We kunnen er niet omheen: als consument zijn we verwend: snelle leveringen, ontwerp en diensten op maat en bij voorkeur ook nog tegen geen of beperkte extra kost. Het is dagdagelijkse realiteit geworden. Willen maakbedrijven competitief blijven, dan kunnen ze niet anders dan hierin meegaan. Een omschakeling naar een nieuwe manier van produceren die digitaal, automatisch en efficiënter is, dringt zich dan ook op. Tijd voor slimme fabrieken!

Maar hoe geraken we daar? De oprichting van de Digihubs was alvast een eerste stap. Ondernemingen met vragen over digitalisering kunnen hiervoor sinds mei bij een team van experten terecht. Door hen de kans te geven om te experimenteren met nieuwe digitale technologieën, verlagen we de drempel voor bedrijven om de digitale omschakeling te maken en zo hun competitiviteit aan te scherpen.

Kansen geven

Maar willen we onze maakbedrijven alle kansen geven om te overleven, dan moeten we het nóg groter zien. Nóg meer toegespitst op de maakindustrie zelf. Dat beseft ook Vlaams viceminister-president en minister van Economie en Innovatie Hilde Crevits die vorige week het startschot gaf voor de bouw van het gloednieuwe centrum voor hoogtechnologisch onderzoek van Flanders Make in Kortrijk. Bedrijven die productiesystemen, machines, subsystemen of processoftware ontwikkelen, krijgen hier vanaf het najaar 2022 de kans om in reële omstandigheden de nieuwste productietechnologieën en productieprocessen uit te testen. Met deze symbolische eerstesteenlegging onderschrijft de minister de noodzaak om toekomstgericht te blijven investeren in maakbedrijven in eigen regio.

Daarbovenop stelt de Vlaamse overheid een extra enveloppe van 11 miljoen euro beschikbaar voor een veelbelovend project met innovatieve spelers uit de maakindustrie. De bedrijven zelf doen een inbreng van 53 miljoen euro. Met dit project geven we een boost aan de competitiviteit van maakbedrijven uit zeer diverse sectoren (machinebouw, agro-food, automotive, farma, chemie, elektronische componenten enz.). Maar ook de vaak kleine technologieleveranciers die nauw betrokken worden bij de ontwikkeling van die pilootlijnen zullen hier baat bij hebben. Zij kunnen hun technologie en competentie verder uitbouwen zodat ook zij hun marktpositie kunnen versterken. Naast een verhoogde competitiviteit van onze maakindustrie zal dit project bovendien ook in grote mate bijdragen aan de Europese Green Deal. Want wie zegt slimmer produceren, zegt ook duurzamer.

Met de bouw van dit co-creatiecentrum in Kortrijk sluit Vlaanderen op het vlak van industrie 4.0 onderzoeksinfrastructuur aan bij de topregio’s in Europa. Voka West-Vlaanderen was dan ook een voorvechter van dit initiatief en is uiterst verheugd dat hét grootste onderzoeks- en co-creatiecentrum voor de nieuwste industrie 4.0 technologieën en productiewerkwijzen komt waar het thuis hoort, i.e. in West-Vlaanderen, in het hart van de Vlaamse maakindustrie.

Door BERT MONS

Inhoud ↑