Mensen met een beperking horen niet alleen in een beschutte werkplaats thuis, maar ook op de gewone werkvloer. Daarom lanceert Vlaanderen een nieuw systeem van 'individueel maatwerk'. Een stap in de goede richting, zeggen ervarings- deskundigen.

Marleen Billen is 59 en heeft een hersenletsel. Zestien jaar geleden kreeg ze plots een herseninfarct na een operatie. Sindsdien moest ze helemaal opnieuw beginnen. "Ik kon niet meer lopen, niet meer spreken of helder nadenken. Vandaag heb ik nog altijd fysieke en cognitieve schade." Van de ene dag op de andere verloor ze haar job als begeleidster van werkzoekenden bij de VDAB. Tot er in 2016 een brief in de bus viel. Of ze soms interesse had in een re-integratie?

"Ik wilde al langer opnieuw beginnen, maar niemand wist eigenlijk wat ze met mij moesten aanvangen", zegt Billen. "Toen het voorstel kwam, heb ik dus niet geaarzeld." Vandaag is ze specialiste inclusiviteit bij de VDAB en zet ze allerlei projecten op touw, bijvoorbeeld rond holebi's of mensen met een arbeidshandicap. Een verademing. "Ik had meteen een klik met mijn verantwoordelijke. Bovendien mocht ik aan 20 procent tewerkstelling beginnen. Intussen is dat bijgesteld naar 50 procent."

Toch is het zeker niet evident. Vorig jaar moest Billen een stress- en burn-outcoach inschakelen. "Alleen al de overstap naar een nieuw mail- en serversysteem bleek een zware bevalling te zijn. Ook notities nemen tijdens een vergadering lukt amper. Ik kan wel taken een voor een afwerken, maar niet tegelijk." Dankzij de hulp van enkele attente collega's sleurt ze zich erdoor. "Wel met heel veel vallen en opstaan", zegt ze. "Zonder hen zou het voor geen meter lukken."

In Vlaanderen zijn vandaag zowat 266.000 personen met een arbeidshandicap aan de slag. Vaak komen zij terecht in het collectieve maatwerk, de sociale en beschutte werkplaatsen van vroeger. Maar daar kunnen ze niet altijd hun talenten ontwikkelen. Bovendien rust er nog altijd een sociaal stigma op. "Ik voel me absoluut niet thuis in een beschutte werkplaats", zegt Billen. Toch blijkt de stap naar de reguliere arbeidsmarkt in vele gevallen te groot.

Vlaams minister van Sociale Economie Hilde Crevits (CD&V) komt daarom met een plan voor 'individueel maatwerk'. Dat creëert extra ondersteuning voor mensen met een beperking op de gewone werkvloer. Zo wordt er een hogere loonpremie voor de werkgever voorzien, tot maximaal 75 procent van het loon. Daarmee kunnen extra kosten om iemand aan de slag te helpen of een eventuele lagere productiviteit worden gecompenseerd. Het bedrag vervangt en verhoogt bestaande loonpremies.

Nog belangrijker is de nieuwe begeleidingspremie. Daarmee kan de hulp die door collega's wordt geboden ook structureel ingebouwd worden. Via coaching of de aankoop van technische hulpmiddelen, bijvoorbeeld. De hoogte van deze premie zal afhankelijk zijn van de mate waarin een begeleiding noodzakelijk is. "Zo verlagen we de drempel voor werkgevers en zorgen we voor het eerst ook voor de juiste ondersteuning", zegt Crevits.

Belangrijk is wel dat mensen nog altijd zelf kunnen kiezen tussen een gewoon bedrijf en een maatwerkbedrijf. Ook werkgevers kunnen zelf beslissen of ze hen willen aanwerven.

De vzw Grip, die opkomt voor de rechten van personen met een handicap, noemt het een eerste stap in de goede richting. Landen als Zweden en Ierland staan al veel verder qua arbeidsinclusiviteit. Vlaanderen dicht nu een deel van die kloof.

"Toch mag het hier niet bij blijven", zegt stafmedewerker Seline Somers. "De Verenigde Naties vragen al jaren om niet-reguliere arbeidsmarktplaatsen af te bouwen, omdat het indruist tegen het principe van de gelijkwaardigheid. In dit plan blijven de collectieve maatwerkbedrijven toch nog bestaan, naast het individuele maatwerk. Zo blijft de gesegregeerde tewerkstelling toch nog wat behouden. Dat vinden we spijtig. We hopen dat het na dit plan niet stilvalt."

ANN DE BOECK

Copyright © 2018 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden