Als u op 8 mei de lippen aan de pint van de gematigde vrijheid zet, zal de overheid 35 miljard euro ingezet hebben om de grootste crisis sinds WO II te bestrijden. Waar ging het coronageld naartoe, is het goed besteed en hoe gaan we dit uitzweten? ‘De vergrijzingsfactuur is een groter probleem.’

D isclaimer: 35 miljard is wat de federale en de regionale overheden tegen eind 2021 in de strijd gegooid moeten hebben tegen corona, op basis van de jongste prognoses. De definitieve afrekening is dat nog niet. Boven op alle uitgaven komt de economische krimp, waarvan de teller al op 10 miljard staat. Maar bovenal stopt de kassa niet met rinkelen nu het rijk der vrijheid schuchter aan de einder gloort.

In de ziekenhuizen is het nog altijd geen business as usual. En de overheid blijft de horeca en de eventsector stutten zolang ze niet met een rendabele capa­citeit kunnen werken. Zo gooide de regering-De Croo vorige week nog eens 835 miljoen in de brander voor een tijdelijke btw-verlaging in de horeca. Niet de meest oordeelkundige beslissing volgens de econoom Gert Peersman (UGent), die vooral de brouwers ziet profiteren. Maar het voorbije jaar werd niet op een euro gekeken om een economische woestenij te voorkomen. Een overzicht.

1 Gezinnen Een uitkering van 14,2 miljard O p 20 april waren 137.868 werk­nemers tijdelijk werkloos, vooral in de horeca, handel en evenementensector. Best veel, maar op het hoogtepunt van de crisis, vlak na het afkondigen van de eerste lockdown, waren er dat op een bepaald moment 825.000. Het kost de federale overheid 5,7 miljard euro, aangevuld met meer dan 2 miljard voor andere uitkeringen en premies voor specifieke doelgroepen. 71 miljoen ging naar het coronaouderschaps­verlof, waar volgens minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) 95.748 Belgen gebruik van maakten. De fel bekritiseerde Hello Bel­gium-reispas kostte 110 miljoen. Vlaanderen legde er 168 miljoen naast om de water- en energiefactuur van tijdelijk werk­lozen te verlichten en 5,4 miljoen voor consumptiebonnen. De regering-Jambon trok ook 143 miljoen uit voor kinder­opvang en kwetsbare kinderen.

De schokdempers van de sociale zekerheid lijken op het eerste gezicht goed te hebben gewerkt. Vergeleken met eind 2019 zijn er maar 16.000 echte werklozen bijgekomen. Voor dit jaar zijn de prognoses slechter. Volgens het Planbureau kunnen tot 48.000 jobs verloren gaan.

Bovenal is het inkomensverlies van de gemiddelde Belgische werknemer erg beperkt gebleven door de steunmaatregelen: 1 procent. Zonder maatregelen zou dat 4,9 procent geweest zijn. Maar ook in een rivier van gemiddeld 1 meter diep kan je verdrinken. Een studie van het onderzoeksconsortium Covivad (KU Leuven en Universiteit Antwerpen) legde onlangs bloot hoe ongelijk de coronaklap verdeeld is. 65 procent van de werknemers heeft tot nu geen verlies geleden - veel gezinnen hebben zelfs hun spaarboekje aangedikt.

35 procent moest wel inboeten. In die groep zijn vooral de horecawerknemers getroffen die een vaste job met een flexi-job combineren: hun netto-inkomensverlies kan oplopen tot 29 procent. Bovendien bleek het veelbelovende plan om tijdelijk werklozen in te zetten in andere sectoren gemakkelijker gezegd dan gedaan. Meer dan 33.000 tijdelijk werklozen volgden een opleiding bij de VDAB, maar hoeveel er tijdelijk elders aan de slag gingen, is niet bekend.

Ook de gezinnen van de zelfstandigen werden gestut via een soort werkloosheidsuitkering, het zogenaamde overbruggingsrecht. Voor wie zijn zaak moest sluiten, verdubbelde de federale regering de uitkering tot 2.583 euro voor een alleenstaande en 3.228 voor iemand met kinderen. De verwachting is dat dat systeem tegen het einde van de crisis 5,5 miljard zal gekost hebben.

2 Bedrijfsleven Een stolp van 12,4 miljard

De regio’s schoten bedrijven te hulp die moesten sluiten of met een zwaar omzetverlies geconfronteerd werden. De Vlaamse regering zal tegen eind juni 190.000 ondernemingen gestut hebben met in totaal 2,5 miljard euro. ‘We deden dat in het begin via hinder- en compensatiepremies om snel te schakelen. Gaandeweg schakelden we over op een beschermingsmechanisme op basis van omzetverlies. Dat is fijnmaziger en focust op de ondernemers met de grootste verliezen’, zegt minister van Economie Hilde Crevits (CD&V).

Zaken die minder dan 40 procent van hun omzet draaien, kunnen elke maand 10 procent van de normale maandomzet van de overheid krijgen. Gecombineerd met het federale overbruggingsrecht komt een alleenstaande kapper met een maandomzet van 7.000 euro zo aan 3.283 euro steun. Een restauranthouder met een gezin en een omzet van 40.000 euro krijgt een dikke 7.000 euro per maand.

Hoe houdbaar dat is, wordt sterk bepaald door de omstandigheden. Wie zijn hebben en houden in een lening stopte voor een zaak, had het zwaar te verduren. Een zelfstandige die geen lening of handels­huur meesleept, was vaak niet zo slecht af tijdens de lockdown. ‘Er zijn mensen die meer compensatie kregen dan ze verlies maakten. Maar dat is moeilijk te vermijden’, zegt Peersman. ‘De overheden hebben het vrij goed aangepakt door erg doelgericht en tijdelijk te werken. Alles kan beter en scherper, maar het moest in het begin van de crisis vooral snel gaan.’

De coronasteun was wel een honingpot voor foefelaars. De Tijd achterhaalde eerder dat ruim 66.000 bedrijven vorig jaar een nieuwe NACE-code - de Europese code die omschrijft welke activiteiten een bedrijf uitoefent - toegevoegd hebben. Ruim 44.000 daarvan kwamen daardoor plots in aanmerking voor coronasteun. Het onderzoeksbureau Graydon schat dat 5 tot 10 procent van de overheidssteun misbruikt werd, bijvoorbeeld via schijnactiviteiten, spookbedrijven of onechte tijdelijke werkloosheid. Tel daar de bedrijven bij die al ter dood veroordeeld waren voor corona en die door de overheidsinterventie hun zakencijfer konden opkrikken, en je komt aan 10 à 15 procent. Crevits zette extra inspecteurs in om misbruiken te detecteren. ‘Er zijn nu 14 mensen fulltime mee bezig. Ik aanvaard niet dat deze crisis misbruikt wordt.’

Vlaanderen en de federale overheid trokken ook een blik maatregelen open om de solvabiliteit van de ondernemingen niet in het gedrang te laten komen: overheidswaarborgen voor bancaire overbruggingsleningen, coronaleningen via de Vlaamse participatiemaatschappij PMV, handels­huurleningen, een verhoogde investeringsaftrek, een vervroegde verliesaftrek, een vrijstelling van bedrijfsvoorheffing, lagere tarieven voor voorafbetalingen, en nog een waslijst andere fiscale maat­regelen.

Voor specifieke sectoren en bedrijven werd het ene na het andere steunpakket afgekondigd: 30 miljoen euro voor de reissector, 30 miljoen voor de evenementensector, 30 miljoen voor toerisme en 420 miljoen voor de NMBS en Infrabel. Brussels Airlines en Aviapartner (315 miljoen), het garantiefonds van de reissector (250 miljoen) en de sportsector (50 miljoen) kregen leningen.

Inmiddels is de focus verlegd naar de heropstart van de zwaarst geraakte sec­toren, met voorschotten op aankomende evenementen (42,5 miljoen), heropstart­leningen (75 miljoen) van de Vlaamse overheid en recent de btw-verlaging voor de horeca (835 miljoen). De uitkeringen van het overbruggingsrecht niet meegerekend heeft de horeca tot nu 1,4 miljard euro gekregen van de federale overheid ‘en 660 miljoen van Vlaanderen’, aldus Crevits.

Helpt het? Dat is de grote vraag. De belangrijkste indicator, het aantal faillissementen, is niet meer betrouwbaar door het overheidsmoratorium op gedwongen faillissementen. In 2020 hebben 7.203 bedrijven de boeken neergelegd, het laagste aantal in de statistieken van Statbel, die tot 2009 teruggaan. Wat als de bescherming straks uitdooft? ‘Het is duidelijk stilte voor de storm’, zegt KBC-hoofdeconoom Johan Van Gompel. ‘De enquêtes van de Economic Risk Management Group (ERMG) wijzen uit dat het risico in veel bedrijven groot is. Maar hoe groot de effectieve toename zal zijn, weten we niet en hangt van veel facetten af. Dat passieve ondersteuning in de horeca nu omgezet wordt in heropstartsteun is een goede zaak.’

‘In het algemeen hoeven faillissementen ook geen slecht nieuws te zijn’, vervolgt Van Gompel. ‘Er is nood aan creatieve destructie nadat de economie een jaar onder een stolp heeft gezeten. Zeker in de horeca is er genoeg nieuwe dynamiek om dat op te vangen.’

De vraag die blijft hangen, is of de economische schade en dus ook de overheidssteun beperkter zou geweest zijn als de twee coronagolven van 2020 sneller waren ingedamd. Op Europees niveau deed België het zo slecht niet: het bbp in ons land daalde in 2020 met 6,2 procent, de gemiddelde krimp van de eurozone was 6,8 procent. In onze contreien deden Duitsland (-5%) en Nederland (-4,3%) het wel merkelijk beter. Al is dat relatief. De keerzijde van de medaille is dat Nederland dit jaar de laagste bbp-groei van de EU zal hebben, voorspelt de Europese Commissie: 1,8 procent tegenover 3,9 procent bij ons.

3 Strijd tegen het virus Een injectie van 7,7 miljard M et meer dan 68.000 opnames heeft corona een loodzware druk gelegd op de ziekenhuizen. Om de stroom aan covid­patiënten te verwerken moesten ze verbouwen, extra personeelsuitgaven doen en investeren in beschermingsmateriaal. De federale regering trok daarvoor 2 miljard euro uit, die in de vorm van een voorschot worden uitbetaald. Kosten moeten niet bewezen worden, de afrekening gebeurt pas later. Ook liepen de ziekenhuizen inkomsten mis door het schrappen van niet-dringende hulp. De overheid past het verschil bij op basis van de gegevens van 2019.

Ook in de woon-zorgcentra was het pompen en vaak verzuipen. Vlaanderen trok 223 miljoen uit voor extra personeel in de centra en 65 miljoen voor beschermingsmateriaal. Veel geld ging ook naar testing en de terugbetaling van PCR-testen (514 miljoen), tracing (114 miljoen), de aankoop van mondmaskers en filters (71 miljoen), sneltesten en zelftesten (81,5 miljoen). De communicatiecampagne van de federale overheid kostte 13 miljoen.

Zowel de federale als de Vlaamse overheid greep corona aan om de structurele budgetten van de zorgsector op te pompen, allebei met zo’n 600 miljoen voor extra helpende handen en een betere werkorganisatie. Dat betekent dat die facturen - ongeveer als enige - de komende jaren blijven aantikken. De consumptiecheques (50 miljoen) voor het ziekenhuispersoneel waren eenmalig.

De uitgaven met de grootste return on investment in deze crisis zijn die voor de vaccinatiecampagne. De federale overheid trok 525 miljoen uit voor de aankoop van bijna 45 miljoen dosissen en 80 miljoen voor de vaccinatiecampagne. De Vlaamse overheid stak 206 miljoen in de organisatie van de vaccinatiecentra. Zo kost de weg naar de vrijheid maar een fractie van het crisisbeheer.

4 De ene factuur is de andere niet N iet alleen de corona-uitgaven wegen op de begrotingen, ook het in elkaar klappen van de economie en van de belasting­inkomsten. Voor 2020 resulteert dat in een Belgisch tekort van 9,4 procent van het bbp (42 miljard euro), in 2021 zakt dat lichtjes tot 7,5 procent van het bbp of 36 miljard. Bij een ongewijzigd beleid leidt dat de komende jaren tot een aanzienlijke schuldtoename, tot 548 miljard in 2024.

Eenzelfde verhaal in de deelstaten: in 2024 zou Vlaanderen op 53 miljard schuld afklokken, het Waals Gewest op 30 miljard, de Franse gemeenschap op 14 miljard en Brussel op 10 miljard. Vooral in Frans­talig België leeft al een tijdje de vraag of de overheden nog in staat zijn hun leningen af te lossen, maar volgens Waals minister van Financiën Jean-Luc Crucke (MR) is de zaak onder controle.

‘We hebben een systeem van ‘zero base budget’ geïnstalleerd, waarbij alle overheidsuitgaven tegen het licht worden gehouden en we onproductieve uitgaven schrappen.’ Volgens hetzelfde principe werken Vlaanderen en de federale overheid intussen aan ‘spending reviews’. Crucke: ‘Het geld dat vrijkomt, steken we echter niet in schuldafbouw, maar in productieve investeringen. Het zou een kapitale fout zijn om daarop te besparen, nu er gigan­tische klimaatnoden zijn. De doelstelling van de Waalse regering blijft een evenwicht tegen 2024 voor de primaire uit­gaven ( de uitgaven zonder de rentelasten, red. ), maar niet voor de investeringen. Want die leiden tot groei. Schuld is zoals cholesterol: je hebt goede en slechte. De slechte moeten we afbouwen, de goede niet.’

Staatssecretaris van Begroting Eva De Bleeker (Open VLD) merkt op dat de schuld die het Federaal Agentschap van de Schuld in 2020 uitgaf een looptijd van meer dan 13 jaar heeft. ‘Daardoor zal een stijging van de rentevoeten de overheids­financiën trager impacteren.’

Het brengt ons bij de onvermijdelijke vraag of de coronafactuur wel moet worden betaald, en of het mogelijk is ons een weg uit de crisis te groeien. ‘Als het om eenmalige uitgaven gaat, moeten we ons van die coronamiljarden niet te veel aantrekken’, zegt Peersman. ‘We hebben dat geld geleend tegen een negatieve rente, dus is er geen haast om het terug te betalen. Zolang de rente lager is dan de groei en de inflatie, moet je zelfs geen begrotingsoverschot hebben om de schuld te doen dalen. Als je het structureel tekort een lange periode op 1 procent van het bbp houdt, daalt de schuldgraad op termijn naar 60 procent van het bbp.’

De prognoses voor Nederland en Duitsland wijzen in die richting. Hun tekorten zakken vanaf volgend jaar ‘van nature’ opnieuw onder 2 procent van het bbp. In België blijft het begrotingstekort deze legis­latuur steken op bijna 4 procent. Peersman: ‘Dat heeft niets met de coronafactuur te maken, maar met het feit dat we de begroting structureel lieten ontsporen. Door de vergrijzing niet adequaat aan te pakken, door een te lage werkzaamheidsgraad, enzovoort. Ook zonder corona zou dat gebeurd zijn. In 2019 stond het tekort al op 1,9 procent van het bbp. De overheid moet zich er niet achter wegsteken.’ De meer dan 24.000 coronasterfgevallen hebben volgens economen weinig impact op de pensioenfactuur.

De Hoge Raad van Financiën stelde dat de regeringen bijkomende inspanningen moeten doen om het deficit tegen het einde van de legislatuur in de buurt van 3 procent te krijgen. De Bleeker reageerde daarop dat ze de uitdaging aangaat. ‘We onderschrijven volledig de vraag om al te saneren, ook al eist Europa dat nog niet’, zegt ze vandaag.

Volstaat dat? Peersman: ‘De snelheid waarmee je het tekort afbouwt, doet er niet echt toe, als je het op de goede manier doet. Het zou dom zijn nu snel wat besparingen te zoeken, dat zou de relance fnuiken. De juiste remedie zijn hervormingen die tegen 2030 de structurele uitgaven onder controle brengen.’

Econoom UGent - Waals minister van Financiën - Dieter Dujardin

Inhoud ↑