Aan de hand van 16 vragen, ontwikkeld door psychiater Dirk De Wachter, praat journaliste Sabine Vermeiren elke week met een bekende Vlaming. Hoe kijkt hij/zij naar de liefde, naar relaties, naar het leven? Een nieuw schooljaar: dat is voor David Dehenauw altijd even slikken. Het herinnert hem aan dat vreselijke jaar 1988. En de nacht waarin z'n beste vriend stierf. ''34 jaar later denk ik nog vaak aan Arne.""

1 Wat heb je laatst gedroomd?

''Iets met een verkeersongeval. Ik droom daar wel vaker over, ik weet hoe dat komt: toen ik in m'n zesde middelbaar zat, heb ik door een verkeersongeval m'n beste vriend verloren. Hij heette Arne, hij zat bij mij in de klas. Het is gebeurd een week voor we onze honderd dagen zouden vieren. Arne was op stap geweest in Oostende — hij had vroeger dan ik de geneugten van het leven leren kennen, ikzelf was wat braver, wat klassieker — en toen hij thuiskwam had hij besloten om nog uit te gaan in Blankenberge. Omdat het al laat was, reden er geen trams meer en dus pakte hij de auto van z'n groot—vader. Ook al had hij nog geen rijbewijs. In de laatste bocht is het fout gegaan en is hij op een paal geknald. Morsdood.""

''Het overlijden van Arne heeft een enorme impact op mij gehad. Ik was achttien, nooit eerder was ik van zo dichtbij geconfronteerd geweest met de dood. Het is nu 34 jaar geleden, maar ik denk nog vaak aan hem. Vandaar ook die dromen. Ik denk dat ik ze m'n hele leven zal blijven hebben.""

2 Hoe verliepen je eerste kinderjaren?

''Goed, maar taalkundig moeilijk. Ik ben pas heel laat beginnen spreken. Toen ik in de eerste kleuterklas kwam, sprak ik geen woord. Als er gezongen werd van 'ik zag twee beren broodjes smeren' — zo is me achteraf verteld — huilde ik omdat ik niet mee kon. Mijn ouders hadden al van alles geprobeerd, maar m'n kleuterjuf heeft er zich in vastgebeten. Door me te knuffelen. Door me te zeggen dat ik naar haar mond moest kijken. Door engelengeduld te hebben. Logopedie avant la lettre, eigenlijk. En toen ik het eenmaal beet had, was ik vertrokken.""

''Twee jaar geleden is ze gestorven, ik was daarvan aangedaan. Omdat ze de allereerste in m'n leven is geweest die mij belangeloos een duw gaf, op het moment dat ik dat nodig had. Had ze dat niet gedaan, ik had — wie zal het zeggen — misschien een blijvend spraakgebrek gehad. Ik leg het op televisie vlot uit en mensen gaan er dan van uit dat ik een natuurtalent ben, maar dat is dus niet zo, ik heb m'n struggles gehad. Nog altijd als ik dat verhaal vertel, emotioneert me dat. Omdat het maar aantoont hoe belangrijk goed onderwijs is en hoe belangrijk het is om in je leven de juiste mensen tegen te komen.""

''Op dat taalkundig probleem na was mijn kindertijd heel gewoon. Vader was zeeloods, moeder onderwijzeres, ik was de oudste van drie kinderen. We hadden niks tekort, maar waren evenmin verwend. Mijn pa leeft intussen niet meer, mijn ma nog wel. Ze woont in Blankenberge, zeker drie keer per week ga ik bij haar langs. Omdat ik vrijgezel ben, is dat niet moeilijk. Een theetje drinken, wat praten, we genieten daarvan.""

3 Is er iemand die je leven heeft bepaald?

''Er zijn er een paar. Mijn ouders. Arne. Een aantal professoren. Maar misschien nog het meest Armand Pien. In 1998 was ik assistent aan de universiteit (de VUB, red.) en kwam ik terecht bij het KMI. Armand Pien was al gepensioneerd, hij was vijftig jaar ouder dan ik, maar hij kwam daar nog vaak en nam me onder z'n vleugels. Dat was bijzonder, want ik had als kind altijd naar Pien opgekeken, al was het maar omdat mijn vader — zeeloods — zo trouw z'n voorspellingen volgde. Al jong had ik daardoor een fascinatie ontwikkeld voor het weer en was ik benieuwd geworden naar het waarom. Waarom is het weer soms goed? Waarom soms slecht? En waarom zit een weerman er al eens naast?""

''Eenmaal bij het KMI kreeg ik op een zeker ogenblik de vraag van VTM om weerman te worden. Ik wist niet wat doen en ben te rade gegaan bij Pien. Hij zei: 'Met televisie is het eenvoudig. Óf de kijker aanvaardt je. Óf hij aanvaardt je niet. En jou gaat hij aanvaarden.' In september 2003 is Pien overleden, hij heeft me nog negen maanden meegemaakt als weerman. Als ik het had over de straalstroom vond hij dat prachtig.""

''Had Pien me dat vertrouwen niet gegeven, ik zou het niet gedaan hebben. Voor hetzelfde geld had hij gezegd: 'David, dat is niks voor jou.' Dan had mijn leven er heel anders uitgezien. Mensen die mij een duw geven, ik vergeet ze nooit.""

4 Zijn er toevalligheden die van groot belang bleken?

''Weerman worden was nooit een masterplan, het is eigenlijk maar toevallig gekomen. Ik werkte bij het KMI toen ik in 2002 samen met een Franstalige collega werd betrokken bij de ballonvlucht van Steve Fossett rond de wereld. Vanuit het vluchtcentrum in St. Louis, Missouri, gaven wij als experts dagelijkse weerupdates maar omdat mijn Engels beter was dan dat van mijn collega, zag je in de pers — CNN enzo — vooral mij. En zo kwam het dat op een dag ook VTM belde. In Vilvoorde hadden ze in de gaten gekregen dat die expeditie leek te lukken, dat daar zowaar een Bélg bij betrokken was en ze wilden me bij terugkomst live in de studio. Oké zei ik, en achteraf bekeken was dat m'n eerste televisieoptreden. Ik had schijnbaar indruk gemaakt en wat later ging de telefoon. Of ik geen weerman wilde worden. Eddy De Mey was bijna fin de carrière, er was een nieuw figuur nodig, en voilà, de puzzel was gelegd. Ik had alleen de zegen van Pien nog nodig — hoe dat afliep, weet je.""

5 Waarvoor ben je het meest dankbaar?

''Voor de kansen die ik heb gekregen. En voor de mensen die deel uitmaken van mijn leven. Weerman worden heeft op dat vlak mijn wereld erg verruimd. Ik ben opgegroeid in een burgerlijk gezin met een zekere levensstandaard, maar door mijn job kom ik ook in hele andere omgevingen en zie ik mensen die het minder goed hebben dan ikzelf. Soms zijn dat gewoon kijkers: ze contacteren me via sociale media en dan luister ik. Een enkele keer ga ik er ook langs. Vaak schrik ik dan van wat ik hoor. De armoede waar ze mee kampen. De problemen die ze hebben. Ik leer daar enorm veel van, ik vind het een ontzettende verrijking om ze in m'n leven te hebben. Eén ervan is een vrouw, ik ken haar intussen een zevental jaar. We hebben een diepe vriendschap, ik denk dat ze niet altijd beseft hoe ze daar m'n leven mee heeft veranderd. Ik heb door haar een wereld ontdekt waarvan ik niet wist dat die bestond. Twintig jaar geleden had me dat allemaal niet zo geraakt, nu wél en daar ben ik dankbaar om.""

6 Zou je iets willen veranderen aan je geschiedenis?

''Nee, want ik ben niet het soort man dat zich z'n keuzes beklaagt. Als je vijftig bent, maak je de balans al eens op. Wat heb ik gedaan? Wat wil ik nog doen? Het is goed zoals het is, ik combineer veel jobs en ik zou dat graag nog een tijd blijven doen. Maar tegelijk besef ik: op een dag, als ik naar de zestig ga, nemen m'n krachten misschien wat af en zal die intensiteit veranderen. Wel nog werken, maar aan een ander tempo. Voor zover de markt je daar al niet toe dwingt.""

''Mijn privé-werkbalans heeft in het verleden sterk overgeheld naar 'werk', ik moet daar beter over waken want op een zeker moment voel je toch: mis ik niks? Is het wel goed dat ik zo doorga? Ik wil niet ineens 65 zijn en vaststellen dat ik ben vergeten te leven. Of met pensioen gaan en voelen dat ik belangrijke dingen heb gemist. Ga ik m'n leven daar nu drastisch voor omgooien? Nee. Maar er wél op tijd eens aan denken. Bart De Wever doet dat ook, las ik. Hij is tien dagen jonger dan ik, in een interview zag ik hem dezelfde bedenking maken. De nationale politiek, of het dat allemaal nog wel waard is. Ik dacht: 'Ah kijk, zelfs hij.'""

7 Wat maakt je een beetje ongelukkig?

''Armoede, in het bijzonder kinderarmoede, en hoe mensen daardoor het leven niet ten volle kunnen leven. Ik ben in Blankenberge bestuurslid van de lokale scholengroep van het gemeenschapsonderwijs en ik zie het van dichtbij. Facturen die niet worden betaald. Brooddozen die leeg blijven. Kinderen met gaten in hun schoenen (valt stil). Ja, sorry, dat raakt mij. Die mensen hebben daar niet altijd zelf schuld aan. Ze krijgen er gewoon elke keer opnieuw van langs. De energieprijzen. Corona. Oekraïne. Het houdt niet op. Bij elke beslissing die we in de scholengroep nemen, stel ik me heel bewust de vraag: die mensen, hebben we ze méé? Ik vind dat belangrijk.""

8 Wie zou je de lastigheden van het leven kunnen toevertrouwen?

''Misschien mijn ma? Mijn broer en mijn zus? Ik ben op dat vlak niet de openhartigste, geloof ik. Ik laat niet gemakkelijk het achterste van mijn tong zien. Maar dat is oké, ik héb ook gewoon niet zoveel problemen. De problemen die ik heb, zijn luxeproblemen, dus relativeer ik ze. 'Kerel, je hebt het goed, waar klaag je over?' Er zijn mensen die het veel lastiger hebben dan ik — en dan denk ik weer aan die armoede. Dus nee, ik ga met mijn 'problemen' geen mensen lastig vallen.""

9 Wie of wat bezorgt jou een onweerstaanbare glimlach?

''Iemand kunnen helpen en daarmee het verschil maken. Door een project te bedenken voor het onderwijs, bijvoorbeeld. Maar evengoed door in te gaan op de vraag van een kijker om eens te praten. Ik ben op dat vlak meer een gever dan een nemer. Als ik dan achteraf zie dat het echt iets uitmaakte, maakt mij dat op slag gelukkig.""

''Verder: op het werk zitten. Fun maken met de collega's. Ik leef alleen, dus mijn werk is belangrijk, het is een van de weinige omgevingen waar ik eens kan gekscheren of lachen. Vroeger, in Vilvoorde, aten we 's zondags chocoladetaart. Ik probeer nu wat op m'n gewicht te letten, ik heb op dat vlak een grote ijdelheid. Als ik oud moet worden, wil ik dat het op een goeie manier is.""

10 Welk talent zou je graag bezitten?

''Ik had op karaktervlak misschien wat harder willen zijn. Ik ben in mijn leven door een aantal mensen ontgoocheld, zowel privé als op het werk, omdat ik in al mijn goedgelovigheid niet kon aannemen dat ze me iets zouden misdoen. Mijn moeder zegt wel eens 'je moet oppassen, je bent te goed' en in zekere zin heeft ze gelijk. Ik wéét dat. Ik maak gewoon graag mensen blij, soms misschien té graag. Al heb ik dus gaandeweg wel geleerd om daar grenzen in te trekken. En soms een zeker wantrouwen te hebben.""

''Als je wat bekendheid hebt, zoals ik, weten mensen je gemakkelijk te vinden. Die bekendheid heeft in mijn privéleven een tol geëist. Mensen spreken mij overal aan en zelf vind ik dat nog wel oké. Ik ben het gewoon, maar voor mijn omgeving is dat niet gemakkelijk. Ga ik met een vriendin ergens naartoe en twee weken later nog eens, dan zijn we voor de buitenwereld al meteen een koppel. Ik heb tien jaar samengeleefd met een vrouw, ook voor haar was die situatie vaak moeilijk. Je gaat samen ergens iets eten en het is meteen van: 'De weerman is daar!' Elk jaar gingen wij op verlof naar Turkije, naar een plek waarvan we wisten dat er weinig Belgen waren. Omdat ik me niet wou zitten afvragen of iemand een foto van mij ging nemen als ik uit het water kwam. Mijn privé-leven is van mij, dat is ook de reden waarom ik er nooit over praat in 'de boekskes'. Tenzij nu dan, beschouw het als de grote uitzondering.""

11 Welke gewone dingen doe je graag?

''Op restaurant gaan. Thuis wat fitnessen. Mijn ontbijt klaarmaken. Alleen in de natuur gaan wandelen - liefst nog gewoon op de boerenbuiten, waar niet zoveel volk is en waar ik, anders dan op de dijk van Blankenberge, niet aanhoudend moet stoppen voor selfies, ook al zit ik daar niet mee. Eigenlijk mijd ik liefst druktes en mensenmassa's, ik ben niet de man van de voetbalstadions en de festivals. Ik durf dan al eens een muts en een zonnebril te dragen, soms wil ik gewoon met rust worden gelaten.""

12 Heb je ooit troost gevonden in schoonheid en creativiteit?

''Troost is niet het juiste woord, maar ik kan het wel appreciëren. Schoonheid kan voor mij vele vormen hebben. De schoonheid van natuur. Van muziek — de Wiener Philharmoniker! Maar ook van een vrouw. Als er een mooie vrouw voorbij loopt: ik zal haar altijd gezien hebben. Maar dat maakt me nog geen casanova of geen rokkenjager. Ik neem zelden of nooit het initiatief, ik voel daar al sinds m'n puberteit een grote schroom in. Zo'n man die zegt: 'haar moet ik hebben' en er dan op afgaan: nee, zo ben ik niet.""

''Oog hebben voor mooie vrouwen: ik heb dat van m'n vader en mijn grootvader, zegt mijn moeder. De heren Dehenauw, ze hadden het altijd gezien. Maar, de heren Dehenauw zijn ook trouw. Mijn relatie is zeven jaar geleden afgesprongen omdat ik verliefd was geworden op iemand anders en dat voelde alsof ik ontrouw was, daarom ook dat ik ze beëindigde. Hoe gebeurt zoiets? Je bent bekend, je krijgt veel aandacht, mensen contacteren je en als je relatie helemaal goed zit, dan mogen ze nog met tien rond je staan, het doet je niks. Maar het ging al een tijdje minder goed en dan wordt het gevaarlijk. En dan is er ineens die ene vrouw en is het gebeurd.""

''Als mensen mij benaderen, ben ik op m'n hoede. Is het voor David? Of voor David de weerman? Wie willen ze? Wat hebben ze nodig? Ik ben daar wantrouwig in geworden, dat bemoeilijkt mijn liefdesleven.""

13 Wie wil je graag een plezier doen?

''Hilde Crevits. Omdat ik haar zo'n benaderbare, emotioneel intelligente, authentieke, prachtige vrouw vind. Eigenlijk kende ik eerst haar vader. Ik had hem ontmoet tijdens een voettocht, hij zei me: 'Ik heb een dochter, je zou me een groot plezier als je haar eens een mailtje stuurde, want we zijn fan van je.' Dat bleek dus Hilde Crevits, toen nog parlementslid, later minister. Ik heb intussen met veel ministers samengewerkt, maar met Hilde — ik zeg nu 'Hilde' maar ik zal haar altijd aanspreken met 'mevrouw de minister' —, dat was toch uitzonderlijk. Haar dossierkennis. Haar menselijkheid. Haar waardigheid. Hoe ze omgaat met tegenslagen. Eén van de sterktes van Hilde Crevits is dat ze altijd alle actoren uitnodigt rond de tafel. Met overleg kom je er wel. Ik heb weinig ministers dat weten doen. Zij en ik, we voelen een diepgaande wederzijdse appreciatie voor elkaar. Er is een klik. Niet-amoureus, welteverstaan. Ik vind haar een fenomenale vrouw. De roos van West-Vlaanderen.""

14 Welk persoonlijk engagement vind je de moeite waard?

''Het zijn er een paar. Mijn bestuursfunctie in de scholengroep. Het gastprofessoraat dat ik onbezoldigd opneem aan de UGent. Mijn betrokkenheid bij Pelicano, dat strijdt tegen kinderarmoede. Mijn ambassadeurschap voor Blankenberge. En sinds heel recent: mijn medewerking aan een project van de Blankenbergse politie rond drank en drugs, gericht naar jongeren tussen 14 en 16.""

''Als weerman ben ik veel bezig met mijn beroep, maar ik krijg daar ongelooflijk veel voor terug. Ik heb de indruk dat de mensen mij (denkt na, wordt emotioneel) ... graag zien ofzo. Echt, de wármte die ik krijg. Hier in Vlaanderen, maar ook in Wallonië. Laatst postte ik een foto op Instagram waarop ik ernstig keek. 'Gaat het? Ben je oké? Je lacht niet?', reageerden mensen. Ik ga die hartelijkheid nooit gewoon worden. En de dag dat ik ze wél gewoon word, klopt er iets niet. Dáárom dus ook al die engagementen. Omdat ik iets wil teruggeven aan de maatschappij.""

15 Wat maakt voor jou dat de liefde kan blijven duren?

''Dat je respect hebt. Elkaar vrijlaat. En vertrouwen hebt. 'De liefde', ik ben er niet in geslaagd. Mijn langste relatie duurde tien jaar, zeven jaar geleden is ze afgesprongen en sindsdien ben ik de liefde nog wel tegengekomen maar niet meer in de klassieke vorm. Ik denk ook dat ik daar niet meer voor opensta. Ik leid daar op dit moment nog een te egoïstisch leven voor. Waarmee ik bedoel: mijn carrière is belangrijk, ik combineer veel jobs en dan is er niet veel tijd voor andere dingen. Dat is ook één van de redenen waarom ik nooit voor kinderen heb gekozen. Mijn moeder zegt: 'Er is aan jou een goeie papa verloren gegaan.' Dat is misschien wel zo, ik heb een groot vaderinstinct, maar ik probeer daar op andere manieren iets mee te doen. Via mijn mandaat in het onderwijs. Via vrienden die wél kinderen hebben. Via familie. Een kind hoeft niet van mij te zijn om er liefde aan te geven. Een eigen kind: ik heb dat nooit een gemis gevonden. Maar vraag het over twintig jaar nog eens.""

16 Wat zou een goede oude dag voor jou zijn?

''Nog vitaal zijn. Ik hoef er geen dertig uit te zien, maar ik wil wel een krachtig voorkomen en een zekere uitstraling behouden. En dus let ik op wat ik eet en doe ik aan sport. Ik zou niet willen dat de mensen ooit denken: 'De weerman, hij is toch een oud ventje geworden.' Ik heb een zekere fierheid en die wil ik blijven etaleren. Zonder kunstgrepen, liefst. Opdat de mensen zeggen: 'Ja, hij wordt oud, maar hij doet het op een goeie manier.'""

''In januari zal ik twintig jaar op televisie zijn, ik hoop het nog een tijd te kunnen blijven doen. Ik fris regelmatig m'n universitaire cursussen op, maar op een dag is het aan de jongere generatie, ik wéét dat wel. Ik zal dan niet de man zijn die zich nog komt moeien of die zich krampachtig vastklampt aan zijn mandaat. Ik zou niet willen dat ze me buiten moeten dragen. Jill is 47, Frank 49, ik 52, de komende tien jaar gaat daar weleens een jonge kracht bijkomen en dat is goed. Ruimte laten aan jonge mensen, ik vind dat belangrijk.""

''Op vlak van de liefde hoop ik op m'n oude dag een vorm van relatie te hebben die me toelaat meer tijd te besteden aan de vrouw die ik op dat moment graag zie. Zal dat een samenwonende relatie zijn? Zal ik daarvoor openstaan? Dat weet ik nog niet. Maar sowieso: een relatie. Dat zou mij gelukkig maken.""

SABINE VERMEIREN