Sinds 2008 is de winkelleegstand in Vlaanderen verdubbeld. Een tiende van de Vlaamse winkelpanden staat vandaag leeg, vaak in de centra van kleine steden. 'Dit geeft klanten een onaangenaam gevoel.'

Veel lege uitstalramen in de Hoogstraat in Boom. De gemeente deelt samen met Leopoldsburg de titel van 'leegste handelscentrum van Vlaanderen'. Op 13 jaar tijd nam de winkelleegstand er toe tot 22 procent; in 2008 stond dat cijfer nog op 5,9 procent.

Schepen van middenstand Tom Dewandelaere (CD&V) hoort weleens iets waaien van concurrentie van de 'baanwinkels' langs de A12, "maar moesten we echt weten wat de reden was, hadden we het al kunnen oplossen". In Boom is er nu een speciale centrummanager. "Ik denk dat de leegstand een tendens is die overal in Vlaanderen aan de gang is."

Daarin heeft de schepen gelijk: 11,1 procent van de Vlaamse winkels staat leeg. Vooral de regio Limburg kleurt rood, net als provinciesteden als Ronse, Turnhout en Herentals. Er zijn maar zes Vlaamse gemeenten waar de leegstand niet is gestegen. Corona is een factor, maar geen dooddoener. Veranderend consumentengedrag is dat veel meer.

"Het is niet alleen een verhaal van vervanging, maar ook van uitbreiding van het winkelaanbod", weet Jan Boots van CityD, een consultancybureau dat zich richt op zogenaamd 'centrummanagement'. Volgens Boots komt er voor iedere 100 m2 winkelruimte die er bijkomt, ook 30 m2 leegstand bij. Dat gaat vaak om panden in de centra, die op hun beurt vervangen worden door grotere winkelruimtes in de periferie.

"We creëren ruimte bij, terwijl het bestedingsniveau niet op dezelfde manier stijgt", meent Boots. "Winkels zijn systematisch groter geworden om aan de verwachtingen van de consument tegemoet te komen. In de binnenstad komen er dan nog eens bijkomende drempels van parkeren, mobiliteit, erfgoed en complexe eigendomstructuren bij die voor een andere investeringsdynamiek zorgen."

Dat de stadscentra daarmee leeg dreigen te lopen is nochtans niet ongevaarlijk, meent professor in de retailing Els Breugelmans (KU Leuven): "Leegstand is een vorm van kanker. Als klanten verschillende lege winkels zien, geeft dat een onaangenaam gevoel. Ze gaan dan minder vaak naar dat winkelgebied, waardoor ook andere winkels minder mensen over de vloer krijgen."

Geen nieuwe gronden aansnijden

Ondernemersvereniging Unizo pleitte mede daarom al voor een 'winkelshift': een verstrenging van de vergunningscriteria voor winkelruimte zolang de aanwezige ruimte niet raakt ingevuld. Een piste die ook Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) overweegt: "De focus moet inderdaad liggen op het invullen van bestaande winkelruimtes en het niet blijven creëren van bijkomende. Het is zeker de bedoeling te stoppen om onbebouwde gronden aan te snijden voor nieuwe winkelcentra." De minister wil daarbij vooral mikken op de handelscentra in de kernen van de gemeentes, niet de periferie.

Crevits legt de lat op 'bedrijvige kernen' waar een goede combinatie is van wonen, werken en winkelen met een aantrekkelijk openbaar domein. Het grote voorbeeld zijn daar de grotere steden als Antwerpen of Brussel waar het winkelen nog een wezenlijk component van een dagtrip is. Zij hebben iets minder te lijden onder de leegstand, al speelt voor die handelscentra dan weer de hoge vastgoedprijs.

Die ambitie mag wel niet te ver gaan, denkt Boots: "Men maakt van de kleinere binnensteden al te vaak een recreatief wandelgebied. Dat is begrijpelijk in hoofde van beleving en gezelligheid, maar in welke mate zit dat in de mindset van de consument die daar woont en er dagelijks moet zijn voor veeleer banale aankopen en diensten?"

In maart stelde Crevits nog een expertenteam aan om de lokale besturen te adviseren rond leegstand. Bijkomend kwam een investeringsfonds van 10 miljoen euro dat gemeenten moet assisteren bij het renoveren en herbestemmen van handelspanden in de stadskernen. "Er was daarvoor meteen veel enthousiasme bij de lokale besturen", aldus Crevits.

DAAN DELESPAUL

Copyright © 2018 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden