Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Op welk moment van het afgelopen jaar bent u ongelooflijk trots?

“Niet echt een moment, ik ben veeleer trots op mijn kinderen wanneer ik zie hoe sterk ze in het leven staan. Maar ook op mijn ouders, schoonouders en kleinkinderen.”

Hebt u uw job steeds graag gedaan afgelopen jaar?

“Een job als politicus vraagt veel van een mens, zowel fysiek als mentaal. Na 20 jaar ben ik voor het eerst op mijn grenzen gestoten. Ik had nooit gedacht dat dit mij zou kunnen overkomen en ik heb er veel van geleerd. Toch blijft politiek mijn grootste passie. Ik hou van mensen samenbrengen, moeilijke dossiers ontwarren en onze samenleving verbeteren voor komende generaties.”

Wat was de grootste uitdaging op uw politiek domein? Hoe hebt u dat aangepakt?

“Corona heeft zwaar ingehakt op de veerkracht van mensen in de zorg- en welzijnssector: veel mensen zitten op hun tandvlees. We proberen nu meer mensen naar de zorg te krijgen en hun job werkbaarder te maken.”

Wat was het beste privémoment van het jaar?

“De ongelooflijke steun van mijn gezin om er na mijn crash weer bovenop te geraken.”

Hebt u spijt van een beslissing die u nam?

“Ik had de signalen dat ik moest rusten sneller moeten herkennen en eerder moeten kiezen voor mijn gezondheid. Als je zoals ik altijd met 200 km per uur leeft, lijkt dat geen optie, totdat je tegen een muur knalt. Nooit gedacht dat het mij zou overkomen.”

Hoe gaat u om met de verpletterende verantwoordelijkheid die u draagt?

“Je moet je erbij neerleggen dat het nooit genoeg zal zijn en nooit voor iedereen oké. Het geluk zit voor mij vaak in kleine dossiers die toch een groot verschil maken.”

Aan welke politicus zou u een geheim vertellen?

“Persoonlijke geheimen zijn bij de meeste collega’s veilig. Politieke geheimen hebben echter snellere benen.”

Had u het afgelopen jaar een culturele aha-ervaring?

“Ik las onder meer Het Vuur van de Vrijheid van Wolfram Eilenberger, een prachtig boek.”