“Als ik een tafeltje op restaurant wil boeken met de naam Hilde Crevits, dan moet ik het herhalen, want ze geloven me niet.” Niet alleen in Torhout, maar ook in Waregem loopt een Hilde Crevits rond. Om voor eens en altijd de verwarring weg te nemen, brachten we de naamgenoten bij elkaar.

“Toen ik vanmorgen tegen mijn man vertelde dat ik een gesprek had met Hilde Crevits, keek hij toch maar raar”, lacht de Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. “Toen ik het hem uitlegde, stelde hij meteen voor om haar op de lijst te zetten. Een Hilde Crevits als lijsttrekker én een Hilde Crevits als lijstduwer.” (lacht)

Mevrouw de minister, wist u dat er nog een Hilde Crevits bestond?

Hilde Crevits (minister): “Neen! Absoluut niet.”

Hilde Crevits (verpleegkundige): “Ik natuurlijk wel.”

Hilde Crevits (minister): “Het is alsof ik plots een tweelingzus heb gevonden. Voor een campagne heeft Kris Peeters eens allemaal naamgenoten ingezet. Dat is natuurlijk een veel voorkomende naam. Ik lachte toen nog dat ik niet zoveel geluk had. Als ik dit vroeger had geweten. (lacht) En het is gek dat we ook maar zes maanden verschillen in leeftijd.”

Hilde Crevits (verpleegkundige): “Gisteravond laat is mijn papa nog een stamboomboek komen brengen. Speciaal voor nu, zodat ik het zeker kon tonen aan de minister. En hij vond terug dat we een gemeenschappelijke voorvader hebben, wel van rond het jaar 1600.” (lacht)

Hilde Crevits (minister): “Twee keer kreeg ik al een boek over de familie Crevits. Een paar maanden geleden kwam in Sint-Truiden een man naar me toe, met mijn stamboom tot in 1500. Echt griezelig hoeveel Crevitsen er politiek actief zijn geweest en hier allemaal in de streek. Het moet toch ergens in het bloed zitten. En wat ook opviel: alle Crevitsen hadden verschrikkelijk veel kinderen.” (lacht)

Hilde Crevits (verpleegkundige): “Dit boek is samengesteld door een grootnonkel van mijn vader. En ik denk dat hij bij uw grootvader is geweest om zijn stamboom te vervolledigen.”

Hilde Crevits (minister): “Of bij mijn nonkel Roger. De oudste broer van mijn papa heeft een stamboom gemaakt. (kijkt naar de andere Hilde) Ik vind dit echt bizar. Wat ik wel veel meemaak, zijn mensen die zeggen dat ik lijk op hun vrouw. En dan krijg ik foto’s voorgeschoteld van mensen die totaal niet op mij lijken.” (lacht)

Hilde Crevits (verpleegkundige): “De minister heeft wel een Crevits-blik, vind ik.”

Hilde Crevits (minister): “Da’s die blik van een politicus.” (lacht)

Crevits is een achternaam die je niet zo vaak hoort. Krijgen jullie daar opmerkingen over?

Hilde Crevits (minister): “Heel mijn jeugd was ik tomaat-Crevits. Mijn papa was leerkracht in de jongensschool en in de meisjesschool was ik dan ‘de dochter van tomaat-Crevits’. De jongens riepen dat later constant naar mij. Maar ik vond dat ook niet erg want ik kreeg aandacht, hé. (lacht) Later had ik een boezemvriendin en zij was dan tomaat en ik garnaal. Onze geuzennamen in de stad. Van iets waarmee ze lachten, maakten we iets tofs.”

Hilde Crevits (verpleegkundige): “In Kortrijk kenden ze dat dialectwoord voor garnalen niet, mijn achternaam hadden ze nog nooit gehoord. Ze wisten zelfs niet hoe ze het moesten uitspreken. Cruvits, Crévits...”

Hilde Crevits (minister): “Of Kravitz, zoals de zanger Lenny. Vroeger dachten ze dat ik daar familie van was. Echt, hé. (lacht) Toen ik minister werd, belde de taaladviseur van de VRT me op om te vragen hoe mijn naam uitgesproken moest worden. Toen heb ik gezegd: Cru-vits. Maar de goegemeente en de collega’s zeggen allemaal Crévits.”

Zijn er ooit verwarringen tussen jullie gebeurd?

Hilde Crevits (verpleegkundige): “Op Facebook krijg ik geregeld vriendschapsverzoeken van mensen die ik niet ken en allicht de minister zoeken. Als ik een telefoontje pleeg en mijn naam moet zeggen, zoals bij het reserveren van een tafeltje, nemen ze me wel meteen au sérieux. (lacht) Of moet ik het herhalen omdat ze me niet geloven. Maar mevrouw de minister, ik maak er geen misbruik van.” (lacht)

Hilde Crevits (minister): “Ik ben al blij dat ze niet zeggen: sorry, dan hebben we geen plaats meer.” (lacht)

Onbekende Hilde, heeft u ooit de ambitie gehad om in de politiek te stappen?

Hilde Crevits (verpleegkundige): “Neen, maar ik ben in Waregem wel al eens gevraagd geweest door mijn naam. Maar ik ben er niet op ingegaan. Ik vrees dat ik daar niet voor in de wieg ben gelegd.”

Hilde Crevits (minister): “Ik heb dan weer een heel grote bewondering voor mensen in de verpleegkunde. Ik weet niet of ik zelf het geduld zou kunnen opbrengen om de mensen te geven wat ze nodig hebben. We delen de vrees voor het onbekende. Maar misschien moeten we dat op de Dag van Zorg eens regelen: jij neemt mijn plaats in, ik de jouwe.”

Wat zijn uw ervaringen met de sector waarin de andere Hilde Crevits werkt?

Hilde Crevits (minister): “Persoonlijk heb ik nog maar weinig ziekenhuizen nodig gehad, behalve om te bevallen en voor de ziekte van mijn zoon Bram. Toen hebben we de ziekenhuiswereld heel intens leren kennen. Een dokter is belangrijk, maar de entourage er rond maakt ook een verschil. Ongelofelijk hoe verpleegkundigen mensen op hun gemak kunnen stellen. Als Bram zijn chemo kreeg, dan waren er twee of drie verpleegkundigen en hij keek echt uit naar een iemand in het bijzonder. Als verpleegkundige moet je niet enkel medisch onderlegd zijn, maar ook beschikken over heel wat sociale vaardigheden.”

Hoe is het als minister om onbekenden te ontmoeten? Dat lijkt u goed af te gaan.

Hilde Crevits (minister): “Ik heb daar geen problemen mee. Mijn belangrijkste taak is mensen op hun gemak stellen.”

Hilde Crevits (verpleegkundige): “Ik vind het toch wel heel bijzonder om een minister te ontmoeten.”

Hilde Crevits (minister): “Vind je? Je mocht me gerust al vroeger een mailtje gestuurd hebben.”

Inhoud ↑

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.