Vlaanderen gooit ondernemers die problemen ondervinden door de coronacrisis enkele extra financiële reddingsboeien toe, bovenop de federale ‘bazooka’. Er komen meer waarborgmogelijkheden en lenen van familie of vrienden wordt soepeler gemaakt.

De bedrijfsdata-expert Graydon berekende onlangs dat een kwart van de Bel­gische ondernemingen te krap bij kas zit om zonder problemen de activiteiten weer op te starten na de stilstand door het uitbreken van de corona-­epidemie. De overheidssteun die verschaft wordt, volstaat in de meeste gevallen niet, waardoor er elders geld moet worden bijgetankt.

Het is een mogelijkheid een beroep te doen op de aandeel­houders, maar kapitaalverhogingen voor een onderneming die het water aan de lippen staat, zijn doorgaans niet populair. Meer voor de hand ligt dat er geld wordt geleend.

Omdat banken in de huidige omstandigheden niet laaiend enthousiast zijn om kredieten aan bedrijven toe te kennen, kwam minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD) op de proppen met zijn ‘bazooka’. Dat is een regeling waarbij de banken voor 50 miljard euro aan overbruggingskredieten met staatswaarborg ter beschikking stellen.

Het loopt volgens recente gegevens niet meteen storm voor die kredieten met staatsgarantie. Dat heeft waarschijnlijk veel te maken met het feit dat de overbruggingskredieten een maximumlooptijd van 12 maanden hebben. De huidige economische voorspellingen geven niet meteen aan dat we over een jaar opnieuw in rustig vaar­water zitten.

Overheidswaarborg

Vlaanderen Als u het moeilijk hebt uw bank ervan te overtuigen om uw bedrijf een krediet toe te kennen, kunt u voor hulp aankloppen bij PMV, de Vlaamse overheidsinstantie die financiële ondersteuning aan ondernemers biedt.

Als u een goed verdedigbaar dossier hebt, kan PMV zich borg stellen voor uw lening bij de bank. In principe is het gewaarborgde bedrag van de lening beperkt tot maximaal 750.000 euro voor kredietovereenkomsten en 500.000 euro voor leasingovereenkomsten. In een beperkt aantal gevallen kan het bedrag worden verhoogd tot 1,5 miljoen euro, maar daarvoor is goedkeuring nodig van Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V).

De waarborg is beperkt tot 75 procent van het bedrag van uw krediet. Voor die waarborg dient u een eenmalige premie te betalen. Die wordt berekend in functie van de omvang en de looptijd van de waarborg.

Door de coronacrisis besloot de Vlaamse overheid de bestaande waarborgregeling, met een capaciteit van 300 miljoen euro die al in de markt gezet was, uit te breiden met een coronacrisiswaarborg van 100 miljoen euro. De waarborg­capaciteit kan indien nodig verder worden uitgebreid.

De garantie kan ook worden gebruikt om voor bestaande niet-­bancaire schulden (tot 12 maanden) een overbruggingskrediet te laten waarborgen. Bovendien halveert de kost van de waarborg voor de ondernemer: met de crisiswaarborg gaat die naar 0,25 procent.

In een beperkt aantal gevallen worden ook leningen van meer dan 1,5 miljoen euro gewaarborgd. In dat geval bedraagt de waarborg 80 procent van het geleende bedrag. De capaciteit van de waarborg wordt tijdelijk opgetrokken van 1,5 miljard euro naar 3 miljard euro.

Brussel Het Brussels waarborgfonds beperkt de bedragen die worden gedekt tot 500.000 euro. In bepaalde gevallen kan dat bedrag wel worden overschreden, maar daarvoor moet de Brusselse regering haar toestemming geven. De waarborg heeft in de regel betrekking op 65 procent van het geleende bedrag, maar voor starters wordt dat opgetrokken naar 80 procent.

Naar aanleiding van de coronacrisis heeft Brussel 2 miljoen euro extra uitgetrokken om bedrijven met een waarborg bij te staan.

Win-winlening

Maar u hoeft niet per se naar de bank om geld te lenen. Dat kan ook bij vrienden en familie. In Vlaanderen kan dat sinds 2006 met de win-winlening. Dat is een lening bij vrienden en familie die voor een deel wordt gegarandeerd door PMV.

De Vlaamse regering breidde onlangs de mogelijkheden van de win-winlening uit bij wijze van tegemoetkoming aan kleine ondernemers die door de coronacrisis in de financiële problemen komen.

Voortaan kan de kredietnemer tot maximaal 300.000 euro op­halen, terwijl dat voordien begrensd was tot 200.000 euro. De geldschieter kan nu maximaal 75.000 euro inleggen, terwijl dat voordien maar 50.000 euro was.

Ook de looptijd werd flexibeler. Voordien stond de looptijd van de lening vast op acht jaar, maar vanaf nu kan de looptijd variëren van vijf tot tien jaar.

De overheidswaarborg bij een faillissement wordt uitgebreid van 30 naar 40 procent. Dat betekent dat bij een faillissement de uitlener 40 procent van zijn geld kan terugkrijgen via een belastingvermin­dering.

De rente mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de win-winlening gesloten wordt en mag niet lager zijn dan de helft ervan.

De wettelijke rentevoet wordt jaarlijks vastgelegd. Voor 2020 bedraagt de rentevoet minimaal 0,875 procent en maximaal 1,75 procent. Daarbovenop komt nog een jaarlijkse belastingkorting van 2,5 procent op het openstaande kapitaal.

Win-winaandelen

De Vlaamse regering speelt ook met het idee om win-winaandelen mogelijk te maken. Die aandelen zijn dan een alternatief voor de lening waarmee de geldschieter tot het kapitaal van de onderneming toetreedt.

Net als voor de lening zou een fiscaal voordeel van 2,5 procent van het ingelegde kapitaal worden verstrekt. De inleg zou maximaal 75.000 euro mogen bedragen. De voorbije week vernamen we bij het kabinet dat er op dit ogenblik nog geen vordering in het dossier zit.

De verbandkist voor zelfstandigen en ondernemingen

Zelfstandigen

Federaal

Overbruggingsrecht: een vorm van vervangings­inkomen voor zelfstan­digen. Het gaat om een premie van 1.291 euro voor een zelfstandige zonder gezinslasten en 1.614 euro voor een met gezinslasten. Oorspronkelijk liep de maatregel tot eind april, maar hij werd verlengd tot eind mei.

Voorafbetalingen: zelfstandigen krijgen een groter voordeel op voorafbetalingen. In het derde kwartaal stijgt dat van 2 naar 2,25 procent en in het vierde kwartaal van 1,5 naar 1,75 procent.

RSZ: alle zelfstandigen mogen tot 15 juni een betalingsuitstel van één jaar aan­vragen voor de voorlopige sociale bijdragen voor het eerste en tweede kwartaal van 2020.

Vlaams

Hinderpremie: winkeliers die moeten sluiten, kunnen een eenmalige hinder­premie van 4.000 euro aanvragen. Voor elke bijkomende sluitingsdag na 5 april geldt een dagvergoeding van 160 euro. Die premie is cumuleerbaar met het federale overbruggingsrecht.

Compensatiepremie: voor winkels die openblijven en 60 procent omzetschade lijden tussen 15 maart en 30 april voorziet Vlaanderen ook nog in een compensatie­premie van 3.000 euro.

Bedrijven

Federaal

Uitstel voor bedrijfskredieten: bedrijven en zelfstandigen die door de coronacrisis in de problemen komen, krijgen uitstel voor hun bedrijfskrediet tot 31 oktober. Er moet zes maanden geen kapitaal worden afgelost, de intresten blijven wel verschuldigd.

Overbruggingskredieten: 50 miljard euro aan nieuwe overbruggingskredieten - voor maximaal 12 maan­­­­den - wordt gedekt door een garantieregeling die tussen de overheid en de banken is uitgewerkt.

Uitstel van belastingen en RSZ: er werden verschillende regelingen uitgewerkt voor bedrijven die door de corona­­crisis zijn getroffen. Alles samen doet de federale overheid zo een fiscale verschuiving van liefst 4,5 miljard.

Voorafbetalingen: voor vennootschappen die dit jaar geen dividend uitkeren of kapitaalverminderingen doen, wordt het voordeel voor voorafbetalingen in het derde kwartaal verhoogd van 6 naar 6,75 procent en in het vierde kwartaal van 4,50 naar 5,25 procent.

Vlaams

Uitbreiding waarborgen: de capaciteit van de Vlaamse waarborg voor bedrijfs­kredieten van meer dan 1,5 miljoen euro wordt verdubbeld van 1,5 miljard tot 3 miljard euro. Voor leningen onder 1,5 miljoen euro werd de capaciteit van 300 naar 400 miljoen euro uitgebreid.

Extra leningen PMV: PMV trekt 250 miljoen uit voor leningen aan kmo’s. Die bedrijven moeten garanderen dat ze hun tewerkstelling op 80 procent houden of er weer naartoe willen brengen. Onroerende voorheffing: de onroerende voorheffing van bedrijven wordt pas na september geïnd, in plaats van dit voorjaar. Voor de navordering van registratierechten zijn afbetalingsplannen tot 48 maanden mogelijk.

Dirk Selleslagh

Copyright © 2018 Mediafin. Alle rechten voorbehouden

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.