Hilde Crevits (53) is nu minder zichtbaar dan toen ze onderwijsminister was. Maar dat betekent niet dat ze minder werk heeft. Als minister van Werk en Economie staat ze namelijk voor grote uitdagingen, nu er steeds meer licht aan het einde van de coronatunnel komt. Het taboe rond sporten tijdens het thuiswerken doorbreken, bijvoorbeeld. “Ik ga heus niemand op z'n donder geven omdat hij even onbereikbaar is.”

Het dagelijks verplichte telewerk ligt bijna achter ons. Ambtenaren en werknemers halen opgelucht adem. Maar Hilde Crevits (CD&V) houdt haar hart vast voor de files na de zomer. Nu al lijken ze even lang als voor corona. De Vlaamse minister van Werk en Economie en viceminister-president wijt dat niet aan een gebrek aan discipline voor het thuiswerk. “Dat is de economie die enorm aantrekt.” Voor 2021 voorspellen de banken namelijk een groei van 4,5 procent, een cijfer dat België in jaren niet meer heeft gekend. In Vlaanderen staat de werkloosheid op het laagste peil sinds 2008 - de tijdelijke coronawerklozen niet meegeteld. “Het consumentenvertrouwen én het onder­nemersvertrouwen zitten enorm in de lift. Je voelt wat die vaccinaties ­teweegbrengen.”

Waren alle waarschuwingen voor een golf van faillissementen dan voor niets?

“We verwachten uiteraard nog een weerslag eens de steunmaatregelen zullen stoppen, maar het beeld is toch heel divers. Er zijn ondernemingen die zwarte sneeuw gezien hebben en deze crisis nog jaren zullen meeslepen, áls ze al overleven. Er zijn er ook die de kip met de gouden eieren vonden en net heel goed geboerd hebben. Maar je ziet toch dat onze economie enorm veerkrachtig is en dat het ­belangrijkste voor onze budgettaire ­situatie is dat mensen consumeren.”

De Vlaamse regering heeft ook erg veel geld in de economie gepompt het afgelopen jaar. Minister van Begroting Matthias Diependaele (N-VA) is hoogst bezorgd over de schuld die Vlaanderen in snel­tempo opbouwt.

“Ik deel zijn bezorgdheid, maar slechts gedeeltelijk. Elke econoom zegt dat je nu moet investeren in de relance. Onze steun in het begin was snel en forfaitair, maar als we dat niet hadden gedaan, waren veel onder­nemingen over de kop gegaan. Ook nu hebben veel bedrijven kapitaal nodig. Daarom is het goed dat initiatieven zoals onze win-winlening steeds ­populairder worden ( zie kader). Als overheid moeten we daarnaast blijven investeren in duurzame activiteiten. Mochten we nu saneren, zouden we niet snoeien om te bloeien, maar wel om dood te gaan.”

Onze ondernemingen zijn nog niet helemaal gered, of daar loert ­alweer het spook van de arbeidskrapte om de hoek.

“Of het nu in de oude industrie is die in sneltempo vergroent, of in de zorgsector: we hebben extra mensen nodig, en mensen die zich willen ­omscholen.”

Denkt u al aan massale arbeidsmigratie?

“Neen, er is nog genoeg onaangeboord potentieel. Vrouwen met een migratieachtergrond die voor hun kinderen gezorgd hebben maar nu meer tijd hebben, bijvoorbeeld. Die moeten we activeren. We moeten echt met een zorgbus naar die mensen gaan om hen te overtuigen hun ­talenten in te schakelen. Zij hebben veel ervaring met zorg en zouden dus snel ingezet kunnen worden. De zorginstellingen zullen die ervaring dan wel moeten erkennen en hen verder opleiden.”

Uitgerekend nu willen de vak­bonden het SWT, het vroegere brugpensioen, verlagen van 60 naar 58 jaar. Begrijpt u dat?

“Ik begrijp dat vakbonden zich ­zorgen maken over sommige mensen die op hun 55ste kapot gewerkt zijn. Maar laten we de belangrijke eindeloopbaanconferentie van dit najaar bekijken vanuit het perspectief van de hele carrière in plaats van in termen van pensioen. Uit recente onderzoeken blijkt dat de discriminatie op de arbeidsmarkt voor leeftijd nog erger is dan voor afkomst. Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het bovendien is om nog opleidingen te vinden. Daar is dus werk aan de winkel.”

Hoelang wilt u nog werken?

(schatert) “ Seg!”

Heeft u geen carrièreplanning?

“In de politiek is dat moeilijk. Ik ­bekijk het dag per dag. Maar ik kijk nog altijd heel erg op naar ( ex-CVP-minister, red.) Wivina Demeester (77). Zij is nog zo actief. Toen mijn vader met pensioen ging, vond ik het zo jammer dat al die ervaring plots niet meer gebruikt werd. Zolang ik gezond ben, hoop ik mij met nuttige dingen te kunnen bezighouden.”

Gewoon genieten zonder werken is niets voor u?

“Ik geniet ook van werken. Het enige wat ik al veertien jaar mis, is eens twee of drie weken op reis kunnen gaan. Door de verschillende vakantieperiodes in de bouw en de politiek, kunnen mijn man en ik maximaal een week samen verlof nemen.”

Misschien kan u eens zonder uw man op reis?

“We zien elkaar al zo weinig. Ik zal hem zeggen dat u de suggestie heeft gedaan, maar dat ik er niet op inga. (lacht) Ik heb wel geleerd om instant te genieten. Als ik beslis om een kwartier te slapen, dan kan ik dat ook. En als het zoals vorige week mooi weer is tijdens mijn telewerkdag, dan neem ik mijn koersfiets en ben ik weg. Sportcoach Paul Van Den Bosch zei dat ik dat moest delen op sociale media. Telewerken is niet elke dag van 's ochtends tot 's avonds achter je scherm zitten. Vroeger gingen wij over de middag ook joggen met het kabinet. Bij deze: ook ik, als minister, onderbreek soms mijn dag om een uur te gaan lopen of te gaan fietsen. Je haalt die tijd achteraf zo weer in, want je hebt een frisse kop.”

Veel mensen vrezen een telefoon te zullen missen, of hebben schrik dat hun collega's zullen denken dat ze niet werken.

“Dat is het. We moeten óver die ­gêne. Ik weet dat hier hard gewerkt wordt. Ik zal heus niemand op zijn donder geven wanneer die even on­bereikbaar is. In corona hebben we te weinig belang gehecht aan de lichamelijke conditie. Daardoor zijn er bij veel mensen kilo's bijgekomen. Maar onze mentale gezondheid hangt daar ook heel erg van af.”

U heeft onlangs ook een flinke schuiver gemaakt.

“Ja, ik ben met mijn koersfiets gevallen over een obstakel op het fietspad. Gelukkig was er enkel oppervlakkige schade.”

U bent ook veel aan het zwemmen de laatste tijd. Traint u voor een triatlon?

“Wie weet. (lacht) Als dat zo zou zijn, mag daarover niets in de krant en ik wil geen fotografen. Maar een triatlon is al twintig jaar mijn droom. Nu je met minder binnen mag, is het ook zalig in de zwembaden. Hier in Brussel zijn veel prachtige, oude zwembaden. Ik had een tijdje last van mijn hiel en had het daarom wat laten hangen. Maar nu ik weer in conditie ben, merk ik hoeveel deugd dat doet.”

Heeft u er ook meer tijd voor? Want u bent als minister wel minder zichtbaar.

“Zeker niet. Misschien heeft dat te maken met de gezondheidscrisis, maar deze bevoegdheden zijn heel ­intens.”

Hoe is de meest recente peiling bij u binnengekomen? Uw partij haalt nog tien procent.

“Die was absoluut niet goed. Het­ ­bijgaande diepteonderzoek was allerminst geruststellend, want daaruit bleek dat er geen thema's op onze partij kleven. Nochtans komen al onze ministers heel veel in de media. Maar blijkbaar scoren we daar nog niet mee.”

Is dat niet het logische gevolg van in het midden te willen zitten?

“In de vorige legislatuur was onderwijs bijvoorbeeld wel een thema dat op CD&V kleefde.”

Een mea culpa?

“Het is niet alleen het werk van de voorzitter om mensen te overtuigen. We leveren in de Vlaamse regering ook de minister van Welzijn ( Wouter Beke, red.), ik ben viceminister-president. Ik moet dus ook een belangrijke bijdrage leveren aan de positionering van onze partij. Werk en economie zijn abstracter voor mensen. Ik wilde graag nog vijf jaar onderwijs doen, en als dat niet kon, dan heel graag dit. Maar het is niet mijn bedoeling anoniem te zijn. Ik voel me ook niet zo.”

Gelooft u nog dat uw voorzitter ­Joachim Coens het tij kan keren?

“Zijn rol is heel belangrijk. Hij beseft dat. We zullen scherp moeten zijn.”

Ook hij stelt zich graag op als de brug tussen links en rechts. Maar moet je om daarmee te scoren niet zelf de premier leveren?

“Dat is aanpassen. Ik ben ook iemand die eerder naar een oplossing zoekt. Maar deze peiling heeft ons veel geleerd. We moeten vrank en vrij durven te gaan. Anderzijds was de peiling ook slecht voor het algemene vertrouwen in de politiek. Er is maar één manier om de mensen terug te halen: door beleid te voeren, niet door elke dag luid te roepen.”

Vanaf volgende week mogen we weer knuffelen. Kijkt u daarnaar uit?

“Ja, met mensen die ik graag zie. Maar ik ben geen kusser. Toen ik in de politiek stapte, heb ik moeten leren handjes geven en kussen. Maar mijn populariteit haalde ik wel voor een groot deel uit de nabijheid. Die bezoeken zijn het voorbije jaar achterwege moeten blijven. Dat zal nu opnieuw beter worden. Door mensen te ontmoeten kan je als politicus al veel zorgen en verzuring wegwerken.”

Hannes Cattebeke

Copyright © 2018 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden