De Belgische vissers kijken met een bang hart naar de brexit.

‘Ik slaap er niet van’, vertelt Geert De Groote in de oubollig aangeklede kantine van de Vlaamse visveiling in Zeebrugge. Voor de visser en reder zijn het spannende maanden. Op het hoogtepunt van de coronacrisis kelderden de visprijzen. Pas toen de Vlaamse regering met hulp van de Europese Unie 600.000 euro aan stilligpremies goedkeurde, kromp het aanbod en stabiliseerden de prijzen. De Groote is met zijn schip Op Hoop van Zegen blijven doorwerken. ‘Gezonde zeelucht is het beste vaccin’, knipoogt de vijftiger uit Knokke-Heist. Net zoals zijn vader en grootvader vist hij vooral in de Ierse Zee en het Bristolkanaal. Zijn bemanning en hij zijn doorgaans tot drie maanden van huis. Aanmeren doen ze in kuststeden zoals Liverpool, Swansea en Milford. ‘We zetten daar meer voet aan land dan hier in Zeebrugge.’

Door de brexit hangt zijn familietraditie aan een zijden draadje. Voor de Britse vissers is het welletjes geweest met de concurrentie van hun Europese collega’s. Bij het uittredingsreferendum in 2016 koos meer dan 90 procent van hen ervoor om de Europese Unie te verlaten. ‘De brexit creëert een gouden kans om de miljardenindustrie nieuw leven in te blazen’, staat te lezen op de website van de actiegroep Fishing for Leave . Het thema liet de politiek niet onberoerd. Brexiteer Nigel Farage voer met een kleine vissersboot de Theems af tot aan het Britse parlement, huidig premier Boris Johnson bezocht op de laatste campagnedag een vismarkt in Londen. ‘ Take back control! ’ klonk het eensgezind.

Wat is er precies aan de hand? Sinds het Europese gemeenschappelijke visserijbeleid in de jaren zeventig en tachtig werd uitgewerkt, wordt de visserij in alle wateren van de lidstaten door de Unie beheerd. Alleen in de twaalfmijlszone buiten de kustlijn kunnen de landen onderlinge overeenkomsten maken over visserijbeheer, bijvoorbeeld om lokale vissers te beschermen. Elk jaar bepalen de bevoegde ministers van de lidstaten per soort de totale hoeveelheid vis die het daaropvolgende jaar mag worden gevangen. Dat doen ze op basis van wetenschappelijk advies van onder meer de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee. Vervolgens bepaalt een vaste verdeelsleutel op welke hoeveelheden van die totale Europese vangst elke lidstaat recht heeft.

Die manier van werken zorgt aan de andere kant van het Kanaal voor wrevel. In 2018 stelde de Britse regering vast dat de Europese vissers tussen 2012 en 2016 jaarlijks gemiddeld 760.000 ton vis uit de Britse wateren ophaalden. De Britse vissers moesten het in diezelfde periode met slechts 90.000 ton stellen. Dat ligt niet alleen aan de Europese Unie: de afgelopen decennia hebben de Britse autoriteiten hun visrechten vaak aan grote buitenlandse rederijen, de zogenaamde quotahoppers, verkocht. ‘Ik begrijp de frustratie van de Britse vissers over de Europese regels, maar ook de Britse regering heeft boter op het hoofd’, zegt Emiel Brouckaert, directeur van de Rederscentrale, die de Vlaamse vissers vertegenwoordigt.

‘Instorting van de sector’

Op 1 januari 2021 moet het voor de Britten afgelopen zijn met dat alles. Wanneer de transitieperiode voor de brexit om klokslag twaalf uur afloopt, zijn de Europese visserijregels niet langer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk. De Britse regering kan zich dan beroepen op het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties uit 1982. Dat kent de ondertekenaars speciale rechten toe in de zogenaamde exclusieve economische zone, het gebied van 200 zeemijl (370 kilometer) vanaf de kustlijn tot aan de internationale wateren. Het beheer van de zeerijkdommen – vis incluis – binnen dat gebied zijn vanaf dan de bevoegdheid van het Verenigd Koninkrijk. De Britten zijn naar eigen zeggen niet van plan om al die rijkdommen voor zichzelf te houden, wel willen ze zelf bepalen hoeveel buitenlandse vissers er mogen vangen. ‘We worden opnieuw een soevereine kuststaat’, bezwoer Johnson.

Voor de Belgische vissers scheelt dat een hele slok op de borrel: meer dan 50 procent van de vangst én omzet halen ze momenteel uit de visrijke Britse wateren. 2300 voltijdse jobs zijn afhankelijk van de vangst rondom het Verenigd Koninkrijk. ‘Wanneer meer dan de helft van de aanvoer op de helling staat, bestaat er een groot risico op instorting van de volledige sector’, zegt Vlaams minister van Visserij Hilde Crevits (CD&V). Ook Tom Premereur, voorzitter van de Vlaamse Visveiling, ziet het somber in. ‘Corona én een harde brexit: dat is geen dubbele crisis maar een crisis in het kwadraat.’

De eigen kuststreek biedt voor België alvast geen alternatief voor de Britse wateren. Ons land heeft een piepkleine kustlijn van slechts 67 kilometer, en de Belgische wateren worden door de ligging van het Verenigd Koninkrijk tot een bescheiden oppervlakte van 2017 vierkante kilometer beperkt. Door windmolenparken, bekabeling, beschermde gebieden, militaire domeinen en het drukke vrachtverkeer blijft er weinig plaats over waar men voor de eigen kust de netten kan uitgooien.

Ondanks de beperkte economische rol van de visserijsector is het thema uitgegroeid tot hét symbooldossier van de onderhandelingen. ‘Visserij is een primaire sector en een folklorebezigheid’, zegt Premereur. ‘Wildvangst spreekt nu eenmaal tot de verbeelding: wie wil er nu een tam konijn op zijn bord wanneer er wilde haas beschikbaar is?’ Daarnaast spelen er ook electorale redenen. Zowel in de Europese Unie als in het Verenigd Koninkrijk zijn sommige gemeenschappen volledig afhankelijk van de visvangst. Vooral bij de vissers in Schotland, waar de separatistische Scottish Nationalist Party volgens de peilingen een meerderheid behaalt, kan premier Johnson moeilijk op zijn beloftes terugkomen.

Compromis

Deze week vindt in Brussel de negende en voorlopig laatst geplande onderhandelingsronde plaats tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. De EU wil de toegang tot de Britse wateren helemaal behouden. ‘Voor ons is er eigenlijk geen plan B. Een status quo is van levensbelang’, zegt Emiel Brouckaert. De Britten willen op hun beurt jaarlijkse onderhandelingen op basis van een methode die de Europese toegang sterk vermindert. In Europese kringen valt te horen dat beide partijen toch bereid zijn om water bij de wijn te doen. Het Verenigd Koninkrijk stelt voor om zijn voorstel niet in één klap in te voeren, de EU wil lichtjes afwijken van het status quo.

Hoewel die voorzichtige toegevingen het fundamentele probleem niet oplossen, hebben beide partijen alle belang bij een compromis. Aan Europese zijde is iets minder toegang nog altijd beter dan geen. Aan Britse kant moeten de vissers hun producten vooral ergens kunnen slijten. De Britten eten minder vis dan het Europese gemiddelde, meer dan twee derde van de Britse vangst belandt uiteindelijk op een Europees bord. Zonder akkoord zullen Britse vissers en handelaren Europese importtarieven moeten betalen, waardoor ze moeilijker zullen kunnen concurreren met hun Europese collega’s. Akkoord of geen akkoord: de Belgische vissers zullen de impact hoe dan ook voelen. Voor de zekerheid maakt Vlaanderen zich klaar voor een harde brexit zonder akkoord. ‘We mogen deze kleine en veerkrachtige sector niet verloren laten gaan en zullen al het mogelijke doen om die te ondersteunen’, zegt minister Crevits.

Visser Geert De Groote is alvast niet van plan om ermee op te houden. Recent heeft hij een klein fortuin geïnvesteerd in een nieuw schip. ‘Het is eten of opgegeten worden’, klinkt het. ‘Eigenlijk is het allemaal wat raar: we zitten te bakkeleien over grenzen terwijl een vis daar allemaal geen rekening mee houdt’, vult Brouckaert aan. Ondanks alle kopzorgen proberen ze de moed erin te houden. ‘Uiteindelijk vinden de Belgische vissers altijd een oplossing.’

DOOR KAMIEL VERMEYLEN

Copyright © 2018 Roularta Media Group. Alle rechten voorbehouden

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.