Het Sint-Jan Berchmanscollege in Genk moet leerlinge Carmen Peeters en haar moeder geen schadevergoeding betalen omdat het haar in 2012 een C-attest had gegeven. Dat de Raad van State de klassenraad uiteindelijk verplichtte om een A-attest af te leveren, betekent volgens het Antwerpse hof van beroep nog niet dat de klassenraad in de fout ging.

In 2012 weigerde de klassenraad van het Sint-Jan Berchmanscollege in Genk een A-attest af te leveren aan Carmen Peeters, een toen 17-jarige leerlinge van het vijfde middelbaar. Het meisje, dat dyslexie heeft, was gebuisd op vier hoofdvakken. Carmen en haar moeder begonnen daarop een procedureslag tegen de school. Vijf keer trokken ze naar de Raad van State, die de klassenraad uiteindelijk dwong om het A-attest toe te kennen met een dwangsom.

Omdat Carmen onder meer de zesdejaarsreis en Chrysostomos had moeten missen, eiste ze 15.000 euro schadevergoeding. Ook haar moeder wilde 10.000 euro.

Maar de rechter in Tongeren gooide de vorderingen overboord. Voor het hof van beroep in Antwerpen haalden moeder en dochter deze week opnieuw bakzeil. Volgens de rechters was de klassenraad destijds wél zorgvuldig te werk gegaan. "Dit is de enige juiste beslissing", reageert Luc Forier, advocaat van het Sint-Jan Berchmanscollege. "Een veroordeling had zware imagoschade tot gevolg gehad: de school zet zwaar in op leerlingen met leerproblemen."

Klassenraad oordeelt

Opvallend: in het arrest deelt het hof een flinke sneer uit naar de Raad van State. "Het is de klassenraad, en niet de Raad van State, die in de eerste plaats het slagen van een leerling beoordeelt", luidt het. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits beaamt dat: "Een eindbeslissing over een leerling wordt het best genomen door de klassenraad. Die kent de leerling het best", zegt ze. "De evaluatie van een leerling op het einde van het schooljaar mag eigenlijk geen verrassing zijn. Een goede communicatie tussen de school, de ouders en de leerling maakt dat een uitgereikt attest logisch is", zegt ze.

Of Carmen en haar moeder, die inmiddels ruim 4.000 euro aan gerechtskosten spendeerden, nu naar cassatie trekken, is onduidelijk: hun raadsman kon het arrest nog niet inkijken.

(BJS)

Inhoud ↑