“Ouders die huiswerkbegeleiding willen voor hun kinderen, moeten nu zes maanden wachten”, zegt Katelijne Béatse van vzw Kompanjon. 35.000 euro van onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) moet soelaas bieden.

Het begon met een tijdelijk project van de Arteveldehogeschool, tien jaar geleden. Intussen trekken elk jaar meer dan honderd studenten naar even veel kansarme gezinnen in heel Gent. Ze begeleiden er de kinderen bij hun huiswerk terwijl hun ouders zelfvertrouwen tanken. Die worden ingeschreven voor taallessen, bijvoorbeeld, of geholpen in hun zoektocht naar een betere woonst.

Maar de jongste tijd blijven de aanvragen maar binnenstromen. “Op de wachtlijst staan nu 140 gezinnen”, zegt coördinator Katelijne Béatse. “Ouders die hun kind nu inschrijven, moeten een half jaar wachten. Dat is frustrerend. En we hebben te weinig middelen om uit te breiden.”

Haar organisatie, vzw Kompanjon, krijgt elk jaar zo'n 50.000 euro van de Stad en het OCMW. Minister Crevits kondigde deze week een extra subsidie aan van 35.000 euro. “Fantastisch, want zo kunnen we blijven voortbestaan”, zegt Béatse. “Maar we blijven vragen om een structurele omkadering. Nu is het elk jaar bang afwachten.”

De studenten worden intensief gecoacht. Béatse: “Vaak is het de eerste keer dat ze met dergelijke gezinnen in contact komen. Ze zien met ­eigen ogen hoe groot de kloof tussen kansarme gezinnen en scholen is. Voor laag­geschoolde of anderstalige ouders is het niet altijd duidelijk wat van hen wordt verwacht.”

Dat ondervond ook student pedagogische wetenschappen Silke Gardyn (24), die vier maanden lang Joanna (9) begeleidde. “Eerst maakte ze haar huiswerk aan tafel in de living, met de televisie op”, vertelt ze. “Daar heb ik verandering ingebracht. De ouders voorzien nu in een rustig plekje voor haar en volgen haar huiswerk veel beter op.”

Volgens Gardyn kunnen scholen nog meer moeite doen voor de doelgroep. “Door pictogrammen te gebruiken in brieven, bijvoorbeeld. En koffiemomenten te organiseren. Het klassieke oudercontact is voor veel ­ouders een te hoge drempel.”

Tuly Salumu