Nektapijten, uitgroei, een pony voor de ogen of een kale plek door de tondeuse. Zelfs wie niet ijdel is, heeft de kapper gemist. Sinds gisteren mag een professional éindelijk ons coronakapsel bijknippen, en daar zaten we al weken op te wachten, merkten kappers. “Klanten zetten mij zelfs onder druk om toch als eerste te kunnen komen.” Maar waarom trekken we ons die scheefgegroeide coiffure zo aan, terwijl iederéén met een coronakapsel rondloopt?

“Hoe kan ik mijn haar zelf kleuren? En die pony bijknippen die voor mijn ogen hangt? Heb je echt geen achterpoortje voor mij?” Christine Waeyaert, kapster met 48 jaar ervaring bij Xantippe, kreeg tijdens de lockdown de ene na de andere wanhopige klant aan de lijn. “Iemand zei zelfs dat ze nog meer snakte naar de heropening van de kappers dan naar die van de horeca.”

Bij kapper Jochen Vanhoudt is het niet anders. “Sinds werd gesproken over heropening, legden klanten zelfs druk om snel weer een afspraak te krijgen. Plots had iederéén een reden om ertussen gepropt te worden. Moslima's willen hun haar in orde voor het Suikerfeest, een ander staat op trouwen en nog een ander is al zó lang klant, dus o wee als ik hem of haar er niet tussen neem. Ik zal dezer dagen meer klanten moeten teleurstellen dan dat ik er tevreden stel, vrees ik.”

Al begrijpt hij het belang, uit ­eigen ervaring. De coupe van Vanhoudt wordt normaal elke tien dagen netjes bijgeknipt door een collega in het salon, hij miste zijn eigen kapper dus óók wekenlang. “Mijn man laat ik niet aan mijn haar komen, dus probeerde ik het tijdens de lockdown zelf met de tondeuse. Er zat een kap achteraan, maar de voorkant zag er tenminste goed uit. Er zijn trouwens wel meer mensen die hun haar zo vaak laten bijknippen. Sommige klanten komen zelfs twee of drie keer per week, omdat ze er graag pico bello gebrusht bijlopen.”

Mannen nog ongeduldiger

Misschien heeft u een nonchalant Beatles-kapsel en vraagt u zich af: waarom in godsnaam is een goede coiffure zo belangrijk? Vraag het aan een ervaringsdeskundige als Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V), die al jarenlang bij Waeyaert langsgaat. “Eén keer per week om te brushen, elke zes weken om te knippen”, zegt Crevits. “Eigenlijk is dat stom gelopen. Het gebeurde na het eerste mediastormpje rond mij toen ik net minister was. Nog maar één dag minister en ze verknoeit het al, was de kop in de krant. Ik geneerde mij en Miet Smet, die dat had gezien, zei: Als je voelt dat je een mindere dag hebt, trek dan iets moois aan of ga naar de coiffeur. Je zal je beter voelen en dat doet je zelfvertrouwen goed. En dat klopt. Voor mij werkt een kapper psychologisch. Ligt mijn haar goed, dan voel ik me beter.”

En dat geldt niet alleen voor vrouwen, zegt Wae­yaert. Haar mannelijke klanten waren tijdens de lockdown zelfs nog ongeduldiger “omdat ze niet kunnen verdragen dat hun haar tot over hun oren komt”. Mat­thias De Caluwe, normaal elke twee weken klant bij Jochen Vanhoudt Salon, kan ervan meespreken. Zijn vriendin moest het overnemen, nadat hun kapper via videochat minutieus had uitgelegd hoe ze zijn haar moest knippen. “Ze keek er niet echt naar uit. Ze had zenuwen, omdat ze weet hoe gevoelig dat ligt bij mij. Ik was blij dat mijn haar in de tussenperiode was bijgeknipt, maar die eerste dag stond ik toch weer bij de kapper. Met zo'n frisse coupe voel ik mij beter.”

Dat zegt iedereen, maar de vraag is: wáárom hechten we zo veel belang aan ons haar? Zo veel zelfs dat we ons tijdens videochats voor ons coronakapsel verontschuldigen, ook al kijkt op het schermpje een even verwilderde coupe terug. Hoogleraar psychologie Liesbeth Woertman (Universiteit Utrecht), die onderzoek deed naar schoonheidsidealen en het boek Psychologie van het uiterlijk schreef, vraag het zich ook af. “Het is voor mij een mysterie waarom we niet massaal onze schouders optrekken, want wereldwijd kunnen mensen niet naar de kapper. Ik denk dat het komt omdat we graag een spel spelen met elkaar. Zo van: ik zie er verzorgd uit, dus het gaat goed met mij. Dat kunnen we via ons kapsel vertellen want het is, net als het gezicht, het eerste dat zichtbaar is voor zowel jezelf als een ander.”

We zeggen er iets mee en het bepaalt dus de eerste indruk, zegt ook Vanhoudt. “Bijvoorbeeld: een zakenvrouw die haar coupe perfect in de plooi brusht, zegt: Kijk hoe goed ik alles onder controle heb, ook al heb ik het druk. Terwijl een stoer patserkapsel - perfect geschoren van boven naar onderen - iets dominants uitstraalt.”

Plots ander spiegelbeeld

Vanhoudt: “Bovendien is een goede coiffure van belang omdat je er dingen mee kan wegwerken die je niet mooi vindt aan jezelf. Een vrouw die een hekel heeft aan haar fronsrimpel, neemt een pony. Door je haar te kleuren, kan je ook nog eens foefelen met je leeftijd. En dat we het ons aantrekken als het niet goed ligt, komt omdat iedereen een beeld heeft van hoe hij of zij eruitziet. Plots klopt dat niet meer met wat we in de spiegel zien, omdat ons kapsel niet meer juist is.”

Een interessante theorie, vindt psychologe Woertman. “We kijken naar onszelf vanuit een bepaald lichaamsbeeld, maar dat loopt altijd achter de feiten aan. Iemand die in korte tijd dertig kilo afvalt, ziet een paar maanden lang nog die dikkere versie van zichzelf in de spiegel. Het beeld is nog niet aangepast aan de realiteit. Nog een voorbeeld: je ziet van een leeftijdsgenoot wel dat hij of zij er ouder uitziet, maar van jezelf vind je dat jij er nog jonger uitziet. Omdat er een vertraging zit op de bouw van ons zelfbeeld. Waarom? Dat weten we niet. Maar het staat vast dat we een beeld hebben van onszelf mét mooi haar, en dan zien we in de spiegel dat we er zo niet meer uitzien. Daar zijn we dan niet tevreden mee.” Gelukkig maar dat de kappers weer open zijn.

Silke Remmery

Copyright © 2018 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.