HASSELT. Leraren, breek ons de bek niet open. We hebben ze allemaal gekend. Hele goeie, hele slechte. Van werkschuwe lesjesdrammers tot gepassioneerde leermeesters (m/v). Van pedagogische onbenullen tot meeslepende vertellers. Eén ding hadden ze allemaal gemeen: veel vakantie. Waarover niet-leraren elkaar wel eens aangrijnzen: Ja, ja, hard werken. Veel leraren vinden die spot niet altijd eerlijk. Velen werken wél hard. Veel gebeurt ook achter de schermen en niet altijd voor het bord. Daarom o.m. heeft minister Crevits een Groot Tijdsonderzoek besteld, ook al om meer objectieve data te hebben voor het vastgelopen loopbaandebat bij Onderwijs. Hier volgen getuigenissen van vier Limburgse leerkrachten. Die alle vier op hun manier keihard werken. En het nog graag doen ook.

Vanaf 22 januari, en dat 13 weken lang, kunnen de 150.000 leerkrachten in Vlaanderen via Het Grote Tijdsonderzoek aangeven hoeveel ze nu echt werken tijdens een door hun gekozen week. De resultaten moeten leiden naar een objectiever beeld over de tijdsbesteding van leerkrachten. Dat moet zorgen voor een doorbraak in het vastgelopen loopbaandebat. Dat pact moest het beginnende leerkrachten makkelijker maken om aan een lesopdracht te raken en oudere collega's de kans te geven het wat kalmer aan te doen. In ruil vroeg de minister dat leerkrachten in de tweede en derde graad 22 uur zouden lesgeven in plaats van nu respectievelijk 21 en 20 uur.

www.hetgrotetijdsonderzoek.be

Jan Bex

Inhoud ↑