden. "Een kwestie van publieke gezondheid", zei hij. "De leerlingen zijn vaker aan het appen dan aan het voetballen. En in de klas kunnen ze zich amper nog concentreren. Laat staan fatsoenlijk een tekst lezen."

De Amerikaan Tony Fadell, een van de ontwerpers van de iPhone, slaat mea culpa. Volgens hem kunnen Silicon Valley in het algemeen en Apple in het bijzonder aansprakelijk gesteld worden voor de smartphoneverslaving van onze kinderen. "Fadell heeft zelf drie tieners in huis", zegt filosofe Katleen Gabriels. "Elke keer als ze door hun smartphone worden afgeleid, kijkt zijn vrouw hem aan en zegt ze: 'You're the one responsible for this.' (lacht) En hij geeft dat ook toe. 'Ik heb de iPhone ontworpen toen ik nog jong, single en kinderloos was', zegt hij. 'Ik heb geen moment stilgestaan bij het effect dat dat ding kon hebben op kinderen. Of op de relaties binnen een gezin.' Hij erkent zelf dat dat achteraf bekeken een serieuze ontwerpfout is."

Videogames vs. boeken

Onder meer door bekentenissen van ex-Silicon Valley-helden als Fadell wint het idee terrein dat technologie onze kinderen langzaam maar zeker aan het veranderen is in hologige scrollzombies. Een grotesk beeld, vindt technologie-ondernemer Peter Hinssen. "Ik ben er niet van overtuigd dat de zogenaamde smartphoneverslaving van onze jongeren een reëel probleem is. Zelf was ik vroeger verslaafd aan televisie. Ik keek naar alles: van domme soaps tot politieke debatten op de BBC. Al die programma's hebben mij evenveel gevormd als de lessen die ik op school kreeg.

"En ik denk dat dat voor de jongeren van vandaag niet anders is. Mijn eigen kinderen kijken vaak naar 9gag (een online platform bekend voor zijn internetmemes, red). Daar krijgen ze meestal domme gifs te zien. Maar af en toe zit er ook iets briljants tussen. Iets dat hun creativiteit prikkelt. Of hen aan het denken zet. Wat ze via smartphones tot zich nemen, is dus niet per se slechter dan wat ik vroeger op televisie bekeek."

Om zijn bewering kracht bij te zetten, verwijst Hinssen naar een YouTube-video van de Amerikaanse auteur Steven Johnson: What If Videogames Had Been Invented Before Books?'Als boeken pas ná videogames waren uitgevonden', zegt Johnson in het filmpje, 'waren we nu misschien bezorgd over de nefaste invloed van boeken op onze kinderen. Dan zouden we misschien zeggen: lezen is passief, terwijl gamen actief en interactief is.' Peter Hinssen vindt dat de man een punt heeft. "We hebben de neiging om nieuwe technologieën te wantrouwen. Maar we schatten ze - zeker in het begin - niet altijd even correct in."

Lego on steroids

Tijd om klaarheid te scheppen. Kunnen we onze kinderen nog beter een Nerf Mega Blaster in de handen stoppen dan een iPad? Of maken we ons zorgen om niks en schrijven we hen nog beter vandaag dan morgen in voor een vervolmakingscursus GTA 5? Ik leg de technologie-experten van De Nieuwe Mens drie hypotheses voor en vraag hen om stelling in te nemen.

Hypothese één: iPads maken kinderen minder creatief. Onlinespelletjes activeren hun verbeelding namelijk niet. "Klopt maar gedeeltelijk", zegt Mark Coeckelbergh. "Er bestaan hersenverlammende spelletjes, maar er zijn er ook die de creativiteit net bevorderen."

"Minecraft, bijvoorbeeld", vult Peter Hinssen aan. "Een van de meest fantasiestimulerende spelletjes die ik ooit gezien heb. Lego on steroids. Volgens mij hebben games een minder nefaste invloed op kinderen dan we denken. Weet je wat een veel groter probleem is? Dat we kinderen geen tijd meer geven om creatief te zijn. We brengen ze van de hockeytraining naar de logopedieles en van de scouts naar de muziekschool. Wanneer kunnen ze dan nog hun verbeelding laten werken, denk je?"

Hans Kerkhoff, creative technologisten mede-oprichter van belevingsbureau Gelotology, wees in een opiniestuk in deze krant nog op een ander issue: kinderen weten wel hoe ze smartphones, tablets en digitale assistenten moeten gebruiken, maar niet hoe de technologie achter al die toestellen precies werkt. "En dat is jammer", schrijft hij. "Pas als je weet wat een voorwerp kan en waarom het dat kan, ben je aan het leren. En aan het innoveren. Laten we onze kinderen dus vooral vertellen dat Alexa in feite een microfoon is die via het internet gekoppeld is aan een relais die het licht schakelt. Het zal hun nieuwsgierigheid aanwakkeren. En binnen de kortste keren zullen we samen met hen de zotste dingen bouwen. Een stemgecontroleerde blender. Of een toverstaf waarmee ze het licht kunnen uitdoen. Weten hoe technologie werkt, is creatief oneindig veel interessanter dan enkel weten hoe je technologie gebruikt."

Hypothese twee: jongeren hebben onder invloed van sociale media een belabberd zelfbeeld gekregen. Ze vergelijken hun levens voortdurend met die van anderen en worden daar depressief van. "De invloed van sociale media op de eigenwaarde van jongeren verschilt van platform tot platform", zegt Wouter van Noort. "Op Instagram worden levens mooier voorgesteld dan ze zijn. Dat kan jongeren behoorlijk onzeker maken. Maar op YouTube worden vaak oplossingen aangereikt voor de problemen waar jongeren mee kampen. Dat kan hun zelfvertrouwen net een boost geven."

"Toch geven sociale media veel jongeren het gevoel dat ze tekort schieten", zegt Mark Coeckelbergh. "Er gebeurt voortdurend van alles waar ze niét bij zijn. Daardoor krijgen ze de indruk dat ze niet voldoende participeren. Dat ze nog méér beschikbaar moeten zijn, nog méér moeten performen. Jongeren groeien vandaag minder rustig op dan vroeger. Positief is dan weer dat ze in deze digitale tijden erg transparant zijn. Ze zetten minder vaak een masker op en proberen in alle omstandigheden dezelfde persoon te zijn."

Hypothese drie: jongeren hebben al scrollend, append en gamend een gigantisch aandachtsprobleem ontwikkeld. Ze kunnen zich niet langer concentreren en slagen nauwelijks nog kennis in zich op. "Dat pushberichten een aanslag zijn op het concentratievermogen van jongeren is duidelijk", zegt Gabriels. "Maar ze beginnen zich daar stilaan tegen te wapenen. Veel studenten gaan tijdens de examentijd weer in de bibliotheek studeren. Daar kunnen ze zich makkelijker onttrekken aan de verlokkingen van de technologie."

"Je mag ook niet te snel concluderen dat de jongeren van vandaag zo verstrooid zijn", zegt Peter Hinssen. "Ze gaan gewoon op een heel andere manier met informatie om dan wij. Mijn generatie is opgegroeid is een wereld van excells, databases en e-mails. Wij denken nog in lijstjes: van boven naar onder of omgekeerd. De huidige generatie gaat niet op een lineaire, maar op een liquide manier met informatie om. Ze proberen niet wanhopig elk stukje informatie tot zich te te nemen, maar trachten in de globale informatiestroom patronen te herkennen. En als je het mij vraagt, is dat slim. Ik zou de kost niet willen geven aan alle senior executives die tegen een burn-out aanhikken omdat ze zich verliezen in het overaanbod van informatie."

Onderwijsperestrojka

Ik concludeer: bezorgdheid mag, maar paniek is nergens voor nodig. Toch is dé vraag in ouderlijke middens: hoe kunnen we het technologiegebruik van onze kinderen beperken zonder er sociale verschoppelingen van te maken? Anders gezegd: wat geldt vandaag als technologisch verantwoord ouderschap? "Ik zou ouders vooral aanraden om het juiste voorbeeld te geven", zegt Katleen Gabriels. "Veel ouders nemen hun smartphone zélf mee naar de eettafel. Dan kun je je kinderen moeilijk vragen om tijdens het eten niet te whatsappen. Verder lijkt het me belangrijk dat je je als ouder telkens opnieuw bijschoolt. Je kunt je kinderen op technologisch gebied maar begeleiden als je weet waarover je praat."

Peter Hinssen pleit voor pragmatisme. "Ik denk niet dat het zinvol is om allerlei regels uit te vaardigen. Mijn vrouw en ik hebben moeten ondervinden dat onze kinderen bijzonder onderlegd zijn in het kraken van parental control-voorzieningen. Ze weten beter hoe technologie werkt dan wij. En als je je nageslacht moet vragen hoe je de modem opnieuw aan de praat kunt krijgen, weet je dat je als ouder geen enkel nut meer hebt." (lacht)

Brengt het onderwijs onze kinderen voldoende technologiewijsheid bij? Hinssen zucht. En steekt vervolgens een pleidooi af voor een onderwijsperestrojka die de hervorming van Hilde Crevits reduceert tot bureaucratisch geneuzel. "Onze kinderen krijgen nog altijd les zoals onze ouders zestig jaar geleden: stilzitten, zwijgen, opletten. Maar dat is een hopeloos voorbijgestreefde manier van lesgeven. Je moet de creativiteit van jonge mensen aanwakkeren. Hen op een vrije manier met elkaar in dialoog laten gaan. Het is dramatisch dat dat besef in het onderwijs nog altijd niet is doorgedrongen. Scholen zijn voor de kinderen van vandaag Guantanamo Bay-achtige instellingen. Ze worden er mentaal gefolterd.

"En dan heb ik het nog niet eens over de inhoud van de lessen. Mijn dochter krijgt precies dezelfde vakken als ik vijfendertig jaar geleden. Technologiekritiek? Digitaal burgerschap? Je vindt er in de leerdoelstellingen haast niks van terug. Terwijl we elke dag om de oren worden geslagen met fake news. Terwijl iedereen weet dat data gemanipuleerd worden en algoritmes moreel en ideologisch gekleurd zijn. Leer jongeren dan toch om aan kritisch bronnenonderzoek te doen. Om de wereld vanuit verschillende standpunten te bekijken. Dát zijn de dingen waar je vandaag het verschil mee maakt."

Mensmachines

Openheid: voor volwassenen die kinderen in onze hoogtechnologische wereld wegwijs willen maken, lijkt het een sleutelbegrip. Toch zijn nog lang niet alle ouders tot dat besef gekomen: paranoid parenting - het inzetten van digitale hulpmiddelen om je kinderen altijd en overal in de gaten te houden - is duidelijk een trendje aan het worden. In Frankrijk kun je je kind in de meeste kinderdagverblijven al de hele dag via de webcam volgen. Babyfoons zijn tegenwoordig uitgerust met camera's en bewegingssensoren die je aan het internet kunt koppelen. En bij Kruidvat verkopen ze gps-trackers alsof het donuts zijn.

"Ouders gebruiken die trackers om altijd precies te weten waar hun kinderen zijn", zegt Katleen Gabriels. "Maar ik vrees dat die dingen ook neveneffecten hebben: bezorgde ouders kweken angstige kinderen. Ook Child Focus heeft zich al tegen het gebruik van gps-trackers uitgesproken. Al was het maar omdat ze niet zelden hun doel missen: als je kind iets overkomt, is dat meestal niet in een vreemde, maar in een bekende omgeving. Gelukkig zijn kinderen slim genoeg om aan het voortdurende toezicht van hun ouders te ontsnappen: er zijn er die hun gps-tracker tijdens de schooltijd van zich losrukken en aan het braafste kind van de klas geven."(lacht)

Alle experts zijn het erover eens: onze kinderen zullen in de toekomst steeds meer versmelten met technologie. De Belgische Pattie Maes, professor aan het wereldvermaarde Massachusetts Institute of Technology, verduidelijkte een tijd geleden in deze krant wat dat precies betekent. "We gaan zelf meer en meer devices worden", zei ze. "Op een dag zullen we onzichtbare lenzen dragen die informatie voor ons projecteren. En het is een kwestie van tijd voor we in ons lijf nanomachines zullen droppen die ons van binnenuit zullen helpen om gezond te blijven. Of we dat nu leuk vinden of niet: we worden allemaal cyborgs."

Ik vraag Mark Coeckelbergh of De Nieuwe Mens uiteindelijk een machine zal blijken te zijn. "Het onderscheid tussen mens en technologie vervaagt, dat is zeker. En op zich is dat ook geen probleem. Als er een stukje technologie onder mijn huid kruipt, ga ik niet meteen roepen: 'Ik ben niet meer natuurlijk!' We moeten de grens tussen natuurlijk en artificeel durven te overschrijden. We moeten robots verwelkomen. Maar beginnen verkondigen dat we zélf machines moeten worden; dat we ernaar moeten streven om onszelf in de toekomst bij elkaar te kunnen sleutelen, dat vind ik wél gevaarlijk. Als we dat doen, zijn we namelijk het einde van ons mens-zijn aan het inluiden. En ik denk niet dat een wereld vol assembleerbare mensmachines zo'n aantrekkelijk vooruitzicht is."

Tenzij u ervan droomt om bij bol.com ooit een Stephen Hawking-brein of een paar Usain Bolt-benen te kunnen bestellen, natuurlijk.

Peter Hinssen - Technologie-ondernemer - STEF SELFSLAGH

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream