Een uur extra les­geven: is dat te veel ­gevraagd? Om dat ­explosieve onderdeel van het loopbaanpact te ontmijnen, krijgen alle leerkrachten uit het basis- en secundair onderwijs de kans om hun uren bij te houden. De resultaten van dat dagboekexperiment dienen om de discussie ten gronde te voeren.

Er wordt al eens smalend gedaan over hoe hard leerkrachten moeten werken gezien het beperkte aantal lesuren en de vele vakanties. Leerkrachten counteren dat door erop te wijzen dat hun job echt wel meer inhoudt dan alleen maar voor de klas staan. Deze maand start een grootschalig onderzoek in het Vlaams onderwijs dat daar uitsluitsel over moet geven. Leerkrachten zullen in kaart moeten brengen hoeveel uren ze werken en waaraan ze die tijd besteden.

Alle leerkrachten uit het basis- en secundair onderwijs krijgen de kans deel te nemen. Via een app of een website moeten ze een week lang bijhouden wat ze allemaal doen: bijvoorbeeld lesgeven, verbeteringen maken of voorbereidingen treffen en hoelang dat duurt. Er hoort ook een vragenlijst bij.

VUB-professor Ignace Glorieux leidt het onderzoek. Tegen augustus zouden de resultaten er moeten zijn. Die zullen een belangrijke rol spelen in de onderhandelingen over het nieuwe loopbaanpact. De onderhandelingen daarover mislukten in maart, onder meer omdat de vakbonden de vraag om extra uren te presteren niet zagen zitten. Leerkrachten in de tweede en derde graad zouden 22 uur moeten lesgeven in de plaats van 21 en 20 uur zoals vandaag het geval is. In ruil zou er meer ondersteuning komen voor leerkrachten aan het begin en einde van hun carrière. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V, foto) besliste toen de resultaten van dit onderzoek af te wachten alvorens de discussie over de extra uren ten gronde te voeren. “De meest recente gedetailleerde gegevens over de tijdsbesteding van een leraar dateren al van het jaar 2000”, aldus Crevits. “In 18 jaar tijd is er veel veranderd. Het is tijd voor een update.” (sco)

Inhoud ↑