Eén op drie Vlaamse steden en gemeenten telt minstens één inwoner die is opgenomen in de gemeenschappelijke gegevensbank van het OCAD. Dat heeft Vlaams minister van Integratie en Inburgering en Samenleven Hilde Crevits gezegd in de Verenigde Commissie Radicalisering in het Vlaams Parlement. De cijfers tonen aan dat extremisme geen marginaal fenomeen is, maar breed verspreid voorkomt in Vlaanderen. Om lokale besturen beter te wapenen tegen deze uitdagingen, voorziet minister Crevits financiële, inhoudelijke en wetenschappelijke ondersteuning.
Uit de meest recente analyses blijkt dat jihadistisch extremisme nog steeds de dominante dreiging vormt voor de nationale veiligheid en de openbare orde. Tegelijk winnen ook andere extremistische stromingen aan belang, zoals extreemrechts en extreemlinks, maar ook vormen van radicaliserend klimaatactivisme en straatcultuur. Daarnaast is er een duidelijke toename van individuen die elementen combineren uit verschillende ideologieën, zonder duidelijke inbedding in één stroming. Dit fenomeen staat bekend als het zogenaamde ‘winkelkar-’ of ‘salad bar’-extremisme.
De vaststelling dat één op drie gemeenten met deze problematiek geconfronteerd wordt, onderstreept de nood aan een breed, structureel en lokaal verankerd beleid. Sinds maart 2024 geeft een nieuw decreet vorm aan het Vlaamse beleid over preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme en terrorisme. Daarin is ook het Vlaams actieplan opgenomen, dat bestaat uit 33 concrete acties en is een samenwerking met de minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir en de minister van Welzijn, Caroline Gennez.
Lokale besturen en hun regierol
Gemeenten staan het dichtst bij de burger en genieten een groot vertrouwen. Daardoor zijn zij bij uitstek geplaatst om signalen van schadelijke polarisatie en gewelddadige radicalisering vroegtijdig op te vangen en gepast te reageren. Via lokale netwerken kunnen risicosituaties sneller worden gedetecteerd en opgevolgd. Om die sleutelrol te versterken, voorziet minister Crevits gerichte ondersteuning.
Vanaf dit jaar kunnen lokale besturen, zowel grote als kleine, financiële steun (50.000 euro) krijgen wanneer zij in hun meerjarenplanning:
- inzetten op detectie en opvolging van (potentieel) geradicaliseerde burgers;
- waar nodig trajecten voorzien gericht op het afbouwen van gewelddadige radicalisering en het voorkomen van geweld
- actief werken aan het verminderen van schadelijke polarisatie;
- beschikken over een actieve LIVC-R-werking (Lokale Integrale Veiligheidscel Radicalisering).
Met deze middelen kunnen lokale besturen acties opzetten en de LIVC-R werking ondersteunen.
Op inhoudelijk vlak komt er een helder en complementair ondersteuningsaanbod. De komende vijf jaar bundelen drie partnerorganisaties hun expertise om lokale besturen beter te begeleiden in de preventie van radicalisering. Daarmee wordt komaf gemaakt met het huidige versnipperde aanbod en komt er meer structuur, afstemming en begeleiding. Vlaanderen investeert hiervoor jaarlijks 703.185 euro. Het gaat om het Hannah Arendt instituut (in consortium met het Vlaams Vredesinstituut, VVSG en Textgain), het CAW (in consortium met het netwerk islamexperten en Solentra) en Ceapire.
Daarnaast wordt ook ingezet op wetenschappelijke ondersteuning. Zo loopt er momenteel een studie naar vroegtijdige online detectie en preventie van radicalisering, die moet uitmonden in een concreet stappenplan voor de lokale besturen. De resultaten worden in mei verwacht. Ook start er een onderzoek naar de effectiviteit van de LIVC-R-werking, met het oog op verdere optimalisatie.
Vlaams minister Hilde Crevits: “Sociale media en algoritmes versnellen het radicaliseringsproces, terwijl geopolitieke spanningen steeds vaker lokale weerslagen hebben. De dreiging van extremisme is nooit weg geweest, de uitdagingen blijven groot. Lokale besturen voelen dat elke dag, maar kunnen dit niet alleen aanpakken. Daarom ondersteunen we hen nu voor het eerst structureel, met financiële middelen én met de gebundelde expertise van drie partnerorganisaties.”