De klimaatuitdaging waarvoor de landbouw staat, is kolossaal. De grootste winst is te halen door de veestapel af te bouwen. Maar wie durft dat luidop te zeggen? En is er wel een transitie mogelijk als de Boerenbond niet mee wil?

Over tien jaar moet de Vlaamse landbouw een kwart minder broeikasgassen uitstoten dan in 2005. Onderzoekscentra zoeken naarstig naar technologische oplossingen, maar weinigen geloven dat die zullen volstaan. 'Additieven voor veevoeder, mestverwerking, koolstofopslag in de bodem, isolatieschermen voor de glastuinbouw … We moeten dat allemaal zeker doen, maar als we daarmee ­tegen 2030 halverwege de doelstellingen raken, hebben we al goed gewerkt', zegt Wannes Keulemans, emeritus hoog­leraar landbouwbeleid aan de KU Leuven. 'Zelfs als we de maatregelen uit het ­klimaatplan realiseren, hebben we alleen het laaghangend fruit geplukt. Willen we de doelstellingen echt halen, dan zal er veel meer nodig zijn.'

Volgens Keulemans kunnen we niet om een reductie van de rundveestapel heen. Die is verantwoordelijk voor 70 procent van de klimaatimpact die landbouw heeft. Keulemans is niet de enige die dat denkt. Opmerkelijk veel onderzoekers die we afgelopen week aan het woord lieten, bevestigen het.

Herkauwers vormen een belangrijke schakel in de kringloop. Zij eten gras, dat de mens niet verteert, en zetten het om in eiwitten en voedingsstoffen die wel bruikbaar zijn voor de mens. Mest is voedsel voor het gras, enzovoort ... Maar Vlaanderen heeft veel meer runderen dan we nodig hebben om in de eigen behoeften te voorzien. We eten al jaren minder vlees (het thuisverbruik daalde van 23,7 kg in 2008 naar 16,4 kg in 2019) en drinken minder melk (van 42,3 liter per persoon in 2014 naar 36,2 liter in 2019). Toch kweken we niet minder dieren. Integendeel, met de ­afschaffing van de Europese melkquota nam het aantal melkkoeien nog toe.

Belgisch witblauw

Economisch lijkt een vermindering van het vleesvee de meest voor de hand liggende optie. Een derde van ons vlees exporteren we, maar omdat het Belgisch witblauw niet zo gewild is in het buitenland, krijgen we er een slechte prijs voor. Het familiale ­arbeidsinkomen ligt al jaren erg laag, de rundveeboer is voor 82 procent afhankelijk van Europese subsidies. Het inkomen van een melkveehouder ligt gemiddeld een pak hoger. Het is vooral de consumptie van rundvlees die daalt: van 13,8 kilo per persoon in 2005 naar 9,9 kilo in 2016. Maar volgens de Hoge Gezondheidsraad eten we nog altijd te veel om ­gezond te zijn.

Een kleinere rundveestapel betekent minder uitstoot van methaan door de spijsvertering van koeien, minder uitstoot van methaan en lachgas door de dierlijke mest, maar er komt ook ruimte vrij. Bijna twee derde van de landbouwgrond is immers bedoeld voor veeteelt (zie grafiek). Het akker- en grasland dat vrijkomt, kun je dan inzetten voor andere maatschappelijke noden, zoals open ruimte, natuur en bos.

Keuzes maken

Voor landbouworganisaties en voor ­ministers van Landbouw is een inkrimping van de veestapel nog altijd taboe, ook door de economische gevolgen in de rest van de voedingsketen. 'Natuurlijk zijn er ook gevolgen voor slachthuizen en uitbeen­derijen, maar als klimaat belangrijk is, dan moet je keuzes maken', vindt Keulemans. 'Een argument tegen een kleinere vee­stapel is altijd dat we hier op de meest efficiënte manier vlees en melk produceren, maar je kunt niet om de enorme milieudruk heen. We moeten daarom onze knowhow exporteren, en niet ons vlees. Die afbouw moet er ook niet van vandaag op morgen zijn. Je moet een plan op lange termijn hebben, met flankerende maatregelen. Veel rundveeboeren hebben problemen om opvolgers te vinden. Als iemand met pensioen gaat, moet je natuurlijk niet toestaan dat een collega-rundveehouder al die dieren overneemt.'

In Nederland wordt daarover al twee jaar gedebatteerd. Een Kamerlid van D66 stelde voor om de veestapel te halveren. Het leidde tot massaal boerenprotest. De minister van Landbouw Carola Schouten (ChristenUnie) trok vervolgens een half miljard euro uit om varkensboeren vrijwillig uit te kopen. Ze hoopte dat ze daarmee minstens 350 bedrijven kon laten stoppen, maar dat aantal heeft ze nog lang niet bereikt. Het geeft aan hoe moeilijk het is de veestapel te verminderen.

In Vlaanderen komt er in 2025 een tussentijdse evaluatie. Dan moet de uitstoot al 15 procent gedaald zijn. Als landbouw niet op schema zit, komen er bijkomende maatregelen, ­dicteert het Vlaams klimaatplan. Minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) laat weten dat het om een harde doelstelling gaat, maar wat de bijkomende maatregelen zijn, is niet duidelijk. Ook Crevits houdt ­officieel geen rekening met een inkrimping van de veestapel. Maar in het klimaatplan, dat negen experts onder leiding van professor Gerard Govers (KU Leuven) in opdracht van voormalig minister van Omgeving Koen Van den Heuvel (CD&V) maakten, wordt dat scenario wel degelijk aan­geprezen.

Ook zij komen tot de conclusie dat de klimaatdoelstellingen voor landbouw niet gehaald kunnen worden als de rundvee­stapel niet met 30 procent inkrimpt. Daardoor zou de uitstoot met 20 procent dalen. Omdat er minder dieren zijn, is er ook minder akker en weiland nodig voor de dieren. De experts stellen ook voor dat de overheid een deel van die gronden zou opkopen: prijskaartje 1,5 miljard euro. Voordeel is dat een deel van de grond kan ­omgezet worden in bos, waardoor meer CO 2 gecapteerd kan worden en de netto uitstoot dus nog zou dalen.

Tentakels van Boerenbond

De transitie waar landbouw voor staat, is groot en de vraag is hoe we die kunnen realiseren. Ten eerste is er de vraag hoe de boer nog zijn boterham kan verdienen. Want een grondgebonden veeteelt betekent minder dieren per bedrijf. Koolstof­opbouw in de bodem kost inspanningen en geld. Lokaal peulvruchten verbouwen ook, en hoe concurreer je met wereldmarktprijzen? De belangrijkste hefboom kan het Europees Landbouwbudget zijn. Dat bedraagt jaarlijks 58 miljard euro. Meer dan een half miljard euro daarvan gaat naar Vlaanderen. Tot nu ging het grootste deel van dat geld naar een hectaresteun - hoe meer grond een boer had, hoe meer steun - en naar de rundveeteelt. Als Vlaanderen en Europa een klimaat- en ­milieuvriendelijkere landbouw wil, moet ze de middelen ook anders inzetten.

De tweede vraag is: hoe worden de boeren bereikt om die transitie in te zetten? De Boerenbond speelt hierbij een cruciale rol. Die is nog altijd de alfa en de omega van de Vlaamse landbouw. Zonder hun steun is de transitie op voorhand mislukt. Zijn zij bereid mee te stappen in een radicaal andere manier van boeren? Voorlopig wijst weinig daarop. Goed, de Boerenbond is een huis met vele kamers. Er is een steunpunt korte keten, een consulent alternatieve verdienmodellen en een innovatiesteunpunt dat nadenkt over die duurzame transitie.

Maar als puntje bij paaltje komt, telt maar een zaak: hoe kan de boer zo goed mogelijk zijn kost blijven verdienen? Al wijzen de critici erop dat de Boerenbond meer begaan is met het lot van de bedrijven die leven van het werk van de boer dan dat van de boer zelf. Met Sonja De Becker heeft de bond een voorzitter die vooral in economische verdienmodellen denkt. Grootschaligheid - al ben je in het piepkleine Vlaanderen snel grootschalig - blijft daarbij een belangrijk denkspoor. Dat in enkele jaren tijd de megastallen als ­paddenstoelen uit de grond konden schieten, is daarvan het beste bewijs.

De Boerenbond had de minister altijd aan de leiband. Met Zuhal Demir (N-VA), verantwoordelijk voor Omgeving, hebben ze nu wel een minister tegenover zich ­gekregen die bereid is de strijd tegen het grootschalig denken aan te gaan. Maar of ze die strijd ook kan winnen, valt af te wachten. De tentakels van de Boerenbond reiken diep in de Vlaamse administratie. Dat maakt het extra lastig om het beleid op een andere leest te schoeien.

In deze reeks onderzoekt De Standaard hoe Vlaanderen tegen 2030 55 procent minder CO 2 kan uitstoten. Morgen: leven zonder auto.

Volg de reeks '2030 is nu' in onze nieuwsapp DS Nieuws.

Inge Ghijs - Dominique Minten

Inhoud ↑

Een cookie is een klein bestand dat door de server van CD&V wordt uitgestuurd en geplaatst op de harde schijf van jouw computer, tablet, GSM of ander apparaat waarmee je onze website bezoekt. In de cookies wordt informatie opgeslagen. 

Het gebruik van cookies heeft allerhande doelstellingen. Sommige cookies worden gebruikt om de website en de daarop aanwezige informatie of diensten te kunnen verstrekken. Andere worden gebruikt om het bezoek aan onze website aangenamer of gemakkelijker te maken. Nog andere zijn bedoeld om het gebruik van de website te analyseren of om jou gerichte reclame te sturen. Cookies die omwille van technische of beveiligingsredenen noodzakelijk zijn, plaatsen we in ieder geval. 

Door op “Ik ga akkoord” te klikken, aanvaardt u het gebruik van deze cookies voor al deze doeleinden. U kan evenwel uw cookievoorkeuren regelen via de knop “Voorkeuren instellen”.