26 februari 2018

Yves Leterme

 

In 2008 sloeg zijn oververmoeide lichaam een eerste keer alarm en ging Yves Leterme “anders in het leven staan”. Tien jaar later, nu zijn vader pas is overleden, denkt hij na over hoeveel jaren hij nog gezond kan blijven en welke van zijn activiteiten hij zal afbouwen. Het clubvoetbal trekt aan zijn mouw. “Misschien is dat iets voor binnen een aantal jaren.”

“Zijn we er al?” Oud-premier Yves Leterme kijkt verbaasd als de lift al na twee seconden halt houdt. Hier in het Brusselse kantoor van IDEA, de internationale organisatie waarvan hij secretaris-generaal is, komt hij zelden. Het vergaderzaaltje is vandaag niet meer dan een handige stop tussen de twee uiteinden van zijn Europese nomadenbestaan: de Zweedse hoofdstad Stockholm, waar de hoofdzetel is van IDEA, en de Westhoek, waar zijn familie woont. Officieel woont hij in Bredene, zijn partner woont in Parijs. Zijn bestuursmandaten in het Duitse bedrijfsleven brengen hem een paar dagen per maand in Berlijn en Wolfsburg. En voor zijn rol als hoofdonderzoeker van het Club Financial Control Body bij de UEFA moet hij in het Zwitserse Nyon zijn.

Ondanks dat constante heen-en-weergevlieg oogt Leterme scherp en ontspannen. “Maar ik ben de dingen toch aan het herbekijken. Parijs is met zijn hele grote luchthaven vrij gemakkelijk te bereiken. Brussel en Berlijn vallen mee. Maar de Westhoek is een uithoek en Stockholm is dat ook. De winters zijn daar ook heel somber. Dat begint zich nu wel te wreken.”

Volgende zomer wil Leterme een beslissing nemen. “Toen ik in 2011 uit de Belgische politiek stapte, is mijn leven compleet veranderd. Ik wilde zowel in de internationale politiek, de bedrijfs- en topsportwereld ervaring opdoen. Het zijn zes boeiende jaren geweest, maar het moet haalbaar blijven. Mijn vader is net gestorven. Ik wil zorgen dat ik nu en dan kan binnenspringen bij mijn moeder. En ik wil wat meer tijd om te slapen, te ontspannen, bij de kinderen te zijn.”

Heeft het overlijden van uw vader u meer doen nadenken over uw eigen leven?

“Jazeker. Februari 2008 was voor mij een schok, toen ik zelf drie weken in het ziekenhuis belandde. Daarna ben ik op een andere manier aan politiek gaan doen en anders in het leven gaan staan. Nu, na het overlijden van mijn vader, ben ik zelf ook gaan tellen hoeveel jaren ik nog gezond kan blijven en wat ik daarin wil doen.”

Hoe was uw relatie met uw vader?

“Hij was iemand die heel veeleisend was voor zichzelf en voor de anderen. Hij was streng en oordeelde ook altijd met een zekere ironie over sport en politiek. Maar we hadden een goede verstandhouding.”

En hoe heeft u die laatste drie à vier jaar, toen hij ziek was, beleefd?

“Menselijk is dat heel ingrijpend. Op een bepaald moment weet je dat het niet meer goed komt. Hij was zich daar zelf ook van bewust, want geestelijk is hij lang gezond gebleven. Mijn moeder heeft dat afscheidsproces ook heel kranig gedragen. Voor mij kwam het eropaan om zo vaak mogelijk binnen te springen en haar wat bij te staan.”

Kon u uw agenda daarvoor voldoende ­vrijmaken?

“Bij de collega's was er wel begrip om dat in te plannen. En ik heb weinig slaap nodig. Ik heb er geen moeite mee om 's ochtends om vijf uur of zes uur een vliegtuig te nemen. Maar ik ben 57, en ik voel dat het zijn limieten begint te krijgen. Als ik gezond wil blijven, zal ik wat meer rust moeten inbouwen.”

Denkt u weleens aan een voltijdse job binnen het voetbal?

“Vanuit het clubvoetbal wordt er weleens aan mijn mouw getrokken, maar dat is nu niet aan de orde. Mijn mandaat bij de UEFA verbiedt dat ook. Misschien is dat iets voor binnen een aantal jaren.”

De UEFA riep Financial Fair Play in het leven omdat de gigantische budgetten de competitie helemaal scheef trokken. Maar de bedragen zijn er alleen maar groter op geworden.

“Zolang de clubs geen schulden maken en hun uitgaven financieren met inkomsten die uit het voetbal komen, is onze doelstelling bereikt. Die explosie van de budgetten komt er omdat de clubs veel meer terugverdienen. Vroeger was er voor het Europese voetbal een potentiële markt van 300 tot 500 miljoen mensen. Maar nu zijn dat er 3 à 4 miljard. Er worden enorme tv-contracten afgesloten tot ver buiten Europa. En de hoofdrolspelers profiteren mee. Ook voor bedrijven die aan wereldwijde marketing willen doen, is voetbal een heel aantrekkelijk platform. We moeten beseffen dat het voetbal in Europa een van de best presterende exportgerichte sectoren is.”

Profiteert onze economie echt zo veel? Een groot deel van het geld gaat toch naar een beperkt aantal individuen: topspelers en -makelaars?

“De grootste clubs stellen ondertussen wel al een paar honderd mensen te werk. En het geld van een megatransfer zorgt voor een trickle down-effect, waardoor met een deel daarvan nadien over heel Europa kleinere transfers worden gedaan. Maar het klopt dat de gigantische lonen maar bij een aantal mensen belanden. Het is vooral een zakelijke sector, zij het een die veel kinderen doet dromen en aanzet om zelf te sporten.”

De Europese topclubs hebben door hun wereldwijde uitstraling hun omzet enorm zien groeien. Maar hoe doen de Belgische clubs het?

“Het voetbal is veel gezonder geworden, ook in België. Het Belgische voetbalbedrijf haalt een surplus uit de transfers. Logisch, als je ziet wie er allemaal vanuit onze clubs vertrekt naar het buitenland, zowel eigen jeugd als buitenlanders die zich hier in de vitrine spelen. De vraag is nu of dat structureel kan worden: zijn onze opleidingen en doorgroeimogelijkheden stevig en professioneel genoeg om een belangrijke fundament te blijven voor de financiële gezondheid van het Belgisch voetbal? Over het algemeen worden onze clubs in elk geval vrij deskundig geleid.”

Sommige eigenaars veranderen wel van club als van onderbroek. Of ze hebben belangen in meerdere clubs. Is de overstap van Marc Coucke naar Anderlecht koosjer?

“Het is aan de profliga om dat uit te maken. Maar we zouden moeten nadenken over de verankering van onze clubs. Bij de meeste Duitse clubs bijvoorbeeld is het eigenaarschap zeer versnipperd over duizenden aandeelhouders en supporters. Dat maakt het wat logger om beslissingen te nemen. Maar het geeft ook meer stabiliteit.”

U tweette vorige maand vanop een CD&V-receptie in Bredene. Hoe betrokken bent u nog bij uw partij?

“Ik ben en blijf een CD&V'er in hart en nieren. Elk jaar probeer ik enkele nieuwjaarsrecepties bij te wonen waarvoor ik een uitnodiging krijg. En via mail heb ik geregeld contact met Wouter Beke en Hilde Crevits. Voor advies over de dagelijkse politiek volg ik het te weinig, maar ik blijf overtuigd dat er een sterke volkspartij mogelijk is die staat voor een sociaal gecorrigeerde markteconomie, een goed evenwicht tussen rechten en plichten en een verstandige aanpak van de staatshervorming en de Vlaamse emancipatie. Het is een historisch gemiste kans dat we er niet in geslaagd zijn om dat vast te houden ten tijde van het kartel met N-VA.”

Volgens uw partijgenoot Mark Eyskens zijn de huidige ruzies tussen CD&V en N-VA in grote mate terug te brengen naar de tijd van het kartel.

“Zo gaat dat. Als een nauwe samenwerking tussen mensen stukloopt, dan is de aversie of de haat vaak groter dan wanneer ze nooit in een kartel hadden gezeten. Het is spaak gelopen op N-VA die enkel zijn communautaire programma onversneden en direct wilde uitvoeren.”

Heeft u dat als geestelijke vader van het kartel verkeerd ingeschat?

“Ja en neen. We hebben ons miskeken op de capaciteit bij N-VA om compromissen te aanvaarden. Tussen 2004 en 2008 zei De Wever me dat hij dat met de beste wil van de wereld niet door zijn congres kreeg. Maar jaren nadien kon diezelfde partij wel al haar essentiële programmapunten aan de kant schuiven. Ze vroeg zelfs geen staatshervorming meer.”

N-VA was op sterven na dood toen u ermee in kartel ging. Is dat gezien haar huidige getalsterkte een frustratie bij CD&V?

“Bij een aantal mensen zeker wel. En ook omdat er lokaal N-VA'ers voor hun eigen belang zijn gegaan.”

De traditionele partijen ergeren zich ook aan N-VA omdat die volgens hen heel populistisch is.

“Populisme heeft een negatieve bijklank, maar op zich is er weinig tegen het krachtig vertalen van wat er leeft bij de mensen, daar beleidsoplossingen aan koppelen en die ook krachtig formuleren. Zolang populisme niet verglijdt in simplisme, is het goed dat politieke partijen dat toepassen. Het moet wel geloofwaardig blijven.”

Is er een probleem als vicepremier Jan Jambon (N-VA) advocaat Sven Mary kapittelt omdat hij op basis van procedurefouten de vrijspraak van Salah Abdeslam bepleit?

“Als Jambon het daar niet mee eens is, moet hij in de regering of in het parlement iets ondernemen in plaats van commentaar te geven.”

Hij vindt dat hij ook als minister altijd moet kunnen zeggen wat de bevolking voelt.

“Ik volg het debat hier in België niet van kortbij, maar er is een algemene tendens om standpunten te formuleren die heel nauw aansluiten bij het buikgevoel van kiezers. Staatsdragende partijen of kandidaten, zoals Hillary Clinton in de Verenigde Staten, schrikken dan van wat er uiteindelijk uit de stembus komt. Bij de Amerikaanse president Donald Trump denk ik wel dat er een punt komt waarop de bevolking hem de rug zal toekeren. Ik vermoed dat de tussentijdse verkiezingen voor het parlement in november niet zo goed gaan uitvallen voor zijn kamp.”

Waarom denkt u dat? Trump zou zich eerst geen kandidaat stellen, daarna zou hij niet genomineerd worden en daarna zou hij geen president worden.

“Hij heeft een vrij indrukwekkende belastingverlaging doorgevoerd. En hij heeft het evenwicht in het Amerikaanse Hooggerechtshof doen overhellen in het voordeel van de conservatieven. Maar voor de rest heeft hij door de onkunde van de groep rondom hem nog maar weinig gerealiseerd van wat hij had aangekondigd.”

De vraag is of Trump een kamp nodig heeft om aan de macht te blijven.

“Dat is waar. We mogen hem zeker niet onderschatten. Wij denken vaak nog dat je geen verkiezing kan winnen zonder een partijstructuur. Maar in Frankrijk heeft Emmanuel Macron het ook gedaan. Ik noem dat de Uberisering van de politiek: de tussenschakel tussen kiezer en kandidaat wordt overgeslagen.”

Is het risico voor iemand die snel opkomt niet dat die ook sneller uitgespeeld raakt?

“De levenscyclus van die figuren is inderdaad vaak heel beperkt. Macron heeft volgens mij wel de kwaliteiten om voor langere tijd stand te houden. De economische wind zit ook mee. De werkloosheid daalt spectaculair - deels door het bewind van zijn voorganger. En op heel belangrijke domeinen heeft hij er al beslissingen doorgeduwd die Frankrijk nodig had en die er in de vorige legislatuur niet gekomen zijn. Ik denk dus dat zijn eerste jaren heel positief zullen worden beoordeeld. Dan zit je al snel bij de volgende verkiezingscampagne.”

Bij ons krijgen de regeringen vaak de kritiek dat er geen langetermijnvisie is. Dat problemen zoals de pensioenen of de mobiliteit maar niet worden aangepakt.

“Voor de pensioenen heeft de regering wel beslissingen genomen die getuigen van een langetermijnvisie. De betaalbaarheid van ons stelsel is verbeterd. Voor de gepensioneerden zelf moet er nog iets gebeuren, want de pensioenen zijn in België nog altijd laag. Maar voor een land dat het zo moet hebben van zijn logistieke functie, is de mobiliteit belabberd. Daar moet je baanbrekende beslissingen nemen. En daar speelt de versnippering van partijen en beslissingsniveaus zonder hiërarchie ons parten. Rond cruciale projecten voor heel het land is er een samenwerkingsfederalisme nodig. En we moeten durven te beslissen. Ik zag nu dat er een alliantie van gemeenten moest worden opgericht voor statiegeld op blikjes en plastic flessen. (zucht) Keur dat toch gewoon goed. In Zweden werkt dat perfect. Maar hier moeten er zeventien adviesraden overgaan en wordt er volop gelobbyd om dat tegen te houden.”

Anderzijds waarschuwt u ook dat de politiek niet alles kan oplossen.

“Dat is inderdaad een misvatting. Sommige maatschappelijke problemen kan je alleen inperken en zo goed mogelijk begeleiden. Je kan heel veel doen om de onveiligheid te bestrijden of verkeersdoden te vermijden, maar je zal die nooit helemaal kunnen doen verdwijnen. De migratie zal zelfs aanzwellen. Dus moet je kijken hoe je die migratiestromen kan kanaliseren en de integratie kan versterken. Maar niet aan de kiezer beloven dat het allemaal vlekkeloos zal verlopen.”

Is dat wel realistisch, politici die tijdens de campagne zeggen dat ze niet alles kunnen oplossen?

“Om zichzelf aan te prijzen in het onderlinge opbod zullen ze allicht altijd de verwachtingen oppompen. Daarom is het misschien eerder aan de academici en aan de commentatoren om de juiste context te schetsen.”

Die mensen die nu te gemakkelijk de politici met het vingertje wijzen?

“Dat ook, ja.” (lacht)

Tekst: Hannes CattebekeFoto’s: Geert Van de Velde

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream